De prijsevolutie van obligaties

Net als aandelen  noteren obligaties vaak op de beurs. Ook de koers van obligaties schommelt elke dag. Er zijn drie fases die u kan onderscheiden.

  • Als u obligaties koopt op de primaire markt, dus bij de uitgifte ervan, betaalt u zelden precies de nominale waarde van de obligatie. Een obligatie van 10 000 euro kan u misschien 10 200 euro kosten. Ze wordt 2% boven pari uitgegeven . Hou er dus rekening mee dat de prijs die u moet betalen kan afwijken van de nominale waarde.
  • Tijdens de looptijd van de obligatie schommelt de waarde ervan dagelijks, vooral onder de invloed van volgende twee elementen:
    • de financiële gezondheid van het bedrijf of de overheid die de obligatie heeft uitgegeven. Indien die sterk verslechtert tijdens de looptijd van de obligatie, gaat de waarde van uw obligatie uiteraard dalen. Maar ook het omgekeerde kan het geval zijn;
    • de evolutie van de marktrentes. Stel: u hebt een obligatie van 10 000 euro die nog 5 jaar loopt aan een jaarlijkse intrest van 5%. Op hetzelfde moment komen de marktrentes met moeite boven de 2% uit. Dan zijn er veel mensen geïnteresseerd om uw obligatie over te kopen voor veel meer geld dan de 10 000 die u ervoor hebt betaald. Andersom geldt die redenering natuurlijk ook.
  • Op de eindvervaldag van de obligatie krijgt u in principe de nominale waarde terugbetaald. Als u dus, zoals heel wat obligatiebeleggers, obligaties koopt op de primaire markt en vast van plan bent ze te houden tot op de eindvervaldag, dan hebben de dagelijkse koersschommelingen op de beurs in principe niet veel invloed op uw belegging. Al kan niemand uitsluiten dat het bedrijf of de overheid die de obligatie heeft uitgegeven, op de eindvervaldag niet in staat is om u terug te betalen.

De Wikifintip

  • Als alle rentevoeten dalen, stijgen de obligatiekoersen. Ook het omgekeerde is waar.