Inkomen en werk na uw pensioen

Je hebt zopas je afscheid gevierd met je collega's en kan nu gaan genieten van een welverdiend pensioen. Je begint aan een nieuw hoofdstuk? Als je dit goed hebt voorbereid, gaat er een waaier van mogelijkheden open. Zowel voor jou als voor je familie. Maar vaak moet er eerst nog een belangrijke vraag worden beantwoord: als ik een aanvullend pensioen geniet, is het dan beter dat ik elke maand een rente uitbetaald krijg, of dat ik het hele kapitaal ineens opvraag? 
 
Beide formules hebben voor- en nadelen. De uitkering van een eenmalig bedrag, je kapitaal, biedt je veel bewegingsvrijheid, maar je zal die grote som geld dan ook wel moeten beheren en beleggen. Dat is niet altijd even makkelijk. Als je ervoor opteert om maandelijks een rente uitbetaald te krijgen, hoef je je daar niet mee bezig te houden. Je zal een som ontvangen tot het eind van je dagen, wat voordelig uitvalt als je lang leeft. Maar let op: mocht je vroegtijdig sterven zullen je erfgenamen geen recht hebben op het kapitaal dat je nog niet hebt ontvangen. 
 
Met pensioen gaan, ja zeker, maar volledig stoppen met werken, dat niet? Je kan nog steeds blijven werken maar niet iedere gepensioneerde mag onbeperkt bijverdienen. Daarmee kan je je pensioenuitkering verliezen. Als gepensioneerde kan je wel altijd aan vrijwilligerswerk doen.
  1. Een aanvullend pensioen kan u ontvangen:

    • in één keer, onder de vorm van een kapitaal;
    • maandelijks of jaarlijks, onder de vorm van een rente die wordt gestort zolang u leeft;
    • of, in bepaalde gevallen, een combinatie van beiden.
       

    Let op: als uw pensioenplan de uitbetaling van een kapitaal voorziet, dan heeft u altijd de mogelijkheid om dit kapitaal in een rente om te zetten. Het omgekeerde is niet automatisch het geval.

    De uitbetaling van het aanvullend pensioen in een kapitaal of onder de vorm van een rente hebben beiden voor- en nadelen. We hebben een lijstje opgesteld met de voordelen en risico’s van de beide formules. Ga na wat best bij u past en wat voor u het belangrijkst is.

    Kapitaal Rente

    U krijgt het hele bedrag van uw aanvullend pensioen in één keer uitbetaald.

    U krijgt elke maand of elk jaar een vast bedrag.

    Doordat u het kapitaal van uw aanvullend pensioen al gekregen hebt, is het toegevoegd aan uw vermogen. Als u overlijdt, zullen uw nabestaanden het van u erven.

    Als u overlijdt, stopt de uitbetaling van de rente. Uw nabestaanden hebben geen recht op het deel van het kapitaal dat u nog niet ontvangen hebt.

    Soms is de rente overdraagbaar en zal uw partner na uw overlijden toch nog een deel van deze rente ontvangen. 

    Na de uitbetaling van een kapitaal heeft u een grotere bewegingsvrijheid, maar dat brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee: als het op is, heeft u geen extra inkomsten meer bovenop uw wettelijk pensioen.

    Hierdoor is het niet aangeraden om dit geld onmiddellijk uit te geven of te verdelen onder uw kinderen: u heeft dit geld in de toekomst misschien nog nodig om de kosten voor gezondheidsproblemen of een rusthuis mee te betalen.

    U ontvangt elke maand of elk jaar een rente zolang u leeft, ook al wordt u heel oud. Een rente levert dus een levenslang inkomen

    Als u een kapitaal uitbetaald krijgt, moet u dat zelf beleggen. Als u er uw wettelijk pensioen wil mee aanvullen, hou dan rekening met volgende risico's:

    • u kan lang leven, en dus voor vele jaren die aanvulling op uw wettelijk pensioen nodig hebben;
    • de inflatie verhoogt van jaar tot jaar de levensduurte. Als u uw uitgavenpatroon op hetzelfde peil wil houden, hebt u ieder jaar wat meer nodig;
    • Vaak lopen de kosten samen met de leeftijd op: hogere gezondheidskosten, een rusthuis, ...
       

