Krijgt u een aanvullend pensioen?

Het is mogelijk dat u rechten op een aanvullend pensioen opbouwt terwijl u werkt. Als u werknemer bent, dan is het uw werkgever die dit eventueel aanbiedt. Als zelfstandige kunt u het zelf opbouwen. Wanneer u met pensioen gaat, krijgt u dit aanvullend pensioen bovenop uw wettelijk pensioen, ofwel in één keer, als kapitaal, ofwel gespreid in de tijd, bv. in maandelijkse renten.

Vanwaar komt het geld voor uw aanvullend pensioen?

Aanvullend pensioenUw werkgever kan beslissen om een aanvullend pensioen op te bouwen voor één of meerdere van zijn werknemers. Hij voert dan een pensioenplan in.

Om het aanvullend pensioen op te bouwen, worden bijdragen gestort aan een pensioeninstelling. Dit kan een pensioenfonds of een verzekeringsonderneming zijn. Een aanvullend pensioen via een verzekeringsonderneming wordt een groepsverzekering genoemd.

De werkgevers zijn wettelijk verplicht om de bijdragen voor het aanvullend pensioen te storten aan een pensioeninstelling. Zij mogen deze bijdragen bijgevolg niet binnen hun onderneming houden. Deze wettelijke verplichting wil de werknemers beschermen tegen de mogelijke gevolgen van een faillissement van hun werkgever. Het zou bijzonder jammer zijn dat ze bij een faillissement niet alleen hun job, maar ook hun opgebouwd aanvullend pensioen zouden verliezen.

De werkgever betaalt meestal zelf een bijdrage (werkgeversbijdrage) voor het aanvullend pensioen. Maar vaak moet ook de werknemer meebetalen (werknemersbijdrage). De werkgever stort dan een deel van het loon door aan de pensioeninstelling.

Het is ook mogelijk dat een bedrijfssector een aanvullend pensioen organiseert voor alle werknemers die in die sector werken. Zo bestaan er bijvoorbeeld sectorplannen in de bouwsector, de voedingsnijverheid, de scheikundige nijverheid, de non-profitsector, enz. 

Het pensioenreglement legt de spelregels vast van het pensioenplan. Dat pensioenreglement kan u opvragen bij uw werkgever of bij de pensioeninstelling.

Meer gedetailleerde informatie over hoe het aanvullend pensioen voor werknemers juist werkt vindt u hier.

Als zelfstandige kunt u zelf geld opzijzetten voor uw vrij aanvullend pensioen. Ook voor zelfstandige bedrijfsleiders kan de vennootschap een aanvullend pensioen opbouwen.

Verschillende soorten aanvullend pensioen

In het pensioenreglement staat beschreven welk type aanvullend pensioen u zal krijgen: een aanvullend pensioen met een "vaste prestatie", of een met "vaste bijdragen".

  • Pensioenplan van het type vaste prestaties

Bij een pensioenplan van het type vaste prestaties staat op voorhand vast hoeveel u bij uw pensionering zal krijgen: het bedrag zal onder andere afhangen van het aantal jaren dat u gewerkt hebt en de hoogte van uw loon.

Twee voorbeelden van wat een vaste prestatie kan zijn:

  • een kapitaal dat gelijk is aan het bedrag van uw laatste maandwedde, vermenigvuldigd met uw aantal dienstjaren bij de werkgever;
  • een jaarlijkse vergoeding (rente) die gelijk is aan één procent van uw gemiddelde loon over heel uw loopbaan bij de werkgever, voor ieder jaar van die loopbaan.

Het pensioenreglement legt vast wat u uiteindelijk zal krijgen als het zover is (dit is de beloofde prestatie). Om het aanvullend pensioen op te bouwen, worden bijdragen gestort aan de pensioeninstelling. De pensioeninstelling belegt deze bijdragen. Als op het einde van de rit blijkt dat de opgebouwde bedragen niet voldoende zijn om wat u beloofd werd uit te betalen, moet de werkgever bijbetalen.

Meer informatie over het pensioenplan van het type vaste prestaties.

  • Pensioenplan van het type vaste bijdragen

Bij dit type liggen enkel de bijdragen vast die jaarlijks moeten worden gestort aan de pensioeninstelling. De betaalde bijdragen worden belegd en uw aanvullend pensioen is afhankelijk van de opbrengst van die belegging. Die opbrengst noemen we ook wel het rendement of de intrestvoet.
Het aanvullend pensioen dat u uiteindelijk zal krijgen, is dus afhankelijk van het resultaat van de beleggingen, wat erg kan schommelen.
Soms wordt door de werkgever of door de pensioeninstelling een vast rendement beloofd. Daarnaast zorgt de wet ervoor dat u recht heeft op een minimumrendement. Bij uw pensionering hebt u dus minstens recht op de gestorte bijdragen met daarbovenop de wettelijk vastgestelde intrestvoet.
De bedragen die u bij dit type van pensioenplan uiteindelijk uitbetaald krijgt, hangen dus voor een deel af van de beleggingsopbrengsten. In welke mate u uw uitgavenpatroon met die bedragen zal kunnen financieren, hangt mee af van de stijging van de levensduurte (inflatie).

