Ziekte, invaliditeit, burn-out, ongeval, … wat doe je als werknemer?

Als je gezondheid je in de steek laat en je niet meer kan werken, word je met heel wat administratie geconfronteerd. Ben je werknemer en is je afwezigheid op het werk van korte duur, dan is er geen impact op je loon. Eens je voor een langere periode afwezig bent door ziekte, wordt je loon niet zomaar doorbetaald. Na een jaar kan je “op invaliditeit” gezet worden. En het moet je maar overkomen, een ongeval op het werk! De gevolgen kunnen zwaar zijn, zowel voor jezelf als voor je omgeving.

Misschien voel je je op het werk niet meer goed in je vel en loeren een burn-out en stress. Eén ding is zeker, je staat er niet alleen voor. Gespecialiseerde organisaties kunnen je helpen. Ook bij een vakbond kan je met zulke problemen terecht. 

  1. Als je ziek bent en je bent niet in staat om te werken, dan moet je:

    1. zo snel mogelijk je werkgever hiervan op de hoogte brengen (de termijn staat vermeld in jouw arbeidsreglement);
    2. tijdig je doktersbriefje aan je werkgever bezorgen;
    3. indien jouw werkgever een controlearts stuurt, een medisch onderzoek ondergaan.
       

    Als die drie zaken niet in orde zijn, kan je werkgever weigeren je gewaarborgd loon te betalen. Tijdens de eerste 30 dagen van je ziekte heb je als werknemer recht op gewaarborgd loon.

    Na deze periode van 30 dagen word je als werknemer geconfronteerd met een grote terugval in je inkomen. Het is vanaf dan niet langer de werkgever die het loont betaalt. Via jouw ziekenfonds ontvang je van de sociale zekerheid als langdurig zieke nog zo’n 60% van een begrensd brutoloon (het bedrag is dus geplafonneerd). Het RIZIV geeft over deze bedragen meer info op zijn website.

    Als je langer dan 30 dagen arbeidsongeschikt bent wegens medische redenen, dan moet je jouw ziekenfonds een ‘getuigschrift van arbeidsongeschiktheid’ – ook bekend onder de naam document ‘Vertrouwelijk’ – bezorgen. Het is jouw behandelende arts die dat formulier moet invullen. Hij moet ook de waarschijnlijke einddatum van jouw arbeidsongeschikheid hierop invullen. Indien je jouw ziekenfonds niet tijdig verwittigt, verlies je een deel van je ziektevergoeding. Meer informatie hierover vind je bij je ziekenfonds of je personeelsdienst. Als terug gaat werken, moet je jouw ziekenfonds niet verwittigen. Je erkenning en de betaling van je uitkeringen worden automatisch stopgezet. Ga je echter opnieuw aan de slag vóór de einddatum die werd doorgegeven aan het ziekenfonds, dan moet je wel een bewijs van arbeidshervatting aan je ziekenfonds bezorgen. Begin ook nooit opnieuw te werken zonder dat aan te vragen aan de adviserend geneesheer.

    Vraag bij (langdurige) ziekte bij jouw personeelsdienst of er geen “verzekering gewaarborgd loon bij ziekte” bestaat in je bedrijf. Met deze verzekering krijg je een supplement bovenop het bedrag dat je van de mutualiteit ontvangt. Controleer dat ook indien je moederschapsrust opneemt. En denk aan je hospitalisatieverzekering. Misschien neemt die bepaalde kosten voor haar rekening, ook al word je niet gehospitaliseerd.

    Vanaf het tweede jaar arbeidsongeschiktheid door ziekte of een ongeval begint de invaliditeit. Wanneer je als werknemer, contractuele ambtenaar of zelfstandige door ziekte of een ongeval niet meer kan werken, heb je recht op een vervangingsinkomen.

    Op de website van het RIZIV vind je meer info over arbeidsongeschiktheid.

    Voor statutaire ambtenaren bestaat een specifieke regeling. Hierover vind je meer informatie op http://www.fedweb.belgium.be.

    Ben je zelfstandige en word je ziek? Dan heb je recht op een vervangingsinkomen.

  2. Werk je in de privésector? Als je een ongeval hebt op het werk of onderweg van en naar het werk waardoor je tijdelijk volledig arbeidsongeschikt bent, dan heb je recht op een gewaarborgd inkomen. Dat bedrag is geplafonneerd tot een bepaald niveau. Deze uitkering wordt gedaan via de arbeidsongevallenverzekeraar. Meer info over tijdelijke arbeidsongeschiktheid (TAO).

    Voor ambtenaren bestaat er een specifiek, maar vergelijkbaar stelsel.

    Het Fonds voor Arbeidsongevallen waakt erover dat de rechten van arbeidsongevallenslachtoffers gerespecteerd worden.

    Zelfstandigen zijn niet verzekerd tegen arbeidsongevallen zoals werknemers uit de privésector of ambtenaren. Zelfstandigen hebben bij een arbeidsongeval recht op ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, specifiek voor zelfstandigen.

    Meer algemene info over een ongeval op het werk.

    De Wikifintips

    Alle werkgevers zijn verplicht om een verzekering tegen arbeidsongevallen af te sluiten bij een erkende verzekeraar. Vergeet niet dat je ook werkgever bent indien je een schoonmaakster, een tuinier of ander huispersoneel bij je thuis in dienst hebt. Je moet als werkgever werknemers vanaf hun eerste werkdag verzekeren tegen arbeidsongevallen. Als dit niet gebeurd is, kan de werknemer zijn niet-verzekerde ongeval bij het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO) aangeven. Het FAO zal hem vergoeden. Maar het zal de betaalde vergoedingen van de werkgever terugvorderen De werkgever krijgt ook een boete omdat hij de verzekeringsplicht niet naleefde. Wie huispersoneel met dienstencheques in dienst heeft, hoeft echter geen ongevallenverzekering af te sluiten.

