Wie erft wat?

Als je zelf niets regelt, bepaalt de wet wie je erfgenamen zijn en wat ze krijgen. Hieronder lichten we toe wie wat erft als je niets onderneemt. Dit noemen we de ‘wettelijke devolutie’.

Je kan je erfenis ook anders regelen dan de wet voorschrijft, maar hou er rekening mee dat bepaalde erfgenamen, zoals je kinderen, door de wet worden beschermd en altijd een minimumgedeelte zullen krijgen.

Wil je je erfenis anders regelen dan in de wet is bepaald? Is het niet duidelijk wie hoeveel zal erven en hoeveel successierechten je erfgenamen zullen moeten betalen? Vraag dan advies aan een notaris, een bankier of een andere raadgever.

  1. Om te kunnen erven:

    • moet de erfgenaam levend of levensvatbaar zijn: een kind in de baarmoeder heeft dezelfde rechten op een erfenis als reeds geboren kinderen, op voorwaarde dat het levend of levensvatbaar ter wereld komt.
    • mag de erfgenaam niet onwaardig zijn: wie bijvoorbeeld een moord of poging tot moord pleegde (op de overledene of op enige andere persoon van wie hij zou kunnen erven), is onwaardig en zal niets erven.
      Als een erfgenaam die reeds zijn deel erfde nadien onwaardig wordt bevonden, zal hij zijn erfdeel opnieuw in de nalatenschap moeten brengen.
  2. Om te bepalen wie je wettelijke erfgenamen zijn, worden verschillende regels gehanteerd:

     

    Daarnaast zij er twee gevallen van ‘kloving’:

     

    De regels om te bepalen wie de wettelijke erfgenamen zijn:

    a) De orde van erfgenamen

    De eerste regel is die van de orde van de erfgenamen.

    Er bestaan vier ordes: 

    Eerste orde Tweede orde Derde orde Vierde orde

    Kinderen (ook buitenechtelijke en geadopteerde kinderen), kleinkinderen, achterkleinkinderen, … 

    Ouders, broers, zussen, halfbroers en halfzussen, en hun kinderen.

     

    Grootouders en overgrootouders.

    Ooms en tantes, neven en nichten, grootooms en groottantes, en hun kinderen.

    De hogere orde sluit de lagere uit: zo sluit een erfgenaam in eerste orde een erfgenaam in tweede orde uit. Stel dat je zowel kinderen als broers en zussen hebt, dan erven enkel je kinderen omdat de eerste orde (kinderen) de tweede orde (broers en zussen) uitsluit.

    De langstlevende echtgenoot behoort niet tot een van deze vier ordes. Voor de langstlevende bestaat een speciaal stelsel, want die echtgenoot erft enkel het vruchtgebruik. Dat komt vóór de erfrechten van de wettelijke erfgenamen: die erven enkel de naakte eigendom.

    b) De graad

    Naast de regel van de orde, moet je rekening houden met de regel van de graad. Die houdt in dat een erfgenaam die dichter bij de overledene staat, eerder erft dan een erfgenaam die verder van hem af staat. Als je zowel kinderen als kleinkinderen hebt (allen erfgenamen in de eerste orde), sluiten de kinderen de kleinkinderen uit.

    c) De plaatsvervulling: wanneer één van uw erfgenamen voor u sterft

    Als een van je erfgenamen vóór jou sterft, nemen zijn afstammelingen zijn plaats in in de erfopvolging. Bijvoorbeeld: als je zoon vóór jou sterft, erven zijn kinderen (jouw kleinkinderen) van jou in plaats van je zoon.

    Voorbeeld

    Paul heeft twee kinderen, Piet en Jacques. Piet heeft geen kinderen. Jacques heeft er twee, Eric en Thomas. Helaas sterft Jacques enkele jaren eerder dan zijn vader Paul. Op het ogenblik dat Paul overlijdt, wordt de regel van de plaatsvervulling toegepast en erven de kinderen van Jacques (Eric en Thomas) van hem. Ze krijgen het erfdeel dat Jacques zou hebben gekregen mocht hij nog hebben geleefd, namelijk de helft van het vermogen van Paul. De andere helft gaat naar Piet.

    Wat als een van uw erfgenamen voor u sterft? De plaatsvervulling

    De kloving:

    a) als er geen erfgenamen in eerste of tweede orde zijn

    Als je geen erfgenamen in eerste of tweede orde hebt, wordt je vermogen in twee gelijke delen verdeeld tussen de kant van je vader en die van je moeder. Dat heet ‘kloving’. 

    Voorbeeld

    Je enige erfgenamen zijn twee neven aan vaderskant en één neef aan moederskant. Zonder kloving, zou ieder van hen een derde van je erfenis krijgen, aangezien ze allemaal tot de vierde orde behoren. Door de kloving krijgen je twee neven aan vaderskant samen de helft van je vermogen; de andere helft gaat naar je neef aan moederskant.

    kloving

    b) als de overledene halfbroers of halfzussen heeft

    Je vermogen wordt gelijk verdeeld tussen de kant van je vader en die van je moeder.

    Voorbeeld

    Stel: je hebt een broer en langs moederskant heb je een halfzus. De helft van je vermogen gaat naar je erfgenamen langs vaderskant, in dit geval dus naar je broer. De andere helft wordt verdeeld onder je erfgenamen langs moederskant: je broer en je halfzus. Zo krijgt je broer drie vierden van je erfenis en je halfzus een kwart.

    erfgenamen kloving

     

  3. Het ‘erfrecht van de langstlevende’ partner verschilt naargelang je getrouwd bent of wettelijk of feitelijk samenwoont.

