Wat moet je doen als iemand sterft?

De dood van een dierbare is steeds zwaar om te verwerken. Daar komt nog bij dat er heel wat aangiftes moeten worden gedaan, de uitvaart moet worden geregeld en ook op financieel vlak moet een en ander in orde worden gebracht. Omdat je hoofd er allicht niet naar staat, hebben we getracht hier een kort maar volledig overzicht te geven van alle stappen die gevolgd moeten worden.

    • Laat het overlijden vaststellen door een arts: dat is een wettelijke verplichting in België. In een ziekenhuis gebeurt dat automatisch. Maar als de persoon niet in een ziekenhuis is overleden, moet je zelf een arts laten komen. Die maakt een medisch attest van overlijden op.

    • Contacteer een begrafenisondernemer: die zal zich ontfermen over het lichaam van de overledene en daarnaast vele administratieve formaliteiten in orde brengen. Met de begrafenisondernemer onderteken je een contract. De kosten van de begrafenis zullen worden afgetrokken van de nalatenschap. Als die niet volstaat om de kosten van de begrafenis te dekken, moeten de erfgenamen de uitvaart zelf betalen.

    • Geef het overlijden aan bij de dienst burgerlijke stand van de gemeente waar de persoon is overleden én van de gemeente waar de begrafenis zal plaatsvinden. Meestal zorgt de begrafenisondernemer hiervoor. Hij zal de volgende documenten nodig hebben voor de aangifte:

      • het overlijdensattest van de arts
      • de identiteitskaart van de overledene
      • eventueel zijn/haar trouwboekje
      • eventueel zijn/haar rijbewijs
      • de identiteitskaart van de aangevers/getuigen (in de praktijk is dit meestal de begrafenisondernemer)
      • eventueel een aanvraag tot crematie
         

    Op basis van deze aangifte maakt de gemeente een overlijdensakte op. Vraag een paar kopieën (een uittreksel of afschrift genoemd) van dit document, je hebt ze onder meer nodig voor de bank, de verzekeringsmaatschappij, het ziekenfonds en de notaris.

    • Neem contact op met de bank: de familie moet elke bank verwittigen waarbij de overledene een rekening of een kluis had. De bank zal onmiddellijk alle rekeningen blokkeren van de overledene, maar ook van de wettige echtgeno(o)t(e). De bank zal aan de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, die de successierechten int, meedelen wat precies de inhoud is van alle rekeningen van de overledene.

      Hou er rekening mee dat door blokkeren van de rekeningen ook alle domiciliëringen en de vaste betalingsopdrachten worden stopgezet.

      Als je gehuwd bent met scheiding van goederen, kan je de rekeningen op jouw naam laten deblokkeren door je bank een kopie van je huwelijkscontract te bezorgen.

      Om de rekeningen te laten deblokkeren, moet je aantonen wie de erfgenamen zijn. Dat kan met een attest van erfopvolging. Dat kan je krijgen bij het registratiekantoor, hiervoor heb je dus geen notaris nodig. Of je kan dit aantonen met een akte van erfopvolging die je kan krijgen bij een notaris. In afwachting daarvan, zal de bank een aantal betalingen laten doorgaan: de kosten voor de begrafenis en ook een voorschot op het saldo van een deel van de geblokkeerde rekeningen. Dat voorschot zal maximum de helft van de tegoeden bedragen of 5.000 euro. Om wat makkelijker te werken in deze periode, kan je het beste een nieuwe rekening openen waarvoor dan geen enkele beperking geldt.

    • Stel een notaris aan (dit is niet verplicht): als je partner is overleden, gaat de notaris na of hij een testament heeft opgesteld. Zelfs als dat niet het geval is, kan een notaris nuttig zijn: hij verzamelt alle informatie om de omvang van de nalatenschap te bepalen en kan dan ook aan de erfgenamen adviseren om de nalatenschap te aanvaarden of niet. Het is belangrijk om de aangifte van nalatenschap correct in te vullen. Het geven van verkeerde (of laattijdige) informatie wordt bestraft met boetes in de vorm van belastingverhogingen. Vandaar dat een bezoek aan de notaris vaak aan te raden valt. Bovendien is de notaris ook de persoon die de erfenis zal vereffenen en verdelen.

    • Organiseer de uitvaart: meestal laat je dit over aan de begrafenisondernemer. Hij volgt jouw instructies of die van de overledene. Ga na of de overledene geen uitvaartverzekering heeft genomen.

