Wettelijk pensioen

Iedereen die gewerkt heeft als loontrekkende, ambtenaar of zelfstandige heeft op het einde van zijn loopbaan recht op een rustpensioen. In België ligt de wettelijke pensioenleeftijd op 65 jaar. Het is wel mogelijk om onder bepaalde voorwaarden vroeger dan je 65ste met pensioen te gaan. Maak echter eerst goed je rekening voor je een aanvraag voor vervroegde pensionering indient. Bereken hoeveel je pensioen precies zal bedragen vóór je een beslissing neemt. Hou daarbij ook rekening met je gezinssituatie
 
Je pensioen zal nooit lager zijn dan het gewaarborgd minimumpensioen. Is je inkomen erg laag dan kan je een aanvraag indienen voor de InkomensGarantie voor Ouderen (IGO).

De Wikifin-tips

Vragen over uw wettelijk pensioen? Bel het nummer 1765, de pensioenlijn van de drie pensioeninstellingen.
In België kan u gratis naar het nummer 1765 bellen. Dat is ook vanuit het buitenland te bereiken via +32 78 15 1765 (betaalnummer). De pensioenlijn is op weekdagen te bereiken tussen 9 en 12 uur en tussen 13 en 17 uur.

U kan ook een mailtje sturen naar uw pensioeninstelling.

Neem contact op met de instelling die uw dossier behartigt: de FPD - Werknemerspensioenen (voor loontrekkenden), het RSVZ (voor zelfstandigen) of de FPD-Ambtenarenpensioenen (voor ambtenaren). Had u een ‘gemengde’ loopbaan, met dus verschillende arbeidsstatuten, dan kan u een van de twee instellingen contacteren.

  1. 1. U bent werknemer

    Bent u als werknemer van plan om tot uw 65ste te blijven werken? Goed nieuws: u hoeft zich nergens zorgen over te maken. De Pensioendienst (FPD), die instaat voor de berekening en de uitbetaling van pensioenen aan werknemers, zal automatisch uw pensioen berekenen op deze normale pensioenleeftijd zonder dat u hiervoor een aanvraag moet indienen en informeert u over uw  pensioenrechten.
    Als u zich identificeert, kan u uw pensioendossier op ieder moment inkijken via Mypension.be. U kan zich identificeren met uw elektronische identiteitskaart of met officiële identificatiecodes.

    Heeft u geen zin om op uw 65ste met pensioen te gaan? Dat hoeft ook niet! Mits akkoord van uw werkgever, kan u ook na uw 65ste verjaardag blijven werken. Vóór u een dergelijke beslissing neemt, informeert u maar beter bij uw pensioeninstelling of belt u de 1765.

    2. U bent zelfstandige

    Voor zelfstandigen verloopt de pensioenaanvraag niet automatisch. U moet zelf een pensioenaanvraag indienen, ten vroegste één jaar vóór de datum waarop u uw loopbaan wenst te beëindigen. Die aanvraag stuurt u naar het RSVZ (Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen) of de bevoegde dienst in uw gemeente. U kan ook rechtstreeks surfen naar de website: www.pensioenaanvraag.be.

    Als zelfstandige bent u niet verplicht om op uw 65ste met pensioen te gaan. Bij uw sociaal secretariaat krijgt u meer informatie hierover.

    3. U bent ambtenaar

    Voor zelfstandigen verloopt de pensioenaanvraag niet automatisch. U moet zelf een pensioenaanvraag indienen, ten vroegste één jaar vóór de datum waarop u uw loopbaan wenst te beëindigen. Die aanvraag stuurt u naar het RSVZ (Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen) of de bevoegde dienst in uw gemeente. U kan ook rechtstreeks surfen naar de website: www.pensioenaanvraag.be.

    4. U heeft in het buitenland gewerkt

    Heeft u gewerkt buiten de Europese Economische Ruimte (de 27 EU-lidstaten plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen)? Neem voor meer informatie contact op met de RSZ.

    De Wikifintips

    • Het pensioen van zelfstandigen en ambtenaren wordt niet automatisch aangevraagd. Denk er tijdig aan! Op www.socialsecurity.be vindt u een overzicht van alle formaliteiten rond uw pensioenaanvraag.
    • U kunt via MyPension.be uw vroegst mogelijke pensioendatum berekenen en in een later stadium zal u zelf simulaties kunnen maken.
  2. Nee. Als gepensioneerde verliest u uw sociale uitkering op het moment dat u uw eerste pensioen ontvangt. Misbruiken worden streng bestraft.

