Voor gevorderden: De 9 meest gestelde vragen over erfenissen bij de notaris

De notaris krijgt veel vragen omtrent erfenissen. Hieronder vind je de meest gestelde vragen aan de notaris over het thema ‘erven’. 

Deze vragen werden opgesteld in samenwerking met  notaris.be

  1. Stiefkinderen hebben wettelijk gezien geen erfrecht. Toch bestaan er manieren om je stiefkind te laten erven.

    Zo kan je een stiefkind bevoordelen via een testament. Let op, je moet hierbij rekening houden met de “reserve” van de eigen kinderen.
    Zij hebben immers recht op een beschermd deel van de nalatenschap. Als een stiefkind erft, zal het in principe dezelfde successierechten moeten betalen als de eigen kinderen.
    Een meer verregaande manier om stiefkinderen te laten erven, is van je stiefkind een wettelijke erfgenaam te maken. Dat kan door het te adopteren. Door de adoptie krijgt een stiefkind dezelfde rechten als de eigen kinderen. 

  2. Grootouders kunnen ervoor kiezen om een testament op te stellen waarbij ze hun kleinkinderen bevoordelen. Grootouders kunnen ook tijdens hun leven een schenking doen aan hun kleinkinderen. Het kan soms fiscaal voordelig zijn om kleinkinderen op te nemen in een testament. In beide gevallen gaat het hier maar over een stukje van de nalatenschap. De wet voorziet namelijk dat de kinderen erven vóór de kleinkinderen.

    Ook ouders kunnen er zelf voor zorgen dat de nalatenschap van de grootouders naar hun eigen kinderen gaat, de kleinkinderen dus. Na het openvallen van de nalatenschap van de grootouders, kunnen hun kinderen ervoor kiezen om de nalatenschap te verwerpen. Met andere woorden: de kinderen weigeren de nalatenschap in het voordeel van hun eigen kinderen. Daardoor treedt er “plaatsvervulling” op: de kleinkinderen komen als erfgenaam in de plaats van hun ouders. De grootouders kunnen dit zelf niet op voorhand bepalen. Het initiatief ligt hiervoor bij hun kinderen, en niet bij de grootouders. Het is een alles-of-niets systeem: de ouders moeten de hele nalatenschap verwerpen. Ze kunnen niet een klein stukje voor zich houden.

  3. Er zijn verschillende mogelijkheden om het erfrecht van een zorgenkind te regelen. Een mogelijke techniek is het ‘restlegaat’. Het restlegaat is een bepaling die aan een testament wordt toegevoegd. Daarbij worden dezelfde goederen opeenvolgend aan verschillende personen toebedeeld. Eerst krijgt de eerste begunstigde, hierbij het kind met de handicap, de goederen. Na zijn overlijden gaan de goederen verder naar een tweede begunstigde. De tweede begunstigde krijgt slechts wat overblijft van de eerste begunstigde, meestal als compensatie voor de verstrekte zorgen.

    Je kan dit ook regelen via een schenking. Dat is een 'restschenking'. Zo kunnen ouders eerst hun zorgenkind als begunstigde aanduiden en vervolgens als tweede begunstigde(n) de personen die zich over het kind hebben ontfermd.

    Ouders kunnen ook kiezen om te legateren of schenkingen te doen onder last. Daarbij kan afgesproken worden dat iemand bijvoorbeeld een geldsom pas ontvangt als hij of zij voor het zorgenkind zorgt.

    Nog een andere mogelijkheid is werken met een stichting of een maatschap. Dat zijn eigenlijk controlestructuren die toelaten een kapitaal op maat te beheren.

  4. Kinderen hebben recht op een wettelijke reserve als het op erven aankomt. Je kunt je kinderen niet zomaar onterven. Je kan wel hun erfrechten herleiden tot een minimum, de zogenaamde de wettelijke reserve, en het vrije beschikbaar restdeel helemaal nalaten aan je partner. Indien je één kind hebt, is de helft van je vermogen voorbehouden voor je kind. Heb je twee kinderen, dan is 2/3de van je vermogen gereserveerd voor je kinderen. Heb je drie kinderen of meer? Dan is dat al 3/4de.

  5. Het erfrecht werkt met orden en graden. Dit betekent dat een nalatenschap verdeeld wordt volgens een bepaalde rangschikking. De kinderen komen in eerste orde.

    Als iemand helemaal geen familie heeft, dan zal de notaris aanraden om te legateren aan een derde. Als je dat niet doet, kan de Staat aanspraak maken op je erfenis. Legateren aan een derde persoon (bijvoorbeeld een goede vriend) kan duur zijn, want de successietarieven lopen hoog op.

    De notaris kan je aanraden om een duo-legaat op te stellen. Met een duo-legaat duid je twee begunstigden aan. De ene begunstigde is bijvoorbeeld die goede vriend. De andere begunstigde is bij een duo-legaat vaak een liefdadigheidsorganisatie. Die organisatie krijgt een deel van je nalatenschap onder voorwaarde dat ze ook alle successierechten op je nalatenschap betaalt. De vriend die je aanduidde als erfgenaam, de eerste begunstigde, houdt zo netto meer over aan jouw erfenis. En ondanks het betalen van de successierechten, erft ook de liefdadigheidsinstelling meer dan het zal moeten betalen. Het is dus een win-winsituatie, voor zowel jouw vriend als de liefdadigheidsinstelling. 

