Je pensioen voorbereiden

Een goed pensioen moet je voorbereiden. Hoe vroeger je eraan begint, hoe beter. De overheid moedigt het aan om te sparen gedurende je hele carrière. Zo zijn er fiscale stimulansen om zowel jonge als minder jonge mensen aan te sporen om aan pensioensparen te doen. De beste manier om te weten of sparen voor je pensioen wel degelijk noodzakelijk is, is na te gaan hoeveel je inkomen zal bedragen als je eenmaal gepensioneerd zult zijn. 
 
Je pensioenleeftijd is één van de belangrijkste elementen in de berekening van je pensioen. Op dit ogenblik ligt de wettelijke pensioenleeftijd op 65 jaar, maar onder bepaalde voorwaarden kan je vroeger met pensioen gaan. En carrièrepauzes die je misschien wel hebt ingelast, hoeven niet per sé een negatieve invloed te hebben op je pensioen. Sommige van die "pauzes" worden voor de berekening van je pensioen immers beschouwd als periodes waarin je gewerkt hebt.
  1. Velen onder ons beschouwen ons pensioen als een periode waarin we eindelijk van het leven zullen kunnen genieten. Op financieel vlak stelt de pensioenleeftijd u wel voor wat uitdagingen. Als u nu werkt en uw inkomen is relatief laag, dan zal uw pensioeninkomen waarschijnlijk 30% minder hoog liggen dan uw huidige inkomen. Als u zelfstandig bent, zal het inkomensverlies waarschijnlijk nog hoger liggen. In het algemeen gaat de regel op dat hoe hoger uw inkomen, hoe groter het verlies van inkomen bij pensionering. Het is dus van belang om goed de toekomstige inkomsten te vergelijken met de toekomstige kosten.

    Om uw toekomstige kosten goed in te schatten:

    Begin met uw huidige kosten in te schatten en te bepalen of u ze nog zal moeten dragen eens u op pensioen bent. Veel kosten, zoals die voor de kinderen, zullen immers verdwijnen en dat kan heel wat schelen voor uw budget! Eens de kinderen het huis uit zijn zal u minder plaats nodig hebben en kan u kiezen voor een kleiner en dus goedkoper huis; de kosten voor de studies zullen wegvallen en de kosten voor voedsel verminderen. De verplaatsingskosten zullen ook minder worden, want u zal niet meer naar het werk moeten. Anderzijds kunnen andere kosten oplopen: u zal meer tijd hebben voor uw hobby's en dat kan wat kosten, eens u nog wat ouder bent, zullen de kosten voor uw gezondheid oplopen.

    Voor wat betreft uw toekomstige inkomsten:

    De eerste bron van inkomsten waar u op rekent, is vanzelfsprekend uw wettelijk pensioen of de eerste pijler. Sinds 2014 is het mogelijk om uw later pensioen met een simulator te berekenen.  Werknemers kunnen hun online pensioendossier bekijken op de website MyPension.be in het deel “mijn wettelijk pensioen". U vindt meer algemene informatie over het wettelijk pensioen op de website van de Federale Pensioendienst.

    Daarnaast hebt u misschien een aanvullend pensioen (tweede pijler) bijeen gespaard bij uw werkgever of voor uzelf als u zelfstandige bent? Om een overzicht van uw aanvullend pensioen te krijgen, kan u met uw elektronische identiteitskaart (eID) inloggen op de website MyPension.be in het deel “mijn aanvullend pensioen”. U kan daar nagaan bij welke verzekeringsonderneming of pensioenfonds u een aanvullend pensioen opbouwt en hoeveel dit bedraagt. 

    Als u aan pensioensparen (derde pijler) hebt gedaan, kan u een mooi spaarpotje hebben opgebouwd.

    Door uw toekomstige uitgaven in te schatten en te vergelijken met uw geschatte toekomstige inkomsten en vermogen, kan u nagaan of het nodig is om bijkomend te sparen of andere maatregelen te nemen, zoals langer werken of uw uitgaven als gepensioneerde te verminderen.

    De website www.budgetplanner.be biedt een handige tool aan om uw budget uit te werken. Let op! Een goed budget opmaken kost tijd en een goede voorbereiding.

  2. Het door de overheid georganiseerde wettelijk pensioen vormt de eerste pijler in uw pensioenvorming.  Het Belgisch pensioenstelsel steunt echter op drie pijlers.

    De tweede pijler is het aanvullend pensioen dat bovenop het wettelijk pensioen kan worden opgebouwd in het kader van uw loopbaan als werknemer of zelfstandige. De overheid stimuleert de vorming van die tweede pijler door belastingverminderingen en verminderingen van sociale bijdragen. 

    Voor werknemers wordt het aanvullend pensioen ingericht door de werkgever of door de bedrijfssector. Zo’n aanvullend pensioen wordt opgebouwd bij een pensioenfonds of een verzekeringsonderneming. Werkgevers zijn niet altijd verplicht om aanvullende pensioenplannen aan te bieden. Elk jaar ontvangt u een overzicht van de stand van uw aanvullend pensioen.

    Voor zelfstandigen bestaat die tweede pijler uit het aanvullend pensioen dat ze in het kader van hun beroepsactiviteit opbouwen. Als zelfstandige moet u zelf het initiatief nemen om die tweede pijler in de praktijk te organiseren. Naargelang u uw zelfstandige activiteiten ontplooit als natuurlijk persoon of als vennootschap, heeft u andere mogelijkheden.

    Voor statutaire ambtenaren is er bijna nooit een aanvullend pensioen van de tweede pijler.