    Relevante sociale uitkeringen
    Na uw pensioen verliest u het recht op volgende uitkeringen:

    • werkloosheidsuitkering
    • conventioneel brugpensioen
    • ziekte-uitkering
    • invaliditeitsuitkering
    • tegemoetkomingen voor loopbaanonderbrekingen
    • tegemoetkomingen voor verminderde arbeidsprestaties (tijdskrediet, loopbaanonderbrekingen …).
       

    Aangifte
    Wie een sociale uitkering ontvangt, moet die aangeven aan zijn of haar pensioeninstelling. Daarvoor kan u het formulier voor afstand van uitkeringen downloaden, invullen en doorsturen naar de RVP als u een pensioen als loontrekkende ontvangt óf naar het RSVZ als u een pensioen als zelfstandige ontvangt.

    Diezelfde procedure geldt als uw echtgenoot of echtgenote een uitkering ontvangt terwijl u recht heeft op een gezinspensioen.

    Sancties
    Wees voorzichtig! Het niet aangeven van uw sociale uitkeringen leidt onmiddellijk tot sancties. Zo zal uw pensioen worden opgeschort tijdens de maanden waarin u een andere sociale uitkering ontvangt. Zelfs als u die uitkering slechts voor één dag ontving!

    Als uw echtgenoot of echtgenote een sociale uitkering ontvangt terwijl u ook een gezinspensioen ontvangt, zal u nog slechts het pensioen voor alleenstaanden ontvangen.

    Uitzondering
    Het overlevingspensioen kan gedurende een periode van 12 maanden (volledig of onvolledig, al dan niet op elkaar volgend) met een sociale uitkering worden gecumuleerd. In dat geval wordt het bedrag van het overlevingspensioen beperkt. Wil u uw pensioen met een uitkering combineren? Vul het formulier daarvoor in, laat het ondertekenen door uw ziekenfonds of de RVA en stuur het door naar uw pensioeninstelling.

  3. Het stelsel ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’ (brugpensioen), vervangt vanaf 1 januari 2012 het systeem voor vervroegd pensioen. Het geeft sommige oudere werknemers na ontslag recht op een bijkomende vergoeding van hun voormalige werkgever (of een sectoraal fonds). Zij ontvangen die vergoeding bovenop hun werkloosheidsuitkering.

    Voorwaarden
    U moet ontslagen zijn, recht hebben op een werkloosheidsuitkering, vallen onder een Collectieve Overeenkomst waarin werkloosheid met bedrijfstoeslag is voorzien én voldoen aan de voorwaarden qua leeftijd en loopbaan.

    Bedrag van de dubbele uitkering
    Voldoet u aan alle toekenningsvereisten, dan kan u maandelijks een dubbele uitkering ontvangen:

    • een werkloosheidsuitkering ten belope van 60 % van uw laatste bruto loon, met een plafond van 1 248 euro per maand;
    • een bedrijfstoeslag die de helft dekt van het verschil tussen uw laatste netto loon en uw werkloosheidsuitkering.
       

    Voor een nauwkeurige berekening van de vergoeding waarop u recht hebt, kan u terecht bij de RVA.

    Duur
    Werklozen met bedrijfstoeslag ontvangen het bedrag van de bedrijfstoeslag maandelijks tot ze 65 zijn. Dat blijft zo, zelfs indien ze opnieuw aan het werk gaan (op voorwaarde dat ze niet bij dezelfde werkgever aan de slag gaan).

    Meer informatie over werkloosheid met bedrijfstoeslag.

  4. Als uw echtgenoot of echtgenote overlijdt, kan u een overlevingspensioen aanvragen op basis van zijn of haar beroepsactiviteit in België als werknemer, zelfstandige of ambtenaar, óf in het buitenland als werknemer van een in België gevestigde werkgever.

    Sinds 2015 is de wetgeving rond het overlevingspensioen grondig gewijzigd door de invoering van een overgangsuitkering. De nieuwe regeling wordt toegepast wanneer de huwelijkspartner overlijdt na 31 december 2014, en houdt in dat wie niet voldoet aan de leeftijdsvoorwaarden om een overlevingspensioen te krijgen, eventueel recht heeft op een overgangsuitkering gedurende:

    • 12 maanden (zonder kinderlast);
    • 24 maanden (met kinderlast).
       

    Wie al een overlevingspensioen ontving volgens de vroegere wetgeving, blijft dat recht behouden.

