Kosten en Belastingen

De kosten en belastingen die u betaalt als u in obligaties belegt, bepalen mee het rendement van uw belegging. Er zijn vijf soorten kosten bij een obligatiebelegging. Daarnaast betaalt u belastingen op de opbrengst van uw belegging.

1. De beurstaks

Als u bestaande obligaties koopt op de secundaire markt,moet u 0,09 % beurstaks betalen. Als u voor 1 000 euro aan obligaties koopt op de beurs, betaalt u dus 0,90 euro beurstaks.

Als u nieuwe obligaties koopt, op de primaire markt  dus, moet u deze taks niet betalen.

2. Het makelaarsloon

Banken en beursvennootschappen rekenen kosten aan om uw orders op de secundaire markt uit te voeren. Deze kosten noemt men het makelaars- of commissieloon. Ze verschillen van instelling tot instelling. De instellingen gebruiken het verschil in aangerekende kosten als argument om klanten aan te trekken.

Als u obligaties koopt die op een buitenlandse beurs noteren, moet u rekening houden met eventuele extra kosten en taksen die in het andere land van toepassing zijn.

3. Het bewaarloon

Vroeger kon u de obligaties die u kocht, ook echt in handen krijgen. Nu zijn ze gedematerialiseerd: ze bestaan niet meer in materiële of papieren vorm. Nu worden obligaties ingeschreven op een zogenaamde effectenrekening bij een bank of een beursvennootschap. Om uw obligaties op een effectenrekening te bewaren, rekenen de meeste instellingen kosten aan. De kosten variëren naargelang de instelling.

4. Roerende voorheffing op de intresten

Op de intresten op obligaties van Belgische bedrijven of overheden moet u sinds januari 2017 een belasting van 30% betalen. 100 euro intrest levert dus netto 70 euro op.

De intresten op obligaties van niet-Belgische bedrijven of overheden worden eerst belast in het land van herkomst en vervolgens in België. In de landen waarmee België een belastingverdrag heeft ondertekend, is het mogelijk om een gedeelte van de buitenlandse belasting terug te krijgen. Vraag in deze gevallen meer uitleg aan uw bankier of financieel tussenpersoon, zodat u weet waar u fiscaal aan toe bent.

5. Belasting op de meerwaarde

Als u obligaties vóór de eindvervaldag verkoopt tegen een hoger bedrag dan de prijs die u heeft betaald bij de aankoop, dan boekt u een meerwaarde. Op die meerwaarde moet u geen belasting betalen.

Let op: op het verschil tussen de aankoopprijs en de terugbetalingsprijs van een nulcouponobligatie moet u wel 30% roerende voorheffing betalen.

De Wikifintips

  • Vraag aan uw financiële instelling welke kosten u moet betalen voor een aankoop of verkoop van een obligatie.
  • Eis dat uw financiële instelling een gedetailleerde omschrijving geeft van de kosten, met een opsplitsing tussen binnenlandse en buitenlandse kosten en tussen het commissie- en het bewaarloon.
  • Op de intresten op obligaties moet u een roerende voorheffing van 30% betalen.
  • Vraag bij uw financiële instelling naar de formaliteiten om eventueel een deel van de belasting op buitenlandse obligaties te recupereren.
  • Op de meerwaarde op uw obligaties betaalt u geen belasting.