Aanvullend pensioen

Het wettelijk pensioen biedt een mooi basisinkomen, maar dat bedrag is vaak te weinig om aan al je behoeften te voldoen eens je met pensioen bent. Een bijkomende som is dan ook meer dan welkom. Voor werknemers voorziet de werkgever dikwijls in een aanvullend pensioen. Dit wordt de Tweede Pijler genoemd.
 
Zelfstandigen hebben de mogelijkheid om voor zichzelf een aanvullend pensioen op te bouwen. Dat kan onder meer met het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen of VAPZ. Zij worden daar sterk toe aangemoedigd met fiscale stimulansen: de premies die zij daarvoor storten mogen zij aftrekken van hun belastbaar inkomen.

Ook voor zelfstandige bedrijfsleiders kan de vennootschap een aanvullend pensioen opbouwen.

De Wikifin-tips

  • Het wettelijk pensioen voor zelfstandigen is vrij beperkt. De Staat hanteert diverse formules om de opbouw van een aanvullend pensioen aan te moedigen. Aan jou om initiatief te nemen!
  • Je zal je aanvullend pensioen pas ontvangen op het ogenblik van je pensionering. Vroeger kan je je aanvullend pensioen niet opvragen, ook al verander je van werkgever.
  1. Werkgevers kunnen hun werknemers een aanvullend pensioen aanbieden. Vaak gaat het om een element dat doorweegt in het pakket van voordelen dat bij de aanwerving van een nieuwe medewerker op tafel komt. In het kader van uw aanvullend pensioen zal uw werkgever bijdragen storten aan een pensioeninstelling. Het kan gaan om een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij. In dat laatste geval is er sprake van een groepsverzekering.

    Het is ook mogelijk dat een bedrijfssector een aanvullend pensioen organiseert voor alle werknemers die in die sector werken. Zo bestaan er bijvoorbeeld sectorplannen in de bouwsector, de voedingsnijverheid, de scheikundige nijverheid, de non-profitsector, enz.

    Dankzij het aanvullend pensioen ontvangt u wanneer u met pensioen gaat een extra bedrag of een bijkomende rente.

    Hoeveel bedraagt uw aanvullend pensioen? Hoe ontvangt u een aanvullend pensioen? Welke belastingen moeten er betaald worden? Wat als u ontslag neemt of ontslagen wordt? Op deze en vele andere vragen vindt u een antwoord in onze rubriek aanvullend pensioen voor werknemers.

  2. Als zelfstandige heeft u er alle belang bij om in een aanvullend pensioen te investeren aangezien het wettelijk pensioen vrij laag is.

    Zelfstandigen kunnen inschrijven op het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ).
    Zelfstandigen die hun beroepsactiviteiten in een vennootschap uitoefenen, kunnen naast het VAPZ een groepsverzekering of Individuele Pensioentoezegging (IPT) onderschrijven.

    1. Het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ)

    Het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) is bedoeld voor alle zelfstandigen, ongeacht of ze via een vennootschap werken. U bepaalt zelf de premies die u wil betalen. Die mogen niet hoger liggen dan 8,17% van uw netto belastbaar inkomen, met een plafond van 3 060.07 euro voor het jaar 2016. Het gestorte kapitaal wordt door de pensioeninstelling (een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds) gewaarborgd.

    Er bestaan ook vrije aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen met een invaliditeitsverzekering en een overlijdensverzekering.

    2. Het aanvullend pensioen voor zelfstandige bedrijfsleiders

    Indien u als zelfstandige in een vennootschap werkt, bv. als bestuurder in een bvba, dan kan u op twee manieren een aanvullend pensioen opbouwen. Naast het VAPZ kan u een zogenaamde groepsverzekering voor bedrijfsleiders of een individuele pensioentoezegging (IPT) onderschrijven.

    Wat is het verschil tussen een groepsverzekering en een IPT? 

    Voor een groepsverzekering moet men een doelgroep vastleggen en dan verplicht dezelfde dekking garanderen aan iedereen die tot die doelgroep behoort (vb. alle bestuurders, alle bedrijfsleiders, ...). In het geval van een individuele pensioentoezegging (IPT) wordt het aanvullend pensioen enkel aan 1 persoon toegekend; de dekking kan dus individueel variëren.

    De 80%-regel

    Hoopt u op fiscale voordelen na het onderschrijven van een groepsverzekering of een IPT?  Dan moet U moet de beruchte ‘80%-regel’ nauwgezet respecteren! Volgens die regel mag het totaal pensioen niet hoger liggen dan 80% van de laatste bruto jaarwedde bij een volledige loopbaan (45 jaar). Onder ‘totaal pensioen’ verstaan we: het wettelijk pensioen (eerste pijler), aangevuld met het kapitaal opgebouwd in het kader van het aanvullend pensioen ( tweede pijler), namelijk VAPZ en aanvullend pensioen voor bedrijfsleiders.

    Respecteert u de 80%-regel niet, dan kan de belastingadministratie de belastingaftrek voor de gestorte premies verwerpen.

    Laten we eerlijk zijn: voor de berekening van de maximale premies die u met respect voor de 80%-regel mag storten, is een formule nodig die enkel specialisten beheersen. We raden u dan ook aan advies te vragen aan een gespecialiseerd adviseur. Ga, bijvoorbeeld, langs bij uw boekhouder of uw verzekeringsmakelaar.

    De 80%-regel is niet van toepassing op de fiscaal aftrekbare premies van het VAPZ.