    Meer info over de voorwaarden voor een overlevingspensioen.

    Aanvraag
    Werkte uw echtgenoot of echtgenote als werknemer of als zelfstandige, dan moet u uw aanvraag indienen bij de bevoegde dienst van uw gemeente of uw pensioeninstelling. Neem uw identiteitskaart en uw trouwboekje mee! Uw dossier wordt automatisch onderzocht als uw echtgenoot of echtgenote op het moment van zijn of haar overlijden reeds een pensioen ontving of zelf al een pensioenaanvraag had ingediend.

    Was uw echtgenoot of echtgenote ambtenaar, dan moet de aanvraag worden ingediend bij zijn of haar laatste werkgever. Kent u die niet? Richt u tot de Pensioendienst - Ambtenarenpensioenen (FPD). Was uw echtgenoot of echtgenote al met pensioen, dan opent de FPD automatisch een dossier voor een overlevingspensioen.

    Bedrag van het overlevingspensioen
    Hoe uw overlevingspensioen wordt berekend, hangt af van het arbeidsstatuut van uw overleden echtgenoot of echtgenote.

    Andere wijzigingen in uw gezinssituatie
    Ook andere wijzigingen in uw gezinssituatie (opnieuw huwen, echtscheiding, feitelijke scheiding) kunnen uw pensioen beïnvloeden. Voor meer informatie kan u steeds terecht bij uw pensioeninstelling.

  5. Als gescheiden persoon heeft u mogelijk recht op pensioen als gevolg van uw vroegere huwelijk. Win informatie in op de website van

  6. Voorwaarden

    Sinds 1 januari 2013 moest u 60,5 jaar oud zijn en 38 jaar loopbaan hebben vóór u met vervroegd pensioen kon. We spreken in dat verband over de ‘loopbaanvoorwaarde’.Geregulariseerde studiejaren tellen niet mee voor de loopbaanvoorwaarde.

    De leeftijd- en loopbaanvoorwaarden werden ondertussen geleidelijk opgetrokken. Sinds 2016 kan iemand pas met vervroegd pensioen als hij 62 jaar oud is en 40 jaar heeft gewerkt. Wie zeer lang gewerkt heeft zal onder bepaalde voorwaarden toch nog op 60 of 61 met pensioen kunnen.

    Als u op een bepaald moment voldoet aan de voorwaarden qua leeftijd en loopbaan, heeft u later altijd het recht om met vervroegd pensioen te gaan, op de datum waarop u dat wil.

    Aanvraag

    Wil u met vervroegd pensioen? Dien een aanvraag in bij uw pensioeninstelling of de bevoegde dienst in uw gemeente. U kan ook rechtstreeks surfen naar de website: www.pensioenaanvraag.be. Dat doet u bij voorkeur één jaar vóór u met pensioen wil.

    Uitzonderingen

    Sommige statutaire ambtenaren (rijdend personeel van de NMBS, militairen, politieambtenaren) kunnen nog altijd op een jongere leeftijd met pensioen. Werknemers met een speciaal statuut (burgerluchtvaart, zeevaart en mijnwerkers) kunnen vóór hun 60ste met pensioen als aan bepaalde voorwaarden werd voldaan.

    Let op: wie voltijds een werkloosheidsuitkering met bedrijfstoeslag ontvangt (het vroegere conventionele brugpensioen) kan geen vervroegd pensioen krijgen.

  7. De Pensioendienst (FPD) stort het pensioen van werknemers (met inbegrip van de contractuele ambtenaren) en zelfstandigen. De FPD betaalt ook meestal het pensioen van benoemde ambtenaren uit.

    Uitbetaling

    Het veiligst is om uw pensioen op een bankrekening te laten storten. Om uw pensioen te kunnen ontvangen, moet u uw bankgegevens meedelen aan uw pensioeninstelling, die u dan een invulformulier toestuurt.

    Bezwaar

    Is uw pensioen volgens u fout berekend? Signaleer dat aan uw pensioeninstelling. Komt u niet tot een akkoord daarmee, dan kan u zich richten tot de Ombudsdienst Pensioenen. In laatste instantie kan u aankloppen bij de Arbeidsrechtbank van het arrondissement waar u woont, óf bij een burgerlijke rechtbank (Rechtbank van Eerste Aanleg, Hof van Beroep) indien u ambtenaar bent.

