Is het voordelig om je werkelijke beroepskosten in te brengen?

BeroepskostenDe fiscus gaat ervan uit dat alle werknemers en ambtenaren een reeks beroepskosten hebben. Die moeten niet bewezen worden: er wordt een bedrag hiervoor uitgerekend - een zogenaamd “forfait” - op basis van een percentage van het loon.

De meeste werknemers en ambtenaren maken gebruik van het systeem van de forfaitaire kosten. Je bent echter niet verplicht om dit forfait te aanvaarden. Als je denkt dat je beroepskosten hoger liggen dan het forfait, kan je je werkelijke beroepskosten in je aangifte inbrengen.

Hoe kan men de twee systemen vergelijken om het meest interessante te kiezen?

Het forfait

Het forfait bestaat uit een percentage van het loon, dat afneemt naarmate je meer verdient. Het maximum forfait bedraagt 4 240 euro (150 euro meer dan vorig jaar als gevolg van de tax shift).

Het forfait bereken je zo:

  • 30% van de inkomsten tot 8 450 euro +
  • 11% van de inkomsten tussen 8 450 euro en 19 960 euro +
  • 3% op de inkomsten tussen 19 960 euro en 34 590 euro.

Je kan je forfaitaire kosten ook berekenen met simulatoren die je op het internet terugvindt. Als je 34 590 euro of meer verdient, zit je aan het maximum aftrekbaar forfaitair bedrag van 4 240 euro.

De werkelijke kosten

Loont het de moeite om uit te rekenen of je werkelijke kosten hoger liggen dan je forfait? In principe altijd. In de praktijk hangt het vooral af van hoe ver je van je werk woont: je woon-werkverkeer zal meestal het belangrijkste deel van je beroepskosten uitmaken. We hanteren een eenvoudige vuistregel: werkelijke kosten inbrengen is meestal voordelig als de kosten voor je woon-werkverkeer minstens even hoog liggen als je forfait. De andere kosten leveren dan je “voordeel” op om over te schakelen naar het systeem van werkelijke beroepskosten.

  • Woon-werkverkeer: als je met de auto of met de trein van en naar het werk gaat, zijn de kosten voor het woon-werkverkeer ook een forfait, 0,15 euro/kilometer. Als je bv. op 50 km van het werk woont en met het openbaar vervoer of de auto gaat, zullen de kosten voor het woon-werkverkeer ongeveer 3 300 euro zijn (50 km x 2 x 220 dagen x 0,15 euro). Voor fietsers is het forfait 0,22 euro/km. Opgelet! Hou er rekening mee dat de terugbetaling door je werkgever van je treinabonnement niet als loon wordt aanschouwd (vrijstelling door het bedrag in code 1255-06 en 2255-73 in te vullen). Als je je werkelijke kosten inbrengt, valt de vrijstelling voor de terugbetaling van woon-werkverkeer weg en moet de terugbetaling van het abonnement door de werkgever bij je loon worden geteld. Hou hier rekening mee bij de keuze tussen forfaitaire of werkelijke kosten.
  • Verplaatsingen met de eigen wagen in opdracht van de werkgever: voor deze kosten moet je wel alle bewijzen (brandstof, facturen van de garage,…) bijhouden. Die kan je voor 75% van de gemaakte kosten inbrengen.
  • Kantoorbenodigdheden om thuis te werken: (een gedeelte van) de computer en de printer (af te schrijven op 3 jaar), en meestal (een gedeelte van) de internet verbindingskosten, de kosten voor programma’s die je voor het werk koopt, papier,…
  • Informatiekosten: kosten voor magazines, kranten of websites in je vakgebied, en opleidingen die je zelf betaalt om op de hoogte te blijven in je vakgebied. Als je cursussen volgt om je om te scholen, zijn die echter niet aftrekbaar.
  • De kosten voor je eigen bureau thuis: het gedeelte van het huis dat in beslag wordt genomen voor dat bureau (in % van m3 van het volledige huis) mag je toepassen op de energiekosten, op de afschrijving (als je eigenaar bent) of de huur van het huis, op de intrestkosten van de lening voor je huis, reparatiekosten, …
  • Restaurantkosten: die zijn voor 69% aftrekbaar. Zorg er steeds voor dat je een btw-bonnetje ontvangt!
  • Beroepskledij: het moet dan wel gaan over kledij die eigen is aan een beroep, zoals bv. een helm voor wie in de bouw werkt. Een maatpak voor een bankbediende is geen beroepskledij.

De kosten die je werkgever je terugbetaalt, kan je in principe niet aangeven als werkelijke kosten.

Wat te doen als je je werkelijke beroepskosten wil aangeven?

  • Maak een tabel met een overzicht van al je kosten en bewaar steeds de bewijzen (facturen, btw-bonnetjes,…) van al je kosten. Het overzicht van je kosten voeg je best als bijlage bij je aangifte. De belastingscontroleur kan de bewijzen van je kosten opvragen.
  • Als je kiest om je werkelijke kosten in te brengen, vul je de code 1258-03 of 2258-70 op je belastingsaangifte in. Vul je die code(s) niet in, dan gaat de belastingscontroleur ervan uit dat je voor het forfait kiest.