    In de gids van de Koning Boudewijnstichting en de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat vind je een meer gedetailleerd overzicht van al deze stappen die je moet zetten.

  1. Een begrafenisondernemer kan de uitvaart - begrafenis of crematie - regelen, en daarbij rekening houden met de wensen van de overledene. Een uitvaart is duur: de kosten zullen al snel oplopen tot 3.000 à 7.000 euro. Die kosten worden steeds met de erfenis betaald, tenzij de overledene een uitvaartverzekering had genomen.

    Belangrijk! Bewaar alle documenten en facturen over de begrafeniskosten (de begrafenisondernemer, het drukwerk, de koffietafel, de bloemen, ... ). Soms betaalt het ziekenfonds, een verzekeringsmaatschappij of zelfs de werkgever van de overledene bepaalde kosten geheel of gedeeltelijk terug. In elk geval kan je de kosten inbrengen bij de aangifte van de nalatenschap voor de successierechten en dus aftrekken van het totaalbedrag van de nalatenschap.

  2. Na iemands dood, hebben de erfgenamen drie maanden de tijd om een inventaris van zijn erfenis op te maken. Daarna hebben ze nog 40 dagen tijd om de erfenis al dan niet te aanvaarden. Niemand is verplicht om een erfenis te aanvaarden. In de praktijk zijn er drie keuzes mogelijk:

    1. De erfenis aanvaarden. Als je de erfenis aanvaardt, krijg je alle rechten en plichten van de overledene. Het vermogen van de overledene vermengt zich met dat van de erfgenaam. M.a.w. je erft niet alleen de bezittingen van de overledene (zijn geld, huis, …), maar óók zijn schulden. Zorg er daarom voor dat je een duidelijk beeld hebt van het vermogen van de overledene.

    2. De erfenis weigeren. Als je zeker weet dat de overledene meer schulden heeft dan bezittingen, zal het je geld kosten als je de erfenis aanvaardt. Het beste is dan om ze te weigeren. Dat kan door bij de griffier van de Rechtbank van Eerste aanleg van de woonplaats van de overledene of bij een notaris naar keuze een ‘verklaring van verwerping’ in te dienen (dat kost ongeveer 30 euro). Opgelet, na de verwerping van een erfenis is er geen weg terug. Je kan nadien niet van gedachte veranderen en de erfenis toch aanvaarden.

    3. De erfenis aanvaarden onder voorwaarden. Weet je niet zeker of de overledene meer bezittingen dan schulden heeft? Dan kan je de erfenis aanvaarden onder voorwaarden, dit heet ‘onder voorrecht van boedelbeschrijving’. Dat betekent dat je de erfenis aanvaardt, maar dat het vermogen van de overleden zich niet vermengt met het jouwe: de schulden die zich in de nalatenschap bevinden moeten worden terugbetaald, maar slechts tot het bedrag van de waarde van de goederen die zich in de nalatenschap bevinden. Wil je de nalatenschap aanvaarden onder voorwaarden, dan moet je eerst een inventaris van de erfenis laten opmaken door de notaris. Vraag aan de notaris hoe de procedure verder verloopt. Let goed op want aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving betekent wel degelijk aanvaarding. Als je de erfenis eenmaal hebt aanvaard, kan je ze niet meer weigeren omdat ze verlieslatend zou zijn.

    Omdat je als erfgenaam nooit verplicht bent om een erfenis te aanvaarden, kan het gebeuren dat sommige erfgenamen ze aanvaarden en anderen niet. In dat geval wordt de erfenis verdeeld tussen de erfgenamen die ze aanvaard hebben. Dit is enkel het geval als de erfgenamen zelf geen kinderen hebben. Als de directe erfgenamen zélf ook kinderen hebben, komen de kinderen in de plaats van de weigerende ouder. Dit heet ‘plaatsvervulling’. Dan wordt de erfenis verdeeld rekening houdende met die kinderen.

    Loading Video...

     

    Wie kan de erfenis aanvaarden of weigeren?

    Diegenen die door de wet zijn aangeduid, namelijk de wettelijke erfgenamen en/of diegenen die door de overledene in zijn testament zijn aangeduid, de ‘legatarissen’ genoemd.

    Er zijn verschillende soorten legatarissen.

    Ten eerste heb je de ‘algemene legatarissen’ die via een testament het hele vermogen erven. Zij staan dan ook in voor de schulden.

    Vervolgens zijn er de ‘legatarissen ten bijzondere titel’: dat zijn diegenen die een specifiek goed erven (bijvoorbeeld een auto), zonder verantwoordelijk te zijn voor de schulden (bijvoorbeeld de autolening) die ervoor zijn aangegaan (in tegenstelling tot legatarissen ten algemene titel).