Meer informatie over het pensioenplan van het type vaste bijdragen.

Het aanvullend pensioen wordt meestal gecombineerd met een overlijdens- en/of invaliditeitsdekking.

​​Een overlijdensdekking garandeert dat wanneer u sterft, uw partner,  uw kinderen of andere begunstigden een kapitaal uitbetaald krijgen, of een maandelijkse of jaarlijkse rente. Als de overlijdensdekking de betaling van een maandelijkse of jaarlijkse rente voorziet, dan zal de partner die meestal krijgen zolang hij/zij leeft. Soms wordt er ook in een wezenrente voor de  kinderen voorzien: zij zullen die rente dan krijgen tot aan een leeftijd die het pensioenreglement vastlegt. Een invaliditeitsdekking garandeert dat wanneer u werkonbekwaam zou worden, u zelf een kapitaal of een rente uitbetaald krijgt. Deze rente wordt meestal tot aan de pensioenleeftijd betaald.

Meer informatie over andere voordelen verbonden aan een aanvullend pensioen

Wanneer krijgt u het aanvullend pensioen uitbetaald?

Sinds 1 januari 2016 kan u uw aanvullend pensioen pas opvragen op het ogenblik van uw pensionering, dus bij het effectief ingaan van uw wettelijk rustpensioen of uw vervroegd wettelijk rustpensioen.

Veel bestaande pensioenplannen voorzien in een pensioenleeftijd van 60 jaar. Zelfs in dat geval is het niet meer mogelijk om het aanvullend pensioen uitbetaald te krijgen als u niet gepensioneerd bent. Het pensioenplan zal gewoon doorlopen zolang u in dienst bent, ook al is dit bv. tot 65 of 67 jaar.

Op deze regel zijn een aantal overgangsmaatregelen voorzien voor personen die op het punt stonden om hun aanvullend pensioen op te vragen:

  • Als u in 2016 58 jaar of ouder wordt, dan mag het aanvullend pensioen uitbetaald worden op uw 60ste als het pensioenreglement dit toelaat.
  • Als u in 2016 57 jaar wordt, dan mag het aanvullend pensioen uitbetaald worden op uw 61ste als het pensioenreglement dit toelaat.
  • Als u in 2016 56 jaar wordt, dan mag het aanvullend pensioen uitbetaald worden op uw 62ste als het pensioenreglement dit toelaat.
  • Als u in 2016 55 jaar wordt, dan mag het aanvullend pensioen uitbetaald worden op uw 63ste als het pensioenreglement dit toelaat.

Om te kunnen genieten van deze overgangsmaatregel moet het pensioenreglement dit toelaten. Het is mogelijk dat het pensioenreglement het niet toelaat dat het aanvullend pensioen wordt uitbetaald nog vóór u 65 jaar bent of zolang u in dienst bent.

Meer informatie over wanneer u uw aanvullend pensioen kan opvragen.

Neem contact op met uw werkgever of met de pensioeninstelling (verzekeringsonderneming of pensioenfonds) als u uw aanvullend pensioen wil opvragen.

Het aanvullend pensioen kan op verschillende wijzen worden uitbetaald:

  • in een keer, als kapitaal;
  • maandelijks of jaarlijks, in de vorm van een rente;
  • of als een combinatie van beiden.

Als uw pensioenplan de uitbetaling van een kapitaal voorziet, dan heeft u altijd de mogelijkheid om dit kapitaal in een rente om te zetten. Het omgekeerde is niet automatisch het geval.

De uitbetaling van het aanvullend pensioen in een kapitaal of onder vorm van een rente hebben beiden voor- en nadelen.

 

De Wikifin tips

  • De werkgever is niet verplicht om een aanvullend pensioen op te bouwen. Als uw werkgever een pensioenplan heeft, staan uw rechten en plichten in detail beschreven in het pensioenreglement. Het pensioenreglement kan u opvragen bij uw werkgever of de pensioeninstelling.
  • Lees aandachtig uw pensioenreglement na. U kunt met uw vragen terecht bij uw werkgever of de pensioeninstelling, maar eventueel ook bij uw vakbond of bij een advocaat.
  • U krijgt het aanvullend pensioen als u met pensioen gaat. U kunt het aanvullend pensioen niet eerder opvragen, ook niet als u op brugpensioen (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag) gaat of van werkgever verandert.