Pensioensparen

Hoe werkt pensioensparen?

PensioensparenU kan pensioensparen met een belastingvoordeel vanaf uw 18de tot en met uw 64ste. U stort dan regelmatig een bedrag  op een pensioenspaarverzekering of in een pensioenspaarfonds.  We helpen u de keuze te maken tussen de twee mogelijke beleggingsformules.
Een pensioenspaarverzekering is een contract met een verzekeraar. U kan kiezen tussen twee soorten verzekeringscontracten:

  • ofwel krijgt u minstens recht op een vaste jaarlijkse intrest op al uw stortingen. Dat noemen verzekeraars een tak 21-contract;
  • ofwel garandeert de verzekeraar u geen vaste jaarlijkse intrest, maar krijgt u wel de opbrengst van de beleggingen die de verzekeraar met uw geld doet. Dat noemen de verzekeraars een tak 23-contract. Het houdt risico's in want het kan op lange termijn heel wat meer maar ook heel wat minder opbrengen dan een tak 21-contract. Omdat de meeste pensioenspaarverzekeringen tak 21-contracten zijn, bespreken we verder enkel die contracten.

De einddatum van het contract  ligt vast; meestal is dat uw 65ste verjaardag. Ook de minimumintrest ligt vooraf vast. Als de verzekeringsmaatschappij voldoende winst maakt, kan ze u daar een deel van geven: de zogenaamde winstdeelname. U krijgt dus op de einddatum uw stortingen terug, met daar bovenop de gewaarborgde minimumintrest en een eventuele winstdeelname.

Maar u kan ook kiezen voor geregelde stortingen in een pensioenspaarfonds, bij een bank. Die belegt dan uw geld  in aandelen en in obligaties. De koersen van die aandelen en obligaties zullen bepalen hoeveel uw pensioenspaarfonds opbrengt. Uw pensioenspaarfonds heeft geen eindvervaldag: u bepaalt zelf wanneer u het geld van uw pensioenspaarfonds terugvraagt. Wees voorzichtig: als u dat te vroeg doet, moet u heel wat belastingen betalen.

Een pensioenspaarverzekering biedt dus meer zekerheid dan een pensioenspaarfonds, maar een pensioenspaarfonds  kan meer opbrengen.

Voor een pensioenspaarverzekering in de vorm van een tak-21 contract, geldt een garantie door het Garantiefonds. Als een verzekeraar failliet zou gaan, zal het Fonds ervoor zorgen dat de verzekerde zijn geld terug krijgt. Deze garantie geldt voor een maximumbedrag van 100 000 euro per verzekeringsnemer en per verzekeringsonderneming, voor al uw tak-21 contracten samen. Als u dus meerdere levensverzekeringscontracten tak 21 zou hebben bij een verzekeraar, die failliet gaat, dan komt het Garantiefonds voor maximum 100 000 euro tussen. Voor meer informatie, zie www.garantiefonds.be.

Voor alle duidelijkheid: voor een pensioenspaarfonds geldt deze garantieregeling niet.

De Wikifintips

  • Zo goed als alle banken en verzekeringsmaatschappijen verkopen pensioenspaarproducten. Voor die producten bestaan er  gedetailleerde informatiefiches die u moet krijgen voor u het spaarproduct aankoopt. Vergelijk ze nauwkeurig voor u kiest.
  • Let goed op de kosten die afgetrokken worden van de bedragen die u stort. Vraag hierover zeker informatie.
  • U kunt meestal zelf beslissen hoeveel u per jaar spaart. Maar u moet wel 10 jaar gespaard hebben om voor belastingvoordelen in aanmerking te komen. 
  • Het is niet aangeraden om uw gespaarde geld voor uw 60ste op te nemen. Doet u dat toch, dan moet u extra belastingen betalen op het opgenomen bedrag (meestal 33%). Ga daarom goed na hoeveel geld u kunt missen vooraleer u het in pensioensparen steekt.