  3. Indien je langer dan een jaar arbeidsongeschikt bent, word je beschouwd als invalide. Jouw ziekenfonds bezorgt aan het RIZIV een dossier met je medische gegevens. Het RIZIV beslist of je het statuut van invalide krijgt. Zij bepalen ook of iemands statuut van invaliditeit verlengd wordt.

    Als je invalide bent, heb je recht op een vervangingsinkomen: een invaliditeitsuitkering. Het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van die uitkeringen zijn voor iedere persoon anders. Het ziekenfonds betaalt deze uitkering. Op de website van het RIZIV en de website van je eigen ziekenfonds vind je hierover gedetailleerde info.

    Als je het werk opnieuw aanvat na een periode van invaliditeit, dan moet je altijd een bewijs van arbeidshervatting indienen bij je ziekenfonds.

    Vooraleer je invalide wordt, doorloop je verschillende fases met bijhorende uitkeringen.

    Voor loontrekkenden:

    • Eerste fase, meestal 30 dagen: je ontvangt van je werkgever een “gewaarborgd loon”
    • Tweede fase, na 30 dagen: je wordt via het ziekenfonds betaald. Je loon ligt een stuk lager tenzij je werkgever een extra “verzekering gewaarborgd loon” heeft voorzien. Dat noemt men de primaire arbeidsongeschiktheid
    • Derde fase, na één jaar arbeidsongeschiktheid: je treedt in invaliditeit en hebt recht op een vervangingsinkomen.
       

    Voor zelfstandigen geldt de eerste fase niet.

    gewaarborgd loon

    Enkele financiële tips bij langdurige arbeidsongeschiktheid door ziekte of ongeval:

    1. Zoek uit wat de gevolgen zijn voor je inkomen
      Controleer bij jouw personeelsdienst hoe lang je werkgever je loon zal betalen. Bij langdurige ziekte zal je na een tijdje een vervangingsinkomen ontvangen, maar dat zal lager liggen dan jouw maandelijkse loon. Vraag aan je werkgever of er een “verzekering gewaarborgd loon” werd afgesloten, waardoor het verschil (gedeeltelijk) gecompenseerd wordt.
    2. Andere verzekeringen zorgen misschien voor extra inkomen
      Misschien sloot je in het verleden een individuele ongevallenverzekering af. Controleer bij je verzekeraar of je recht hebt op een uitkering. Betaal je nog een hypothecaire lening af? Dan kan je misschien genieten van de verzekering “gewaarborgd wonen” van de Vlaamse Overheid.
    3. Kijk of je in aanmerking komt voor extra voorzieningen of hulp
      Mensen met een beperking, hebben vaak recht op extra hulp. Denk maar aan poets- en strijkhulp. Informeer bij je ziekenfonds, het OCMW van je gemeente of een Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW).
    4. Check je toeslagen en recht op andere subsidies
      Door de verandering in je inkomen heb je misschien recht op hogere toeslagen en subsidies. Misschien verhoogt je kindergeld of heb je recht op een studiebeurs. Informeer bij je ziekenfonds of het OCMW.
    5. Kijk naar je pensioen
      Normaal gezien worden periodes van ziekte en invaliditeit volledig gelijkgesteld voor je pensioenopbouw. Je kan altijd even controleren bij je personeelsdienst, vakbond of ziekenfonds of je pensioen weldegelijk verder wordt opgebouwd.
  4. De voorbije jaren is er steeds meer sprake van de gevolgen van pesten op het werk, burn-out, depressie, slaapstoornissen, stress door het werk, … Dat zijn psychosociale risico’s.

    Uiteraard is het belangrijk om zulke risico’s te voorkomen. Maar als je dergelijke psychosociale problemen hebt, weet dan dat je hier niet alleen voor staat.

    Iedere werkgever moet een dienst voor preventie en bescherming op het werk oprichten. Zo’n dienst bekommert zich om het welzijn op het werk.

    Misschien is er binnen je bedrijf ook een vertrouwenspersoon aangesteld bij wie je terecht kunt met psychosociale problemen. Je vindt zijn of haar naam in het arbeidsreglement. Je kunt met vragen en problemen ook terecht op www.voeljegoedophetwerk.be. Via het Belgisch Kenniscentrum over het welzijn op het werk (BeSWIC) kun je uitgebreide informatie verkrijgen over welzijn op het werk.

    Je kan met psychosociale problemen ook terecht bij jouw vakbond en bij je huisarts.

  5. Je kan terecht bij een vakbond voor:

    • juridisch advies,
    • begeleiding bij het betwisten van ontslag,
    • de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen en aanverwante uitkeringen,
    • informatie over werkloosheid,
    • het bespreken van individuele problemen in verband met je beroep,
    • vragen over je arbeidscontract, je rechten als werknemer, vakantie …,

    •  

    Je bent niet verplicht om lid te worden van een vakbond. 75% van de Belgische werknemers is lid van een vakbond.

    In België heb je drie erkende vakbonden: ABVV (Algemeen Belgisch Vakverbond, de socialistische vakbond), ACLVB (Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België, de liberale vakbond) en ACV (Algemeen Christelijk Vakverbond, de christelijke vakbond).