Eerste job en zoveel meer

Je komt net van school en gaat op zoek naar een eerste job. Beginnen werken is een belangrijk moment in het leven. Er breken spannende tijden aan en er komt heel wat op je af als je de schoolpoort achter je dichttrekt. Je bereidt je dus maar beter goed voor op dat moment.

Eerst moet je enkele administratieve zaken afhandelen zodat je juridisch in orde bent. Daarnaast moet je de belangrijke keuze maken of je in loondienst gaat, je een eigen zaak opstart, als ambtenaar gaat werken of aan een vrij beroep begint. Misschien opteer je ervoor om verschillende jobs te combineren.

Nog voor je start met jouw eerste job in loondienst, onderteken je meestal een arbeidscontract, een belangrijk document dat boordevol nuttige informatie staat. Eens aan de slag, wordt jouw eerste loon op je rekening gestort. Wat houdt een loonpakket precies in? Sommige werkgevers bieden bovenop het gewone maandloon een hospitalisatieverzekering of maaltijdcheques aan. Misschien spaart jouw werkgever voor jou in de tweede pensioenpijler. Andere houden het bij een vergoeding woon-werkverkeer. Verschillende onderdelen van je loonpakket vind je terug op je loonbrief. 

  1. Als je van de schoolbanken komt, moet je wat administratieve zaken regelen. Geen nood! Ze nemen niet veel tijd in beslag. Je zorgt er zo alvast voor dat je in orde bent als je enige tijd werkloos blijft.

    Schrijf je in als werkzoekende

    Pas afgestudeerd en niet onmiddellijk werk gevonden of slechts deeltijds aan de slag? Dan heb je er alle belang bij je in te schrijven als werkzoekende. Doe de inschrijving zeker! Je kan sociale rechten kwijtspelen door je niet in te schrijven. Zo kan je in de toekomst bijvoorbeeld een werkloosheidsuitkering geweigerd worden.

    Om je in te schrijven als werkzoekende ga je langs bij jouw gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling.

    • VDAB in het Vlaams Gewest
    • ACTIRIS in Brussel
    • Le FOREM in Wallonië
    • ADG in het Duitstalig landsgedeelte​
       

    Je kan de registratie ook online doen.

    Met je inschrijving als werkzoekende start je beroepsinschakelingstijd, de vroegere ‘wachttijd’.
    Je beroepsinschakelingstijd duurt een jaar. Heb je geen werk gevonden eens die periode voorbij is, dan heb je misschien recht op een uitkering, de inschakelingsuitkering.
    Sinds 1 januari 2015 zijn de voorwaarden verstrengd om een inschakelingsuitkering te verkrijgen. Je vindt op de website van de RVA de voorwaarden om in aanmerking te komen voor zo’n uitkering.

    Hoe sneller je bent ingeschreven bij jouw dienst voor arbeidsbemiddeling (de VDAB in Vlaanderen en ACTIRIS in Brussel), hoe sneller je beroepsinschakelingstijd start. De beroepsinschakelingstijd start sowieso ten vroegste op 1 augustus als je bent afgestudeerd in juni en je je direct inschreef bij de VDAB of ACTIRIS. Alleen wanneer je tijdens het schooljaar stopt met studeren, je afstudeert in tweede zit of in februari, start je beroepsinschakelingstijd vanaf het moment dat je je inschrijft bij de VDAB of ACTIRIS.

    Bij de VDAB en ACTIRIS kan je voor veel meer terecht dan voor je inschrijving als werkzoekende. Medewerkers van de VDAB en ACTIRIS helpen om een job te vinden en ondersteunen je bij het solliciteren. De VDAB en ACTIRIS controleren ook of je werkt zoekt. Ze bieden daarnaast ook opleidingen aan. Als je ingeschreven bent bij de VDAB, hou je best een sollicitatiewerkmap bij in je VDAB-profiel.