    De derde pijler verwijst naar individuele en vrijwillige spaarformules (pensioenspaarverzekering, pensioenspaarfonds, langetermijnsparen); ook daarvoor zijn er belastingverminderingen.

    In België worden een aantal vormen van sparen en beleggen zonder fiscaal voordeel soms aangeduid als de vierde pijler.

    De aankoop van een woning kan tot die vierde pijler behoren.  Vraagt u zich af of zo’n aankoop een appeltje voor de dorst kan zijn? Ongetwijfeld! Wie op pensioengerechtigde leeftijd eigenaar is van zijn woning, heeft heel wat minder kosten.

    De aanvullende inkomens uit de tweede, derde en vierde pijler verhogen uw levensstandaard na uw pensioen. Het is meestal interessant om al vroeg te starten met het opbouwen van een pensioenkapitaal dat aan uw latere financiële behoeften voldoet.

  3. De regels in verband met het wettelijk pensioen vindt u:

    De wettelijke pensioenleeftijd ligt momenteel op 65 jaar. Dat zowel voor mannen als voor vrouwen met een loopbaan als werknemer, zelfstandige of ambtenaar. U blaast de kaarsjes op uw verjaardagstaart uit en dan is het zover. Uw wettelijk pensioen gaat immers in op de eerste dag van de maand die volgt op uw 65ste verjaardag. Wie bijvoorbeeld op 14 februari jarig is, gaat op 1 maart met pensioen.

    De wettelijke pensioenleeftijd zal in 2025 worden verhoogd tot 66 jaar en in 2030 tot 67 jaar. 

    Vervroegd pensioen

    Bent u werknemer, ambtenaar of zelfstandige en wil u liever voor uw 65e met pensioen? Besef dat de voorwaarden qua leeftijd en loopbaan stap voor stap zullen verstrengen. De minimale leeftijdsgrens voor het vervroegd pensioen werd sinds 2013 geleidelijk verhoogd. Ook de vereiste lengte van uw loopbaan wordt steeds opgetrokken. Ons pensioen zal dus later ingaan dan dat van de vorige generaties, maar omdat onze levensverwachting is gestegen, zullen we ook langer van ons pensioen kunnen genieten.

    Voorwaarden voor vervroegd pensioen Uitzondering voor lange loopbanen

    In 2016 kan u op 62 jaar vervroegd met pensioen gaan als u 40 jaar heeft gewerkt

    60 jaar, bij loopbaan van 42 jaar

    61 jaar, bij loopbaan van 41 jaar

    In 2017 kan u op 62,5 jaar vervroegd met pensioen gaan als u 41 jaar heeft gewerkt

    60 jaar, bij loopbaan van 43 jaar

    61 jaar, bij loopbaan van 42 jaar

    In 2018 kan u op 63 jaar vervroegd met pensioen gaan als u 41 jaar heeft gewerkt

    60 jaar, bij loopbaan van 43 jaar

    61 jaar, bij loopbaan van 42 jaar

    In 2019 kan u op 63 jaar vervroegd met pensioen gaan als u 42 jaar heeft gewerkt

    60 jaar, bij loopbaan van 44 jaar

    61 jaar, bij loopbaan van 43 jaar

    Werken na de leeftijd van 65 jaar

    U kan als werknemer, zelfstandige of ambtenaar verder blijven werken nadat u de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar bereikt. Dat kan op twee manieren:

    1. Werknemers, zelfstandigen en sommige ambtenaren zijn niet verplicht om op hun 65ste met pensioen te gaan; zij kunnen dezelfde job verder blijven uitoefenen. Werknemers en ambtenaren die hun beroepsactiviteiten willen verder zetten, hebben hiervoor het akkoord van hun werkgever nodig.
    2. Het is ook mogelijk om, terwijl u met pensioen bent, te werken.
       

    We raden u aan contact op te nemen met de dienst die uw dossier behandelt als u wil weten onder welke voorwaarden u na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd kan blijven werken. 

  4. We kunnen een onderscheid maken tussen drie periodes: 

    • de periodes van voltijdse arbeid waarin u een loon ontving;
    • periodes waarin u niet werkt: legerdienst, ziekte, onvrijwillige werkloosheid, tijdskrediet, werkloosheid met bedrijfstoeslag, …;
    • de periodes waarin u deeltijds heeft gewerkt.
       

    Onder bepaalde voorwaarden worden periodes van inactiviteit of deeltijdse arbeid (geheel of gedeeltelijk) met effectieve arbeidsperiodes gelijkgesteld. We spreken in dat verband over ‘gelijkgestelde periodes’. Met die periodes wordt rekening gehouden bij de berekening van uw pensioen. In dat geval zal het feit dat u op dat ogenblik niet gewerkt heeft, geen ingrijpend negatieve gevolgen hebben voor uw pensioen.

  5. U kan uw studiejaren inderdaad ‘afkopen’ door daarvoor sociale bijdragen te betalen. Het kan gaan om de jaren die u aan een universiteit of een hogeschool doorbracht. Als u dat doet, worden uw studiejaren meegeteld voor de berekening van uw wettelijk pensioen. Die mogelijkheid kan interessant zijn als u een beroep uitoefent waarvoor u lang moest studeren. Voor sommige ambtenaren worden studiejaren automatisch als ‘gelijkgestelde periode’ beschouwd.

    Voorwaarden
    Enkel de studiejaren na 1 januari van het jaar waarin u uw 20ste verjaardag vierde, kunnen worden geregulariseerd.
    Werknemers moeten hun aanvraag indienen binnen de 10 jaar na het einde van hun studies. Voor zelfstandigen geldt die termijn niet.

    Meer informatie over vrijwillige sociale bijdragen