  6. Mensen die hertrouwen, kiezen vaak voor een huwelijkscontract met de zogenaamde “Valkeniers-clausule”. Zo’n clausule kan gebruikt worden wanneer één of beide van de aanstaande echtgenoten al kinderen heeft uit een vorige relatie.

    Met een Valkeniers-clausule kunnen de rechten van de langstlevende echtgenoot geregeld worden. Gehuwden erven in principe meer dan enkel het vruchtgebruik op de gezinswoning. Zo erven gehuwden ook het vruchtgebruik op bepaalde bankrekeningen, zoals de intresten op spaarrekeningen.

    Met de Valkeniers-clausule kan de langstlevende afzien van bepaalde rechten, zoals het recht op het vruchtgebruik van rekeningen, een schenking die ze al kregen voor het overlijden niet meer aanvaarden, … De langstlevende echtgenoot zal sowieso altijd recht hebben op het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel. Dat kan zelfs met een Valkeniers-clausule niet ontnomen worden. 

  7. Wie trouwt en niets specifiek regelt, huwt volgens het ‘wettelijk stelsel’. De meeste koppels in België zijn onder dit stelsel gehuwd. Als iemand overlijdt en getrouwd is volgens het wettelijk stelsel, dan wordt de gemeenschap in twee helften verdeeld. De ene helft komt toe aan de langstlevende echtgenoot, de andere helft valt in de nalatenschap van de eerst gestorven echtgenoot.

    Als er kinderen zijn, komt het vruchtgebruik op de helft van de overledene toe aan de langstlevende echtgenoot en de blote eigendom aan de kinderen.

    Gehuwde koppels willen soms dat bij overlijden hun vermogen grotendeels of volledig toekomt aan de langstlevende. Wie dat wil, kan dit eenvoudig bekomen: in het huwelijkscontract wordt door de notaris een "langst-leeft-al"-beding ingevoegd.

    Er hangt een fiscaal prijskaartje aan: hoe meer de langstlevende krijgt, hoe zwaarder het toegepaste tarief en dus hoe hoger de totale successierechten zullen zijn. Bij het overlijden van de langstlevende zal op de volledige nalatenschap nog eens erfenisrechten moeten worden betaald door de erfgenamen, dus ook op het deeltje van de eerst overledene waarop al eens successierechten betaald werden.

    Er bestaat een tussenweg: het keuzebeding. Bij een keuzebeding komen de beide echtgenoten in hun huwelijkscontract overeen dat de langstlevende bij het overlijden van de eerst stervende kan kiezen wat hij/zij zal doen met het gemeenschappelijk vermogen. De langstlevende kan dus zelf beslissen of hij zelf de erfenis wil behouden of ze laat overgaan naar de volgende generatie.

  8. De wetgever heeft aan de langstlevende echtgeno(o)t(e) een wettelijk erfrecht toegekend, ook als er een slechte verstandhouding is. Het absoluut minimum dat de langstlevende echtgeno(o)t(e) altijd moet krijgen, is ofwel het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad, ofwel het vruchtgebruik op de helft van het vermogen van de overledene.

    Er bestaat een wettelijke uitzondering waarbij je je echtgeno(o)t(e) volledig kan onterven. Hierbij gelden strenge voorwaarden:

    • De echtgeno(o)t(e) kan enkel via een testament onterfd worden;
    • De echtgenoten moeten minstens zes maanden feitelijk gescheiden leven;
    • De persoon die zijn echtgeno(o)t(e) wil onterven, moet het recht om apart te wonen via de rechter aanvragen. Na het instellen van deze vordering mag je niet opnieuw samen wonen met je echtgeno(o)t(e).
       

    Als beide echtgenoten elkaar willen onterven, moeten ze elk aan de boven vermelde voorwaarden voldoen. Met andere woorden: ze moeten beide een gerechtelijke vordering instellen. Onterven gebeurt niet automatisch!

    Wanneer een echtscheidingsprocedure met onderlinge toestemming lopende is en één van de echtgenoten overlijdt tijdens deze procedure, dan is onterving ook mogelijk. Dan kan in de voorafgaande overeenkomsten bepaald worden dat de echtgenoten op elkaars nalatenschap geen enkel recht meer hebben.

  9. Een beding van aanwas is een overeenkomst tussen twee of meer personen die samen een onroerend goed, zoals een appartement of huis, kopen of bezitten. Ze komen via een beding van aanwas overeen dat het deel van de eerst stervende zal toekomen aan de overlevende(n). Zo kan een feitelijk samenwonend koppel er bijvoorbeeld voor zorgen dat als een van hun beide overlijdt, de andere de volledige eigendom erft op de woning die ze samen kochten.

    Omdat je niet vooraf weet wie als eerste zal overlijden, is dit een kanscontract: de langstlevende had ook als eerste kunnen overlijden … En net daarom moet er geen extra prijs meer betaald worden na het overlijden van de eerst stervende(n). Want, als de kansen tussen de partners als ongelijk beschouwd worden, dan kan zo’n beding van aanwas wel als een schenking beschouwd worden. Denk bijvoorbeeld aan koppels met een heel groot leeftijdsverschil tussen de partners.

    Het beding van aanwas kan enkel verbroken worden als alle betrokkenen hiermee akkoord gaan. Het kan nooit eenzijdig verbroken worden. Dit betekent dat iemand die een woning gekocht heeft met het aanwasbeding, zijn deel van de woning nooit meer zomaar kan laten erven door iemand anders dan de persoon met wie hij de woning aankocht.