    Eens je werk hebt gevonden, hoef je je niet uit te schrijven bij de VDAB of ACTIRIS. Dat gebeurt automatisch. Je mag je uiteraard ook zelf uitschrijven. Dan zal je minder lang mailtjes ontvangen met werkaanbiedingen op jouw maat.

    De Wikifintips

    Als je studeert hebben je ouders in principe recht op kinderbijslag tot je 25ste verjaardag. Als je afstudeert of stopt met studeren, dan verliezen ze normaal gezien het recht op kinderbeslag vanaf de 1ste dag van de volgende maand. Er bestaan hierop wel uitzonderingen. Meer info over de kinderbijslag vind je bij het Federaal agentschap voor de kinderbijslag.

    Jouw ouders moeten hun werkgever informeren als jij start met werken. Herinner hen daaraan!

     

    Schrijf je in bij een ziekenfonds

    Als je studeert of in je beroepsinschakelingstijd zit, blijf je tot je 25ste via je ouders verzekerd bij het ziekenfonds.

    Ben je 25 jaar geworden, werk je, of is je beroepsinschakelingstijd om? Dan moet je je zelf aansluiten bij een ziekenfonds of bij de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.

    Die inschrijving is nodig om van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen te kunnen genieten. Het is een voor iedereen verplichte verzekering die een basisdekking in geval van ziekte en ongeval biedt: ze betaalt een deel terug van je ziektekosten (dokter, ziekenhuis, apotheker) en van je vervangingsinkomen. Deze verzekering maakt deel uit van de sociale zekerheid: de voordelen ervan zijn dezelfde bij alle ziekenfondsen en bij de Hulpkas. De bijdragen worden automatisch van je inkomen afgehouden. Zelfstandigen betalen hun bijdragen aan hun sociale verzekeringskas.

    Op de website van het RIZIV vind je een lijst van de ziekenfondsen in België waarbij je je kan aansluiten.

    Naast deze basisdekking ben je bij een ziekenfonds verplicht om aan te sluiten voor een aanvullende verzekering. Het is deze verzekering die bijvoorbeeld de sportkampen van je kinderen, de kost van een dieet, een geboorte- of adoptiepremie, … (deels) zal terugbetalen. De bijdragen voor deze extra verzekering en de dekkingen die ze biedt, verschillen tussen de ziekenfondsen. Het loont de moeite om het aanbod van de verschillende ziekenfondsen te vergelijken.

    In Vlaanderen betaal je ook 50 euro per jaar voor de zorgverzekering. De zorgverzekering betaalt een vergoeding van 130 euro per maand aan ernstig en langdurig zorgbehoevenden. Elke inwoner van het Vlaamse Gewest ouder dan 25 jaar moet hierop inschrijven; inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen er onder bepaalde voorwaarden op inschrijven. De zorgverzekering komt bovenop de verplichte verzekering van het ziekenfonds.

    De Wikifintips

    De verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en de verplichte aanvullende verzekering, betalen slechts een deel van je ziektekosten. Daarom sluiten nogal wat mensen een aanvullende hospitalisatieverzekering af, want de ziekenhuisfactuur kan behoorlijk oplopen.
 Misschien sloten je ouders een hospitalisatieverzekering af voor heel hun gezin. Je kan die hospitalisatieverzekering misschien op jouw eigen naam voortzetten. Dat moet niet, maar kan wel voordelig zijn. Een hospitalisatieverzekering is niet verplicht.
    Sommige werkgevers bieden hun medewerkers een hospitalisatieverzekering aan, als een extra looncomponent. Controleer zeker of die aangeboden hospitalisatieverzekering voldoende garanties en dekking biedt.

     

  2. Wie voor de overheid werkt, is een ambtenaar. Er bestaan contractuele en statutaire ambtenaren. Vandaag worden steeds meer ambtenaren contractueel aangeworven en steeds minder ambtenaren worden tot statutaire ambtenaar benoemd.