    Getrouwde koppels genieten de grootste bescherming. De langstlevende echtgenoot krijgt het vruchtgebruik op de hele nalatenschap. Dit betekent dat hij het vruchtgebruik krijgt op de gezinswoning en de inboedel en óók op het eventuele spaargeld (hij krijgt m.a.w. de dividenden en intresten). Anders gezegd: de overlevende partner mag in het huis blijven wonen, of hij mag het verhuren en het huurgeld innen, zelfs als hij geen eigenaar is van de woning. De langstlevende echtgenoot erft altijd ten minste het vruchtgebruik van de gezinswoning. Niemand kan dat ontnemen.

    Voor koppels die wettelijk samenwonen (die dus een verklaring van samenwonen hebben opgesteld op het gemeentehuis), beperkt het erfrecht van de langstlevende samenwonende zich. De wettelijk samenwonende partner erf enkel het vruchtgebruik op de gezinswoning. In tegenstelling tot de situatie bij gehuwden kan het vruchtgebruik op de gezinswoning via een testament beperkt of zelfs ontnomen worden.

    Wie feitelijk samenwoont, heeft geen rechten op de goederen van de overleden partner en is geen erfgenaam. Dit kan anders worden geregeld met via een testament. 

    Loading Video...

    Wist je dat?

     

    Een feitelijke scheiding heeft niet dezelfde waarde als een echtscheiding. Zelfs als de echtgenoten al jaren niet meer samenwonen, behoudt de overlevende echtgenoot zijn rechten op de erfenis.

    In geval van een feitelijke scheiding staat de wet toe om de feitelijk gescheiden echtgenoot te onterven, als:

    • de echtgenoten langer dan 6 maanden apart wonen;
    • een van de echtgenoten aan de rechtbank vraagt om apart te gaan wonen. Let op, nadat ze hier toestemming voor gekregen hebben, mogen de echtgenoten niet opnieuw gaan samenwonen;
    • een van de echtgenoten een testament heeft opgemaakt in die zin.
       
  4.   Je bent getrouwd Je woont wettelijk samen Andere gevallen (bv. je woont nog thuis, je woont feitelijk samen, …)

    Er zijn erfgenamen in de eerste orde (afstammelingen)  

    Je echtgenoot krijgt het vruchtgebruik van je hele erfenis.

    De erfgenamen krijgen samen de naakte eigendom van je erfenis.

    Je partner krijgt het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel.

    De erfgenamen krijgen de naakte eigendom van de gezinswoning en de inboedel, én de volle eigendom van de rest van je erfenis.

    Je erfgenamen krijgen de volle eigendom van je erfenis.

    Er zijn erfgenamen in de tweede orde

    Je echtgenoot krijgt de volle eigendom van jouw aandeel in het gemeenschappelijk vermogen én het vruchtgebruik van je eigen bezittingen.

    Je nog levende vader en moeder krijgen ieder ¼ van de naakte eigendom van je eigen bezittingen. Je broers en zussen krijgen samen de rest. Als je halfbroers of halfzussen hebt, wordt kloving toegepast.

    Je partner krijgt het vruchtgebruik van de gezinswoning en van de inboedel.

    Je nog levende vader en moeder krijgen elk ¼ van de naakte eigendom van de gezinswoning en van de inboedel én ¼ van de volle eigendom van de rest van je erfenis. Je broers en zussen krijgen samen de rest. Als je halfbroers of halfzussen hebt, wordt kloving toegepast.

    Je nog levende vader en moeder krijgen elk ¼ van de volle eigendom van je erfenis. Je broers en zussen krijgen samen de rest. Als je halfbroers of halfzussen hebt, wordt kloving toegepast.
    Er zijn erfgenamen in de derde orde

    Je echtgenoot krijgt de volle eigendom van jouw aandeel in het gemeenschappelijk vermogen én het vruchtgebruik van je eigen bezittingen.

    Door kloving krijgen de erfgenamen in de derde orde de naakte eigendom van je eigen bezittingen.

    Je partner krijgt het vruchtgebruik van de gezinswoning en van de inboedel.

    Door kloving krijgen de erfgenamen in de derde orde de naakte eigendom van de gezinswoning en van de huisraad én de volle eigendom van de rest van je erfenis.

    Door kloving krijgen de erfgenamen in de derde orde de volle eigendom van je erfenis.
    Er zijn erfgenamen in de vierde orde

    Je echtgenoot krijgt de volle eigendom van jouw aandeel in het gemeenschappelijk vermogen én het vruchtgebruik van je eigen bezittingen.

    Door kloving krijgen je erfgenamen in de vierde orde de naakte eigendom van je eigen bezittingen.

    Je partner krijgt het vruchtgebruik van de gezinswoning en van de inboedel.

    Door kloving krijgen je erfgenamen in de vierde orde de naakte eigendom van de gezinswoning en de huisraad én de volle eigendom van de rest van je erfenis.

    Door kloving krijgen je erfgenamen in de vierde orde de volle eigendom van je erfenis.
    Er is geen familie tot in de vierde graad Je echtgenoot krijgt de volle eigendom van je hele erfenis. Je partner krijgt het vruchtgebruik van de gezinswoning en van de inboedel. De rest gaat naar de Staat. Je erfenis gaat naar de Staat.