    Met een uitbetaling in rente bent u ingedekt voor het risico dat u lang leeft. 

    Enkel wanneer de rente jaarlijks geïndexeerd wordt, bent u zeker dat ze de stijging van de levensduurte (inflatie) volgt. Vraag dus na of de rente geïndexeerd is.

    Tot slot kunnen ook een aantal fiscale aspecten uw keuze beïnvloeden. 

  2. Besluit u uw aanvullend pensioen in één keer als kapitaal te laten uitbetalen? Denk goed na over hoe u dat bedrag wil beleggen en hou daarbij rekening met uw huidige én toekomstige financiële behoeften.  

    Ga na welke inkomsten u naast uw wettelijk pensioen nog zal hebben. Gaat het om regelmatige en betrouwbare extra inkomsten?  Denk ook goed na over uw financiële behoeften. En dat niet alleen vandaag, maar ook in de toekomst. Een budgettool kan u daarbij helpen. Vergeet niet dat u soms met onverwachte gebeurtenissen zal te maken hebben en dat uw persoonlijke situatie kan veranderen. Hou ook rekening met de inflatie die de waarde van uw spaargeld vermindert, terwijl de dagelijkse levensduurte toeneemt!

    Met uw antwoorden op al die vragen kan u beter inschatten of u bijkomende inkomsten nodig zal hebben. Kan u een bepaalde som geld voor bepaalde tijd missen? Bent u bereid risico’s te nemen of gaat uw levensstandaard lijden onder eventuele financiële verliezen?

    Wie zich de juiste vragen stelt, weet ook beter hoe hij het ontvangen bedrag best belegt. Neem de tijd om over alles na te denken en vraag voldoende informatie. Zo maakt u geen keuzes waarvan u later spijt krijgt. In het gedeelte ‘Sparen en beleggen’ van wikifin.be vindt u heel wat tips om u op weg te zetten. Maak gebruik van een checklist en stel uw beleggersprofiel op. Ga zeker eens praten met uw bankier of een andere specialist. Zij kunnen u ook advies geven over de fiscale aspecten van uw mogelijke keuzes.

  3. Sinds 1 januari 2015 is het voor een gepensioneerde (met eigen rustpensioen) heel wat eenvoudiger geworden om nog te werken. Zo is er geen grens meer voor inkomens bovenop het pensioen eens u 65 jaar bent en hebt u minder aangifteverplichtingen.

    De inkomensplafonds

    Sinds 1 januari 2015 zijn er geen inkomensgrenzen meer voor gepensioneerden van 65 jaar of ouder of met een loopbaan van minstens 45 jaar bij de pensionering.

    Wil u blijven werken en bent u jonger dan 65 jaar met minder dan 45 jaar loopbaan, dan moet u soms wel nog rekening houden met de inkomensbeperkingen: uw beroepsinkomsten mogen dan niet hoger liggen dan een bepaald bedrag. Dat bedrag hangt af van uw gezinslasten, de aard van uw pensioen (ouderdomspensioen en/of overlevingspensioen), het jaar waarin u werkt en het soort werk.

    Meer informatie omtrent de inkomensgrenzen vindt u op de website van de FPD (Federale Pensioendienst).

    Aangifte van de beroepsactiviteit

    Over het algemeen moet een gepensioneerde ouder dan 65 jaar zijn beroepsactiviteit niet aangeven. Er bestaan hierop uitzonderingen.

    Deze vindt u op de website van de FPD.

    Als u toch een aangifte moet doen, moet de aangifte ten laatste 30 dagen nadat men u de beslissing meedeelde dat uw pensioen werd toegekend, óf 30 dagen na de start van uw beroepsactiviteit, gebeuren. Telkens er iets in uw beroepsactiviteit wijzigt (bijvoorbeeld: u gaat voor een andere werkgever werken), moet u dat ook aangeven.

    Een formulier ‘Aangifte van beroepsactiviteiten’ kan u downloaden op de website van de pensioeninstellingen. Een ingevuld aangifteformulier stuurt u naar:

    • de FPD of het RSVZ, naargelang uw pensioenstelsel;
    • de FPD of het RSVZ als u een gemengde loopbaan als loontrekkende en zelfstandige had;
    • de FPD als u een gemengde loopbaan als loontrekkende en ambtenaar had;
    • het RSVZ of de FPD als u een gemengde loopbaan als zelfstandige en ambtenaar had.
       