    Hieronder geven we een schematisch overzicht van enkele algemene principes om het onderscheid tussen beide te verduidelijken. Er gelden echter verschillende regelingen tussen federale, gewestelijke en lokale niveaus.

    AMBTENAREN Statutair Contractueel
    Wat? Geen individueel arbeidscontract; na stage volgt de eedaflegging die zorgt voor benoeming tot federaal ambtenaar. Met individueel arbeidscontract (van bepaalde of onbepaalde duur).
    Aanwerving? Via Selor, zelfde proces als contractuelen. Via Selor, zelfde proces als statutairen.
    Carrière? Functies zijn onderverdeeld in vier niveaus: D, C, B en A. Beperktere doorgroeimogelijkheden dan statutairen.
    Loon? Start op zelfde niveau als contractuelen, maar evolueren naar hogere loonschalen. Start op zelfde niveau als statutairen, stijgt minder snel dan bij statutairen.
    Pensioen? Pensioenberekening op basis van het loon van de laatste tien jaar van de loopbaan. Pensioenberekening op basis van alle jaren van de loopbaan.
    Werkzekerheid? Ontslag enkel mogelijk in een beperkt aantal gevallen. Ontslag kan, na opzegtermijn of opzegvergoeding.
    Bij ziekte? Loon blijft doorbetaald, maar wanneer een bepaald maximum wordt overschreden, verander je naar statuut 'disponibiliteit wegens ziekte' (met maandelijks wachtgeld, 60% van de laatste activiteitswedde) Na enkele dagen vergoeding via het ziekenfonds.

    Uitgebreide informatie over werken bij de overheid vind je op http://www.fedweb.belgium.be, het portaal voor federaal overheidspersoneel.

  3. Je hebt de job te pakken! Nu rest enkel nog het arbeidscontract, ook arbeidsovereenkomst genoemd, te ondertekenen.

    Enkele veel voorkomende arbeidscontracten zijn:

    Type contract? Wat?
    Contract voor onbepaalde duur Dat contract heeft een begin- maar geen einddatum. Als je een vaste job hebt, heb je zo’n contract ondertekend. Dit soort arbeidscontract is de algemene regel.
    Contract voor bepaalde duur Een contact van bepaalde duur heeft een duidelijk bepaalde begin- en einddatum. Zo’n contract wordt vaak gebruikt bij een tijdelijke opdracht.
    Een werkgever mag maximaal vier opeenvolgende overeenkomsten afsluiten met eenzelfde werknemer en dat voor een totale duur van twee jaar.
    Interimcontract voor een uitzendkracht Het is een overeenkomst afgesloten tussen een interimbureau en een werknemer. Je bent in dienst van het interimkantoor en niet van het bedrijf waarvoor je werkt. Zo’n contract geldt vaak voor een week en kan eventueel verlengd worden. Je bouwt met een interimcontract geen anciënniteit op, maar je teller loopt wel voor je pensioenopbouw.
    Een interimkantoor moet slechts 11,11% bedrijfsvoorheffing inhouden op je loon. Door die lage inhouding moeten veel uitzendkrachten later, als zij de belastingaanslag krijgen, een groot deel belastingen bijbetalen. Om dat te vermijden, kan je als uitzendkracht vragen dat het interimbureau meer bedrijfsvoorheffing inhoudt dan die 11,11%. Of bewust hiervoor sparen en al wat geld opzij houden.

    Een arbeidscontract bevat veel kleine lettertjes. Je doet je er goed aan het grondig door te nemen vooraleer je het ondertekent. Zo kom je niet voor onaangename verrassingen te staan.