    • Voordelen bij het storten van de premies

    Alle premies gestort voor een aanvullend pensioen als tweede pijler vormen een bedrijfskost en zijn dan ook volledig aftrekbaar van uw belastbaar inkomen (VAPZ) of van uw belastbare bedrijfswinsten (groepsverzekering of IPT).
    Let op: dat geldt zolang de wettelijke plafonds niet werden overschreden (regel van 3 018 euro of 8,17 % van het belastbaar inkomen voor het VAPZ, en de 80 %-regel voor de groepsverzekering voor bedrijfsleiders of de IPT).
    In het kader van een VAPZ kan u op jaarbasis tot 22 % op sociale bijdragen en tot
    53,50 % op uw belastingen besparen.

    Op de premies gestort in het kader van een groepsverzekering voor bedrijfsleiders of een IPT moet een belasting van 4,40 % betaald worden; dat is niet het geval voor de premies voor het VAPZ.

    Tussen 31 december 2012 en 31 december 2016 moet een bijdrage van 1,5 % betaald worden op de in het voorgaande jaar gestorte premies voor groepsverzekeringen voor bedrijfsleiders of IPT’s van meer dan 30.000 euro netto.

    • Belastingen op het ogenblik dat u uw aanvullend pensioen ontvangt

    Zelfstandigen worden op hun aanvullend pensioen belast, maar het stelsel blijft niettemin fiscaal voordelig.

    De fiscale gevolgen verschillen naargelang u uw aanvullend pensioen ontvangt onder de vorm van een kapitaal of een rente. Informeer u dus over de fiscale gevolgen van de keuze voor kapitaal of rente bij uw verzekeraar of belastingsadviseur.

    U moet weten dat uw rente tegen het progressief tarief van de personenbelasting belast wordt, net als het wettelijk pensioen.

    Het belastingtarief op uw kapitaal hangt af van het door u gekozen type aanvullend pensioen.

    • Belasting van het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ)

    Op het pensioenkapitaal dat op het einde van een VAPZ-contract werd gestort, is een bijdrage van 3,55 % voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering  (ZIV-bijdrage), plus de solidariteitsbijdrage verschuldigd. Het kapitaal wordt daarna onder de vorm van een fictieve rente belast.

    Wat begrijpen we precies onder ‘fictieve rente’? 

    Hebt u een pensioenkapitaal ontvangen? Dan zal u gedurende een aantal jaren een percentage van dat kapitaal als pensioen moeten vermelden op uw belastingaangifte. Dat percentage noemt men de fictieve rente.
    Het percentage is afhankelijk van de leeftijd waarop u het kapitaal krijgt; maar het bedraagt nooit meer dan 5 %. U moet de fictieve rente gedurende 13 jaar vermelden op de belastingaangifte, behalve als u minstens 65 jaar oud bent op het ogenblik dat u het kapitaal ontvangt; dan moet u de fictieve rente slechts 10 jaar lang aangeven.

    Net zoals uw wettelijk pensioen, wordt uw fictieve rente dan jaarlijks tegen het progressief tarief van de personenbelasting belast. Dat is fiscaal voordeliger dan een eenmalige belasting op het volledige kapitaal.

    Ontvangt u het pensioenkapitaal ten vroegste op 65 jaar en bent u tot dan blijven werken, dan wordt slechts 80 % van het kapitaal in fictieve rente omgezet. De overige 20 % wordt dan niet belast.

    Ontvangt u het kapitaal en zet u het daarna om in een rente, dan wordt het kapitaal eerst belast volgens het mechanisme van de fictieve rente. Bovendien wordt 3 % van het omgezette kapitaal jaarlijks aan 27 % belast als roerend inkomen.

    • Belasting van de groepsverzekering of de Individuele Pensioentoezegging (IPT)

    De belasting op een groepsverzekering of een Individuele Pensioentoezegging hangt af van de leeftijd waarop u met pensioen gaat. Nog eens: hoe dichter u de 65 jaar benadert, hoe fiscaal voordeliger.

    • Wil u het kapitaal op uw 65ste laten uitbetalen en bent u tot op die leeftijd actief gebleven, dan wordt het kapitaal aan 10 % belast, na aftrek van de ZIV-bijdrage van 3,55 % en een solidariteitsbijdrage (van 0 tot 2 %).
    • Kiest u voor een uitkering tussen 60 en 65 jaar, dan bent u eveneens de ZIV-bijdrage en de solidariteitsbijdrage verschuldigd. Het belastingtarief op het kapitaal ligt in dat geval wel hoger:
      20 % op 60 jaar
      18 % op 61 jaar
      16,5 % op 62 jaar
      16,5 % op 63 jaar
      16,5 % op 64 jaar
    • Let op: wil u het kapitaal vóór uw 60ste laten uitbetalen, dan wordt dat belast volgens het progressief tarief van de personenbelasting, na afhouding van de ZIV-bijdrage en de solidariteitsbijdrage. Dat is erg nadelig.

    De Wikifintips

    • Het wettelijk pensioen voor zelfstandigen ligt vrij laag. De overheid werkte verschillende formules uit om de opbouw van een aanvullend pensioen aan te moedigen. Aan u om de nodige stappen te zetten. Denk daaraan!
    • Belastingen spelen een belangrijke rol voor uw aanvullend pensioen. Informeer u grondig en lees aandachtig de informatiefiches van de financiële producten die u worden aangeboden.
    • Opgelet voor de gemeentebelasting of de gemeentelijke opcentiemen! De bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden bij de uitbetaling van het kapitaal van uw aanvullend pensioen, houdt geen rekening met de gemeentelijke opcentiemen. Deze zullen maar verrekend worden in het jaar volgend op dat van ontvangst van het pensioenkapitaal. Dat kan dus een onaangename verrassing blijken.