    U had een gemengde loopbaan
    Eén gepensioneerde op drie had een gemengde loopbaan, wat betekent dat hij heeft gewerkt onder verschillende arbeidsstatuten (als werknemer, als zelfstandige of als ambtenaar). Bent u in dat geval? We raden u aan langs te gaan bij een Pensioenpunt; u vindt er in het hele land. Die dienst werkt overkoepelend voor de drie pensioeninstellingen. De specialisten staan voor u klaar!

    Elke pensioeninstelling onderzoekt uw pensioenrechten in het kader van het arbeidsstatuut dat onder haar bevoegdheid valt. Het bedrag van uw pensioen wordt berekend in verhouding tot de duur van uw loopbaan onder het overeenstemmende arbeidsstatuut.

    Meer informatie op: locatie en openingsuren van de Pensioenpunten

    Overzichtstabel

    Uw statuut Berekening pensioen Uitbetaling pensioen
    Loontrekkende Federale Pensioendienst (FPD) Federale Pensioendienst (FPD)
    Zelfstandige Het Rijksinstituut voor Sociale Verzekering van Zelfstandigen (RSVZ) Rijksdienst voor Pensioenen (RVP)
    Ambtenaar Federale Pensioendienst (FPD) Federale Pensioendienst (FPD)
    Gemengde loopbaan

    Pensioenpunt
    Afhankelijk van uw situatie

  8. De berekeningswijze hangt af van uw pensioenstelsel: werknemer, zelfstandige of ambtenaar. Ieder jaar in de maand mei ontvangen gepensioneerde loontrekkenden en sommige gepensioneerde ambtenaren vakantiegeld. Gepensioneerde zelfstandigen hebben daar geen recht op.

    1. U bent werknemer

    Een aantal elementen beïnvloeden de berekening van uw pensioen als werknemer:

    • de periodes waarin u effectief als werknemer heeft gewerkt. Sommige periodes waarin u niet of slechts deeltijds werkte, worden gelijkgesteld met effectieve arbeidsperiodes;
    • uw loon. Met andere woorden: wat u door uw werk verdiende (rekening houdende met bepaalde onder- en bovengrenzen);
    • uw gezinssituatie op het moment dat u uw pensioen ontvangt. Er worden twee tarieven gehanteerd: een tarief voor alleenstaanden en een tarief voor gezinnen.
       

    Voor elk jaar waarin u gewerkt heeft (met een maximum van 45 jaar), maakt de Pensioendienst volgende berekening:
    [(Totaal loon x herwaarderingscoëfficiënt)/45] x gezinssituatie (60 % of 75 %)

    Analyse van die formule
    In de formule wordt de herwaarderingscoëfficiënt gebruikt om uw loon aan te passen aan de huidige levensduurte. Het verkregen resultaat wordt gedeeld door 45, het aantal jaren van een volledige loopbaan. Het geheel wordt dan vermenigvuldigd met 60 % (voor alleenstaanden) of 75 % (voor gezinnen), in functie van uw gezinssituatie op het moment dat u uw pensioen ontvangt.

    Die formule levert een bedrag op: dat van uw pensioen voor één jaar arbeid. De Pensioendienst maakt die berekening voor ieder jaar waarin u als loontrekkende heeft gewerkt. Op het einde van uw loopbaan vertegenwoordigt de som van al die bedragen uw jaarlijks bruto pensioen.

    We zijn het met u eens dat de berekening van het wettelijk pensioen niet eenvoudig is! Nuttige toelichtingen vindt u op: berekening van het pensioen van werknemers.

    De Wikifintip

    • Werknemers die een zeer laag loon hadden, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op een gewaarborgd minimumpensioen. Voor meer informatie kan u terecht bij de FPD.

     

    2. U bent zelfstandige

    Het pensioen van zelfstandigen wordt met dezelfde regels berekend als dat van loontrekkenden. Daarbij wordt rekening wordt gehouden met een aanpassingscoëfficiënt omdat zelfstandigen minder hebben bijgedragen tijdens hun loopbaan. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de inkomsten vóór en die na 1984. Voor de jaren vóór 1984 ontvangt u een forfaitair pensioen (niet afhankelijk van de hoogte van uw inkomsten). Voor de jaren vanaf 1984 wordt het pensioen berekend op basis van de inkomsten waarop u sociale bijdragen heeft betaald.

    Net als in het geval van loontrekkenden, beïnvloedt uw gezinssituatie op het moment dat u uw pensioen krijgt (alleenstaande, gezin) het bedrag van uw pensioen.