    Vooraleer je effectief een arbeidscontract ondertekent, controleer of dit er zeker in staat:

    • De naam en het adres van jezelf en je werkgever,
    • het soort contract (onbepaalde duur, bepaalde duur, deeltijds, …),
    • de datum wanneer je start in jouw nieuwe job (en stopt als je een contract van bepaalde duur tekent),
    • de aard van het werk dat je gaat doen,
    • jouw functie en eventueel een functieomschrijving,
    • de plek waar je gaat werken,
    • jouw loon en eventueel andere voordelen (zoals een bedrijfswagen, een hospitalisatieverzekering, maaltijdcheques, …).
       

    Op de website van FOD Werkgelegenheid vind je meer info over de bestanddelen van een arbeidsovereenkomst.

    Om jongeren sneller aan een job te helpen, werden diverse initiatieven genomen door de overheid. Zo werden o.a. de startbaanovereenkomst en de beroepsinlevevingsovereenkomst ontwikkeld.

    Als je in het kader van een van je arbeidsovereenkomst geniet van een van deze maatregelen informeer je best naar de concrete gevolgen hiervan (op de duur van je contract, je loon, de opbouw van je pensioen, …)

    Startbaanovereenkomst Die is enkel bedoeld voor jongeren tot 25 jaar die ingeschreven zijn als werkzoekende. Ze heeft als doel jongeren zo snel mogelijk in te schakelen op de arbeidsmarkt nadat ze de school verlaten hebben. Jongeren kunnen via een startbaanovereenkomst gedurende een jaar werkervaring opdoen. Het is ook gekend als het Rosetta-plan.
    Beroepsinlevingsovereenkomst (BIO) Met zo’n overeenkomst kun je op vrijwillige basis een betaalde stage doen in een bedrijf. Een beroepsinlevingsovereenkomst is geen echte arbeidsovereenkomst, maar een opleidingscontract. Als je wil werken via een BIO, moet je eerst bij de VDAB of ACTIRIS langs gaan.
    Individuele beroepsopleiding (IBO) Als je een IBO-contract afsluit, volg je gedurende 1 à 6 maanden een opleiding op de werkvloer. Het is bedoeld voor werklozen die ervaring willen opdoen in een bedrijf. Je ontvangt een beperkt inkomen tijdens jouw IBO.

    Ook voor langdurig werklozen werden verscheidene initatieven opgericht.

    Op de website www.aandeslag.be vind je een overzicht van de overheidsmaatregelen die als doel hebben de tewerkstelling te bevorderen. Op deze site vind je een overzicht van de voordelen en premies waarop jij en jouw huidige of toekomstige werkgever recht hebben indien je gebruik maakt van zo’n tewerkstellingsmaatregelen.

    De Wikifintips

    Zorg ervoor dat je arbeidsovereenkomst in orde is vooraleer je start op je nieuwe job. Zowel jij als je werkgever moeten een origineel getekend exemplaar van de overeenkomst krijgen.

  4. Voor je op sollicitatiegesprek gaat, is het goed na te denken over je loonsverwachtingen. De kans is groot dat je toekomstige werkgever tijdens het gesprek vraagt hoeveel je wil verdienen.

    Je kan op het internet opzoeken hoeveel iemand met dezelfde opleiding en ervaring als jij verdient. Tik in een zoekrobot bijvoorbeeld “gemiddeld loon kassierster” in. Binnen enkele kliks vind je die info zeker terug. Pols ook eens bij vrienden of kennissen die een gelijkaardige job uitoefenen. Je kunt ook controleren onder welk paritair comité jouw job valt. Een paritair comité legt voor een sector minimumlonen vast. 

    Het brutoloon is de vertrekbasis van je loon. Het is de som van het contractueel bepaald loon en eventuele toeslagen voor overuren, premies of bonussen, … Dat bedrag ontvang je niet op je bankrekening. Je werkgever houdt daarop bijdragen voor de sociale zekerheid en belastingen (bedrijfsvoorheffing) in. Wat overblijft is je nettoloon. En dat bedrag ontvang je effectief.

