Beleggen in stenen

Voor de Belg staat het buiten kijf: een eigen huis is de beste belegging. Wat je maandelijks betaalt, gaat niet naar een huisbaas, maar naar de afbetaling van het hypothecair krediet. Ook de fiscus geeft bouwers of kopers van de enige en eigen woning een duwtje in de rug. Zij krijgen gedurende vele jaren een belastingvermindering, de zogenaamde woonbonus.
Eens het hypothecair krediet is afbetaald, kan u opnieuw sparen en dat spaargeld kan u later misschien ook beleggen in stenen, anders gezegd in vastgoed.
Een belegging in vastgoed kan rechtstreeks door zelf een huis of appartement aan te kopen, of onrechtstreeks door te beleggen in financiële producten die op hun beurt in vastgoed zijn belegd.
Beleggen in vastgoedEr zijn verschillende mogelijkheden voor een rechtstreekse belegging:

  • in een woning die u verhuurt;
  • in een vakantiehuisje aan zee, dat kan worden verhuurd,  maar waar u ook zelf plezier aan kan beleven;
  • in een studentenkot waar de (klein)kinderen op kot kunnen gaan;
  • in een serviceflat waar u later kan intrekken, enz...

Even de voordelen van een rechtstreekse vastgoedbelegging op een rijtje:

  • u kan er ook zelf gebruik van maken;
  • ze kan een regelmatig inkomen opleveren, in de vorm van huur;
  • de huur kan jaarlijks worden aangepast aan de index: als de levensduurte stijgt, dan stijgt uw huuropbrengst mee;
  • als u een handige Harry bent, kan u de waarde van uw eigendom fors opkrikken door zelf aan de slag te gaan.

Er zijn ook nadelen aan zo'n belegging:

  • de aankoop vereist een grote som. Als de aankoopsom een te groot gedeelte van uw spaarpot in beslag neemt, dan zondigt u tegen een basisbeginsel van het beleggen: spreid uw beleggingen;
  • verhuren brengt risico's mee: er is het risico dat de eigendom blijft leeg staan, dat de huurders niet correct betalen of de woning niet goed onderhouden of beschadigen;
  • misschien hebt u ooit onverwachts geld nodig. Dan is het heel wat moeilijker om een woning te verkopen dan geld af te halen van een spaarrekening of een obligatie te verkopen. De verkoop kan tijd in beslag nemen, brengt kosten met zich mee en een stukje van je woning verkopen is niet mogelijk.

Een belegging in vastgoed kan ook onrechtstreeks: via vastgoedcertificaten, vastgoedbevaks of aandelen in vastgoedvennootschappen.
Vastgoedcertificaten zijn financiële producten die recht geven op een deel van de huurinkomsten en de verkoopopbrengst van gebouwen die werden gefinancierd met de uitgifte van die certificaten. Het is niet altijd eenvoudig om vastgoedcertificaten te kopen of te verkopen omdat ze weinig verhandeld worden.

Een vastgoedbevak is een beursgenoteerde vennootschap die investeert in verschillende gebouwen, zodat de risico's gespreid zijn. Als u een aandeel van de bevak koopt, krijgt u jaarlijks een dividend.

Vastgoedvennootschappen zijn bedrijven die beleggen in vastgoed, maar die geen speciaal statuut hebben, zoals een bevak.

Onrechtstreeks in vastgoed beleggen kan een oplossing zijn voor de nadelen van een rechtstreekse belegging in stenen:

  • geen praktische beslommeringen omdat het beheer van het vastgoed gebeurt door professionele beheerders;
  • beleggen in vastgoed via aandelen of certificaten vereist geen grote investering. Ze kunnen op de beurs worden aangekocht, ook voor kleinere bedragen;
  • de belegger kan zijn risico spreiden door onrechtstreeks verschillende soorten vastgoed te kopen: er bestaan beleggingsproducten gespecialiseerd in kantoren, woningen, rusthuizen, studentenkoten, baanwinkels of opslagplaatsen en magazijnen.

Papieren vastgoedbeleggingen hebben ook nadelen:

  • het valt nog af te wachten hoeveel de latere verkoop van een dergelijke belegging opbrengt: je kan er mooie winsten op maken, maar in slechte tijden ook grote verliezen op incasseren;
  • in de papieren belegging kan je niet zelf wonen of erin op vakantie gaan.

België kent al jaren stijgende vastgoedprijzen. Toch bestaat er ook voor vastgoed altijd het risico dat de prijzen zullen stagneren of dalen. Voorbeelden uit het buitenland, zoals de Verenigde Staten, Spanje of - dichter bij ons - Nederland, tonen aan dat vastgoedprijzen even goed kunnen dalen als stijgen. Vastgoed is dus geen risicoloze belegging. Maar de opbrengst van vastgoedbeleggingen ligt dan ook over het algemeen hoger dan die van beleggingen zonder risico.