    De Wikifintips

    • Het wettelijk pensioen van zelfstandigen ligt over het algemeen lager dan dat van werknemers. Het is dus een goed idee om als zelfstandige een aanvullend pensioen op te bouwen.
    • Onder bepaalde voorwaarden hebben zelfstandigen met een laag inkomen recht op een gewaarborgd minimumpensioen. Vraag informatie bij het RSVZ.

     

    3. U bent ambtenaar

    Voor de berekening van het wettelijk pensioen van benoemde ambtenaren gelden specifieke regels. Er wordt niet uitgegaan van uw totale wedde, maar van uw gemiddelde wedde in de laatste vijf jaar (of 10 jaar als u geen 50 jaar was op 1/1/2012) van uw loopbaan. Om uw jaarlijks bruto pensioen te berekenen, wordt die wedde vermenigvuldigd met het aantal gewerkte jaren in openbare dienst, en daarna gedeeld door 60.

    In tegenstelling tot wat geldt bij werknemers en zelfstandigen, heeft uw gezinssituatie geen invloed op het bedrag van uw pensioen als ambtenaar Er wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen gezinnen en alleenstaanden.

    Meer informatie over: het pensioen voor benoemde ambtenaren.

    4. U had een gemengde loopbaan

    Naargelang het type gemengde loopbaan (bijvoorbeeld: werknemer en zelfstandige óf ambtenaar en werknemer), onderzoekt elke betrokken pensioeninstelling uw pensioenrechten voor het statuut dat onder haar bevoegdheid valt. Uw pensioen wordt dan berekend in verhouding tot het aantal gepresteerde arbeidsjaren onder een bepaald arbeidsstatuut.  Als u meer dan 45 jaar loopbaan hebt, wordt alleen rekening gehouden met de 45 beste jaren.

    5. Schatting

    Wil u een juiste schatting van het bedrag van uw wettelijk pensioen, op basis van uw persoonlijke gegevens? U kan dat onder andere aanvragen via MyPension.be.

  9. Uw gezinssituatie kan inderdaad impact hebben op het bedrag van uw pensioen (behalve voor benoemde ambtenaren). Er gelden twee tarieven: het tarief voor alleenstaanden (60% ) en het tarief voor gezinnen (75%).

    Voorwaarden voor het gezinstarief
    U moet gehuwd zijn. Het gezinstarief geldt dus niet voor wettelijk samenwonenden. Uw echtgenoot of echtgenote mag zelf geen pensioen en geen uitkeringen (werkloosheid, ziekenfonds, …) ontvangen. Uw echtgenoot of echtgenote mag werken, zolang de inkomsten daaruit een bepaald plafond niet overschrijden.

    Meer informatie op: het tarief voor alleenstaanden en het gezinstarief

    De Wikifintips

    • Hebben u en uw echtgenoot of echtgenote recht op een pensioen als werknemer of zelfstandige, dan berekent de Pensioendienst automatisch de meest gunstige situatie. Ofwel ontvangt een van beiden een pensioen tegen gezinstarief, ofwel ontvangt u beiden een pensioen tegen het tarief voor alleenstaanden.

     

  10. Op uw pensioen moet u sociale bijdragen en personenbelastingen betalen. Ze worden afgehouden door de pensioeninstelling die u uw pensioen betaalt.

    Bijdrage gezondheidszorg (of ZIV-bijdrage): het gaat om een bijdrage aan de sociale zekerheid voor de financiering van de ziekte- en invaliditeitsverzekering. Daarvoor wordt 3,55% op het bruto bedrag (daarbij inbegrepen andere inkomsten zoals groepsverzekeringen) ingehouden als dat bedrag hoger is dan 1 709,07 euro voor gezinnen en 1 442,08 euro voor alleenstaanden.

    Met andere woorden: niet alle gepensioneerden betalen een ZIV-bijdrage.
    Onthoud dat de ZIV-bijdrage uw ziekenfonds-bijdrage niet vervangt. Ze geeft u trouwens geen enkel bijkomend recht op terugbetaling van geneeskundige zorgen.

    Meer informatie over: de ZIV-bijdrage.

    Solidariteitsbijdrage: dit is een bijdrage van maximaal 2 %. Ze wordt berekend op het geheel van uw pensioeninkomsten: uw wettelijk pensioen uiteraard, maar ook andere voordelen zoals een groepsverzekering. Het bedrag van uw bijdrage hangt af van het totaalbedrag van uw pensioen en uw gezinssituatie.