    Naast het brutoloon biedt je toekomstige werkgever misschien ook extralegale voordelen aan. Denk bijvoorbeeld aan een bedrijfswagen, sparen in de tweede pensioenpijler, een hospitalisatieverzekering, maaltijd- en ecocheques, een gsm-abonnement, … Over extralegale voordelen kan je het hebben tijdens de onderhandelingen over je loon. Als het voorgestelde brutoloon voor jou niet voldoende is, kun je misschien extralegale voordelen als supplement voorstellen. Extralegale voordelen kosten de werkgever vaak minder dan een hoger brutoloon en zijn dus ook voor hem interessant.

    Een vaak voorkomend extralegaal voordeel voor loontrekkenden is het aanvullend pensioen: sparen in de zogenaamde tweede pijler. Het wettelijke pensioen zorgt voor een basisinkomen, maar dat is vaak niet genoeg om comfortabel rond te komen.
    Via de tweede pijler spaar je een bijkomende som – een aanvullend pensioen – die wordt uitgekeerd eens je met pensioen gaat. Jouw werkgever kiest hoe hij spaart voor je aanvullend pensioen: via een groepsverzekering of via een pensioenfonds. Je werkgever stort maandelijks een bijdrage aan een pensioeninstelling. Dat bedrag staat op je loonbrief vermeld.
    Je ontvangt je aanvullend pensioen ten vroegste op de datum van je wettelijke pensioen (tenzij bij enkele specifieke uitzonderingen).

    Eens je gestart bent als werknemer, ontvang je maandelijks je loonbrief op papier of digitaal. Je kan op dat document controleren of je loon overeenstemt met je prestaties, of de inhoudingen voor de sociale zekerheid en de belastingen juist zijn, of je afwezigheden correct werden geregistreerd, …

    Het is belangrijk te begrijpen wat er precies op een loonfiche staat. Niet enkel het “netto te betalen bedrag” is interessant; ook andere bedragen en informatie zijn van belang.

  5. Minimumloon

    Je hebt altijd recht op een minimumloon. In de privésector worden lonen via collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) bepaald. Ook wanneer er geen loonschaal bij cao is vastgelegd, heb je toch recht op het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GMMI). Op de website van de Nationale Arbeidsraad staat een tabel met de minimumlonen.

    Vakantierechten

    Je vakantierechten hangen af van het aantal dagen dat je werkte in het voorbije kalenderjaar. Je hebt recht op minimum 20 dagen vakantie als je het vorige jaar volledig hebt gewerkt. Als je echter net aan de slag bent, heb je in principe geen recht op vakantie, aangezien je het voorbije jaar niet werkte.

    Voor de privésector werd hiervoor specifiek voor jonge werknemers de ‘jeugdvakantie’ in het leven geroepen. Wie jonger is dan 25 jaar en het jaar vooraf minstens een maand heeft gewerkt, kan toch vier weken betaalde vakantie krijgen. De RVA betaalt deze jeugdvakantiedagen. De jeugdvakantie-uitkering is begrensd. Je ontvangt minder dan je normale brutoloon. De aanvraag tot jeugdvakantie moet je registeren via de website van de RVA. Voor vijftigplussers bestaat de ‘seniorvakantie’, een tegenhanger van de jeugdvakantie. De seniorvakantie is een vakantiestelsel bedoeld voor werknemers van 50 jaar of ouder die na een lange tijd niet gewerkt te hebben opnieuw aan de slag gaan.

    Er bestaat ook de ‘aanvullende vakantie’. Deze vorm van vakantie werd in het leven geroepen voor werknemers die hun werk aan- of hervatten. Dat kan bijvoorbeeld gaan om werknemers die na een lange periode van werkloosheid opnieuw beginnen te werken, werknemers die terug aan de slag gaan nadat ze loopbaanonderbreking genomen hebben of werknemers die terug werken na langdurige ziekte.

    De vakantieregeling is anders voor wie als ambtenaar bij de overheid aan de slag gaat. Daar krijg je direct al een aantal vakantiedagen. Dat aantal vakantiedagen hangt af van wanneer je in het jaar start met werken.

