Wie krijgt je hebben en houden als je sterft: successie en successieplanning

Ben je eigenaar van je eigen woning? En heb je ook een kleine spaarpot opgebouwd? Dan heb je je allicht al de vraag gesteld wat er met dat ‘vermogen’ gebeurt als je sterft. Je weet al dat het naar je erfgenamen gaat en dat die er belastingen op zullen moeten betalen.

Maar wie zal precies wat krijgen? Heb je het recht om zelf te beslissen wie je bezittingen zal erven? En kan dat een invloed hebben op het bedrag aan belastingen dat je erfgenamen zullen moeten betalen?

Hier trachten we je een antwoord te geven op zulke vragen en een woordje uitleg bij de moeilijke woorden die specialisten gebruiken. Laten we daarmee van start gaan.

‘Successie’ betekent de overdracht van het vermogen van de overledene aan zijn erfgenamen.
‘Successierechten’ zijn de belastingen die de erfgenamen daarop moeten betalen. Hoeveel die successierechten precies bedragen, hangt af van het gewest waar de overledene het langst heeft gewoond tijdens zijn vijf laatste levensjaren, van de graad van verwantschap met de overledene en van de omvang van het nagelaten vermogen.

Opgelet, in Vlaanderen is de term ‘successierechten’ vervangen door ‘erfbelasting’. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is de term ‘successierechten’ behouden. Wij hanteren de term ‘successierechten’ tenzij het specifiek gaat over Vlaanderen, dan spreken we over ‘erfbelasting’.

Nog een laatste term: ‘successieplanning’. Dit zijn de stappen die je zelf onderneemt als je eigenhandig wil bepalen wie er welk deel van je erfenis zal krijgen, of als je maatregelen wil nemen om de belastingen daarop niet te hoog te laten oplopen.

Je kan ook met de Erfenissimulator alvast eens berekenen hoe een nalatenschap zal verdeeld worden en hoeveel successierechten op die nalatenschap moeten betaald worden. 

  1. Neen, dat ben je niet. De meeste erfenissen worden verdeeld op de manier die door de wet is vastgelegd als de overledene niets zelf heeft geregeld (als er bijvoorbeeld geen testament is of geen huwelijkscontract). Specialisten noemen dat de ‘wettelijke devolutie’

    Als je een andere verdeling verkiest dan wettelijk geregeld, dan kan je je successie plannen. Daarbij moet je wel enkele regels respecteren. Een degelijk huwelijkscontract, een testament of een schenking zijn de nuttigste instrumenten voor successieplanning.

    Je familiale, persoonlijke en fiscale toestand kan doorheen je leven veranderen. Daarnaast worden er ook geregeld wijzigingen aangebracht in de wet. De wijziging van de schenkingstarieven is daar een goed voorbeeld van. Daarom kan het nuttig zijn geregeld na te gaan of je je successieplanning wil aanpassen aan die wijzigingen.

  2. Successieplanning kan in de volgende gevallen nuttig zijn:

    1. Je wil je erfenis anders verdelen dan wat geregeld is in de wet:

    • om een erfgenaam te bevoordelen ten opzichte van een andere;
    • om een deel van je erfenis aan een goed doel te schenken;
    • om familieruzies na je overlijden te voorkomen;
    • enz.
       

    Denk er om dat niet alles mogelijk is! De wet stelt immers dat een deel van je erfenis naar je echtgeno(o)t(e), je kinderen en soms ook naar je ouders moet gaan. Die personen worden de ‘reservataire erfgenamen’ genoemd: zij hebben altijd recht op een welbepaald beschermd gedeelte van je erfenis, de reserve.

    2. Je wil voorkomen dat je erfgenamen te hoge successierechten moeten betalen.

    De gewesten leggen het tarief van de successierechten vast. Zij bepalen de grenzen (‘schijven’ genoemd) waarboven het tarief van de successierechten verhoogt. Hoe groter de erfenis, hoe hoger de tarieven. Weet dat je kinderen bv. 30% successierechten zullen betalen op het deel van hun erfenis dat meer bedraagt dan 500.000 euro als je voor je overlijden in het Waalse of Brusselse Gewest woont. In het Vlaamse Gewest wordt dat 27% op het deel van hun erfenis dat meer bedraagt dan 250.000 euro. Voor erfgenamen die geen familie zijn van de overledene, loopt dat percentage op tot 80% (in het Brusselse en Waalse Gewest, voor alles boven 175.000 euro) of 65% (in het Vlaamse Gewest).

    3. Je wil een schenking doen aan je erfgenamen voor je sterft.

    Je kinderen kunnen een financieel ‘steuntje in de rug’ ongetwijfeld beter gebruiken als zij jong zijn. Nu vele mensen langer leven, krijgen kinderen hun erfenis vaak op een moment waarop zij er minder behoefte aan hebben. Met een schenking kan je dat voorkomen.

    4. Je wil dat je familiebedrijf kan blijven voortbestaan na je overlijden.

    Daarvoor zijn er specifieke regelingen, die afhangen van het gewest waar je woont.

  3. Als je zelf niet thuis bent in de successiematerie, vraag je het best advies, ook al is je situatie eenvoudig. Advies is niet duur en kan jou en je erfgenamen heel wat kopzorgen besparen. Je bankier, een vermogensbeheerder of een advocaat-fiscalist zijn ongetwijfeld voortreffelijke raadgevers, maar voor je successieplanning is een bezoek aan de notaris onmisbaar. De notaris is meer dan een deskundige als het op successieplanning aankomt: hij is ook bevoegd om notariële akten op te stellen waardoor de partijen een bijzondere bescherming krijgen.

    Advies inwinnen is zeker aan te raden in bijzondere omstandigheden zoals de volgende:

    • je hebt een groot vermogen;
    • je gezinssituatie is ingewikkeld (bv. een nieuw samengesteld gezin);
    • je bent eigenaar of aandeelhouder van een familiebedrijf;
    • je hebt bezittingen in het buitenland;
    • je hebt een of meer kinderen met een handicap.
       

    In al die omstandigheden kunnen specifieke maatregelen nuttig zijn.

    • Hoe eerder, hoe beter: sterven kan immers op elk moment.
    • Op verschillende sleutelmomenten in je leven:
      • bij de aankoop van een gebouw, alleen of met je echtgeno(o)t(e);
      • als je plannen hebt om (wettelijk) te gaan samenwonen of te trouwen;
      • bij de geboorte van je eerste kind;
      • bij het afsluiten van een levensverzekering;
      • bij een eventuele scheiding (echtscheiding, enz.);
      • als je met pensioen gaat en je je groepsverzekeringskapitaal ontvangt;
    • Met geregelde tussenpozen: om te zien of je successieplanning nog steeds beantwoordt aan je wensen en je persoonlijke en familiale toestand en aan de wetgeving.