    Meer informatie over: de solidariteitsbijdrage.

    Bedrijfsvoorheffing: het gaat om een voorschot op uw belastingen. Om die afhouding te berekenen, wordt er rekening gehouden met uw bruto-pensioeninkomsten, uw aantal kinderen ten laste en uw gezinssituatie. Onder een bepaalde drempel bent u geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Zo worden ‘kleine’ pensioenen gespaard. De bedrijfsvoorheffing op uw pensioen ligt altijd lager dan de bedrijfsvoorheffing op een loon van hetzelfde niveau.

    Meer informatie over: de bedrijfsvoorheffing.

    Bent u gepensioneerd ambtenaar? Dan wordt er van uw pensioen ook een bijdrage voor een verzekering voor begrafeniskosten afgehouden. Ze bedraagt 0,5% van het bruto pensioen.

  11. De wet bepaalt een plafond dat uw pensioen niet mag overschrijden. Anderzijds worden ook de laagste inkomens beschermd. Werkte u minstens twee derden van een volledige loopbaan als werknemer, als zelfstandige of in beide arbeidsstatuten, dan heeft u recht op een gewaarborgd minimumpensioen.

    Bedrag van het minimumpensioen
    Vandaag bedraagt het minimumpensioen bij een volledige loopbaan:

    • 17.525,38 euro per jaar voor het gezinspensioen voor werknemers en zelfstandigen
    • 14 024,72 euro per jaar voor alleenstaande gepensioneerden in het regime werknemers
    • 13 804,22 per jaar voor overlevingspensioen in het regime werknemers. 
       

    Voor wie een volledige loopbaan achter de rug heeft, worden deze bedragen vanaf 2017 extra verhoogd met 0,7%.

    Meer informatie op: het gewaarborgd minimum voor werknemers
    Meer informatie op: het maximumpensioen voor werknemers.

    Meer informatie op: het gewaarborgd minimum voor zelfstandigen
    Meer informatie op: het maximumpensioen voor zelfstandigen

    Ligt uw ouderdomspensioen als ambtenaar onder het minimumbedrag van het gewaarborgd pensioen, heeft u recht op een ‘supplement gewaarborgd minimum’.

    Meer informatie op: het gewaarborgd minimum voor ambtenaren
    Meer informatie op: het maximumpensioen voor ambtenaren

  12. De pensioenbonus is afgeschaft sinds 1 januari 2015.

    De regels voor diegene die op vóór 31 december 2014 al in aanmerking kwamen voor de pensioenbonus blijven wel geldig.

    Meer informatie over de pensioenbonus.

  13. Senioren met een inkomen onder het bestaansminimum komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor de inkomensgarantie voor ouderen (IGO).

    Sinds 1 januari 2014 werden de modaliteiten van de IGO gewijzigd.

    Wie een IGO ontvangt die toegekend werd volgens de oude regels, blijft die rechten behouden volgens die oude regels. De huidige betalingsvoorwaarden zijn wel van toepassing. De FPD kan het recht op een IGO wel herzien op basis van de nieuwe regels omwille van een feit dat zich voordeed na 31 december 2013.

    De voornaamste wijzigingen kunt u hier raadplegen.

    Voorwaarden
    U moet de leeftijd van 65 hebben bereikt.
    U heeft uw hoofdverblijfplaats in België en verblijft daar ook (quasi) voortdurend, op enkele uitzonderingen na. Als u twijfelt, kan u contact opnemen met de FPD-Werknemers.

    Aanvraag
    De RVP onderzoekt of u voor inkomensgarantie in aanmerking komt wanneer uw pensioenrechten worden onderzocht, wanneer u al een pensioen als werknemer of zelfstandige ontvangt of wanneer u een tegemoetkoming of een integratiepremie ontvangt omwille van een handicap. Is dat niet het geval, dan kan u zelf een aanvraag indienen bij de FPD of de bevoegde diensten in uw gemeente. U kan die aanvraag online indienen via www.pensioenaanvraag.be.

    Bedrag van de IGO
    Het basisbedrag van de IGO is vandaag maximum 701,72 euro per maand voor een samenwonende en 1 052,58 euro per maand voor een alleenstaande.

    U moet de FPD op de hoogte houden van alle wijzigingen die de IGO kunnen beïnvloeden. Bv. wanneer de samenstelling van uw gezin verandert of bij een verandering van uw inkomsten.

    Meer informatie over de inkomensgarantie voor ouderen (IGO).