    Welke sancties bij een overschrijding van de inkomensgrenzen?

    Eens u ouder bent dan 65 jaar of een loopbaan hebt gehad van 45 jaar, zijn er geen inkomensgrenzen meer. U kan dan onbeperkt bijverdienen.

    Als u nog geen 65 bent of nog geen loopbaan van 45 jaar hebt gehad, geldt de volgende regel: als u boven de inkomensgrens verdient, wordt uw pensioen verminderd met het percentage van de overschrijding. Verdient u bijvoorbeeld 50% meer dan de inkomensgrens, dan zal uw pensioen ook met 50% worden verminderd.

    Wat met uw gezinspensioen als uw partner een beroepsactiviteit heeft?

    Als het inkomen van de echtgen(o)t(e) een bepaalde grens overschrijdt, wordt het gezinspensioen opgeschort; en ontvangt u een pensioen voor alleenstaanden; dat is lager dan een gezinspensioen.

    We raden u aan contact op te nemen met de instelling die uw dossier behartigt voor praktische informatie over het uitoefenen van een beroepsactiviteit nadat u met pensioen bent gegaan.

    • loontrekkende en ambtenaar (FPD);
    • zelfstandige (RSVZ).
  4. Vrijwilligerswerk is een sociale of liefdadige activiteit voor een organisatie die geen winst wil maken, en waarvoor u niet betaald bent. Van ziekenopvang tot milieubescherming: vrijwilligers kunnen de meest uiteenlopende taken uitvoeren.

    Meer weten over vrijwilligerswerk

    Formaliteiten vooraf

    Over het algemeen kan u zonder verdere formaliteiten als vrijwilliger werken. Ontvangt u echter een ambtenarenpensioen met een ‘supplement gewaarborgd minimum’, dan gelden er specifieke regels. Informatie daarover krijgt u bij de FPD. Krijgt u een IGO (InkomensGarantie voor Ouderen), dan moet u de FPD-Werknemerspensioenen verwittigen dat u als vrijwilliger werkt.

    Een contract of niet?

    De organisatie waar u als vrijwilliger aan de slag gaat, is niet verplicht u een contract te geven.
    De organisatie moet haar vrijwilligers wél informeren over:

    • hun juridisch statuut;
    • hun verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid;
    • de eventuele dekking van andere risico’s verbonden aan de activiteiten als vrijwilliger (bijvoorbeeld: lichamelijke letsels);
    • eventuele terugbetalingen van kosten die vrijwilligers maken en de aard daarvan;
    • de eventuele verplichting om een beroepsgeheim na te leven.
       

    Terugbetaling van kosten

    De kosten die vrijwilligers maken, moeten niet worden terugbetaald.
    Als de organisatie belooft kosten terug te betalen, kan ze:

    • uw reële kosten volledig terugbetalen op basis van betalingsbewijzen (u moet die kostenvergoedingen niet vermelden op uw belastingaangifte);
    • opteren voor een forfaitaire terugbetaling op basis van het door de vrijwilliger gepresteerde aantal dagen. Die terugbetaling mag per dag en per jaar niet meer bedragen dan wettelijk bepaalde bedragen. Onder beide grenzen hoeft u niets aan de belastingen aan te geven.
       

    Bent u vrijwilliger in verschillende organisaties? Uw forfaitaire kostenvergoedingen mogen in het totaal niet hoger liggen dan de wettelijke plafonds. Worden die overschreden, dan worden alle forfaitaire terugbetalingen in dat jaar belastbaar, behalve als u documenten kan voorleggen die bewijzen dat het gaat om kosten die u voor de organisatie maakte.

    Let op: ontvangt u als vrijwilliger een vergoeding en geniet u daarnaast van werkloosheid met bedrijfstoeslag (het vroegere conventionele brugpensioen) of een gewone werkloosheidsvergoeding, dan moet u de RVA vooraf op de hoogte brengen.

    Meer informatie over vergoedingen

    En bestuurders van een vzw?

    Een bestuurder van een vzw wordt eveneens als ‘vrijwilliger’ beschouwd als hij voor zijn mandaat niet wordt betaald en bij de organisatie geen arbeidscontract ondertekende.