  6. Je leert best gauw hoe bewust en goed met je geld om te gaan. Je geldzaken op orde krijgen en houden doe je door een duidelijke financiële administratie aan te leggen. Een huishoudboekje of een budgetplanner kunnen daarbij helpen. Het geeft een overzicht van, en meer inzicht in je geldzaken. Je ziet ook duidelijk hoeveel je over hebt op het einde van de maand.

    Hoe lang moet je bepaalde documenten bijhouden?

    Alles wat te maken heeft met je medische gegevens, documentatie over geboorte, adoptie, huwelijk, scheiding, aktes bij een notaris, diploma’s … moet je levenslang bijhouden.

    Maandelijkse loonfiches moet je minimum tien jaar bijhouden. Het jaarlijkse overzicht van je loon hou je best bij tot aan je pensioen, net zoals het jaarlijks uittreksel van de Rijksdienst voor Pensioenen met je loongegevens voor de berekening van je pensioen. Beide overzichten ontvang je van je werkgever.

    Alles over je pensioen kan je ook bekijken op www.mypension.be. Daar vind je een persoonlijk overzicht van jouw pensioenrechten.

    Fiscale documenten, dus alles wat te maken heeft met je belastingaangifte, moet je zeven jaar bijhouden. Dat houdt niet alleen een kopie van de belastingaangifte in. Ook de noodzakelijke documenten om je belastingaangifte te kunnen bewijzen (zoals loonfiches, facturen, attesten, …) moet je bijhouden. Meer en meer Belgen vinden hun weg naar www.myminfin.be. Daar vind je alles wat te maken heeft met je personenbelastingen.

    Bankdocumenten, zoals je rekeninguittreksels, hou je vijf jaar lang bij. Hebben de documenten iets te maken met een lening? Dan moet je ze tien jaar bij je houden. Ook alle documenten in verband met bouw- en renovatiewerken moet je tien jaar bewaren. Verzekeringscontracten die te maken hebben met aansprakelijkheid (zoals bijvoorbeeld een autoverzekering) moet je tien jaar bijhouden.

    Meer info over welke documenten je moet bewaren en hoe lang, vind je op de website van de Vlaamse overheid.

  7. Hoe je jouw nieuwe werkplek bereikt, hangt deels af van waar ze gelegen is. Niet elke werkplek ligt nabij een trein- of busstation. Sommige stadscentra zijn op hun beurt met de auto moeilijk of zelfs helemaal niet bereikbaar. Laat staan dat je daar een parkeerplaats kan vinden.

    Elk type vervoersmiddel heeft zijn voor- en nadelen. Bereken je budget en vergelijk met andere oplossingen (openbaar vervoer, fiets, autodelen, enz.). Het is aan jou om de ideale mobiliteitsoplossing voor jezelf te vinden.

    Sommige vervoersmiddelen worden door je werkgever gepromoot. Denk aan de tussenkomsten voor woon-werkverkeer als je met de trein reist, of een kilometervergoeding als je met de fiets komt. Sommige werkgevers bieden zelfs een auto aan.

    Een eigen auto hebben is gemakkelijk, maar de aankoop en het onderhoud van een auto brengen heel wat kosten mee (verzekering, taksen, …).  Als je een auto niet vaak nodig hebt, is autodelen misschien een interessante oplossing. Enkele websites over autodelen:

    Meer en meer bedrijven laten hun werknemers één of meerdere dagen per week van thuis uit werken. Soms heeft een bedrijf ook regionale kantoren waar je terecht kan. Dat heet decentraal werken. Je vaste bureau is bijvoorbeeld in Brussel op het hoofdkantoor. Twee dagen per week werk je echter vanuit een satellietkantoor in Antwerpen, nabij je woonplaats. Dat bespaart je alvast heel wat pendeluren.