    Ten slotte zijn er de legatarissen ‘ten algemene titel’: zij krijgen een deel van de nalatenschap zoals ‘alle roerende goederen’, 1/5de van de nalatenschap, … Maar, daarbij draagt de legataris bij tot de schulden voor deze specifieke goederen.

    Minderjarige kinderen kunnen een erfenis aanvaarden als ze daarvoor vooraf de toestemming van de vrederechter kregen, maar die aanvaarding kan enkel onder ‘voorrecht van boedelbeschrijving’. 

  3. Als je de erfenis aanvaardt, moet je in Vlaanderen het aangifteformulier ondertekend door de indieners of hun gemandateerde versturen naar de Vlaamse Belastingdienst – Erfbelasting in Aalst. Voor Brussel en Wallonië moet je de aangifte aangeven op het registratiekantoor van de laatste fiscale woonplaats van de overledene. Als je de erfenis niet aanvaardt, erf je niets en moet je dus niets aangeven. Het is op basis van deze aangifte dat de successierechten zullen worden berekend. Meer info over de aangifte van de nalatenschap.

    • Wie moet de nalatenschap aangeven?

      De aangifte moet gebeuren door de erfgenamen van de overledene op het bevoegde registratiekantoor. De erfgenamen kunnen dat allemaal apart doen, maar in de praktijk wordt slechts één aangifte ingediend, ondertekend door alle betrokkenen. De legatarissen onder algemene en bijzondere titel hoeven geen aangifte te doen, tenzij het registratiekantoor daar om vraagt. Laat de overledene geen erfgenamen na, dan wordt de nalatenschap door de rechtbank ‘onbeheerd’ verklaard. In dat geval gaat de erfenis volledig naar de Belgische Staat.

    • Binnen welke termijn moet je de erfenis aangeven?

      Als de overledene in België woonde en in België is gestorven, moet de aangifte binnen de vier maanden na overlijden worden ingediend. Overleed hij of zij in een ander Europees land, dan heb je vijf maanden de tijd. Voor sterfgevallen buiten Europa bedraagt de termijn voor aangifte zes maanden.

    • Wat houdt de aangifte van de erfenis in?

      De erfgenamen moeten de aangifte doen aan de hand van een aangifteformulier. Voorbeelden van het aangifteformulier kan je downloaden op www.myminfin.be. De aangifte van de erfenis omvat verschillende elementen:

      • de identiteit van de overledene, de datum en de plaats van overlijden;
      • de identiteit van de erfgenamen en legatarissen en hun graad van verwantschap met de overledene;
      • de burgerlijke staat van de overledene, het testament (als dat er is) en de eventuele schenkingen in de drie jaar vóór zijn overlijden (met uitzondering van de roerende schenkingen die in België werden geregistreerd);
      • het vermogen van de overledene, met inbegrip van al zijn bezittingen (activa) en schulden (passiva);
      • varia, zoals de door de overledene afgesloten verzekeringen en het vruchtgebruik over huizen, gronden of goederen dat de overledene eventueel had.

      De aangifte van een erfenis kan complex zijn. Bovendien moet de aangifte tijdig en correct gebeuren, zo niet dreig je hogere belastingen te moeten betalen. Het kan daarom nuttig zijn je te laten bijstaan door een notaris, zeker als de overledene een groot vermogen had en er verschillende erfgenamen zijn.

    • De aangifte in de personenbelasting

      Na een overlijden moet ook een fiscale aangifte (aangifte personenbelastingen) van de inkomsten van de overledene worden ingediend.

      Dat is de taak van de erfgenamen of van de algemene legatarissen. Als de overledene nog fiscale schulden had en nog belastingen moest betalen, dan moeten die worden betaald door de erfgenamen die de erfenis hebben aanvaard, in verhouding tot hun aandeel in de erfenis. Door de erfenis te aanvaarden, aanvaarden ze immers de bezittingen én de schulden van de overledene. Dat geldt trouwens ook voor de onroerende voorheffing die de overledene moest betalen, en eventueel voor andere belastingen. Had de overledene recht op een terugbetaling, dan gaat die naar de erfgenamen.

      Op de federale portaalsite vind je heel wat nuttige informatie over de belastingaangifte na overlijden. De erfgenamen kunnen ook op het belastingkantoor van de overledene bijkomende informatie inwinnen en hulp krijgen bij het invullen van de belastingaangifte.