Wat tijd doet met uw geld

Hoe lang kan u uw geld missen?

Bepaal op voorhand wanneer u uw geïnvesteerd geld weer nodig hebt. Als u uw geld heel flexibel wenst op te vragen dan bent u best af met een spaarboekje. In ruil voor die flexibiliteit moet u dan wel vrede nemen met een lager rendement. 
Maar als u duidelijk weet hoe lang u uw geld denkt te kunnen missen zijn er andere beleggingsmogelijkheden zoals bv. fondsen of obligaties. Hebt u belegd in fondsen of obligaties, en toch uw geld vroeger nodig dan voorzien? Dan zal u vermoedelijk kosten moeten betalen en misschien ook een verlies op uw belegging moeten aanvaarden. Meer gedetailleerde informatie daarover vindt u op onze website bij de verschillende producten.

Bij het beleggen mag u de inflatie niet uit het oog verliezen

Wil u geld opzij zetten om binnen enkele jaren een grote aankoop te doen zoals bv. een huis? Of om uw wettelijk pensioen te kunnen aanvullen? Hou er dan rekening mee dat die grote aankoop binnen enkele jaren waarschijnlijk duurder zal zijn dan vandaag. En tegen dat u gepensioneerd bent, zal ook het dagelijks leven duurder zijn.

De prijzen van producten en diensten stijgen voortdurend. Die stijging noemt men inflatie. Een inflatie van 2 procent per jaar betekent dat de gemiddelde prijzen op een jaar tijd met 2 procent toenemen. En wat als uw belegging u slechts 1,5 % intrest per jaar opbrengt? Dan kan u eigenlijk na een jaar met uw spaargeld en de daarop verdiende intrest, minder kopen dan u vandaag zou kunnen.
Het is niet gemakkelijk om beleggingen te vinden die u beschermen tegen inflatie.

Inflatie: wat is het en wat zijn gevolgen ervan? 

Wat is inflatie? 
 
Wanneer de prijzen voor de meeste goederen en diensten stijgen, spreekt men van inflatie. Het gevolg ervan is dat u voor hetzelfde geld minder kan kopen; uw koopkracht daalt dus. Een brood dat 15 jaar geleden nog 1 euro kostte, kost er nu 2. Dus kan u met hetzelfde geld, 1 euro, nog maar een half brood kopen. Dit wordt ook wel geldontwaarding genoemd.
Het tegengestelde van inflatie heeft deflatie, dat is de daling van het algemene prijspeil. 
 
Hoe wordt inflatie gemeten in België?
 
Iedere maand worden de prijzen genoteerd van een korf van goederen en diensten die door gezinnen worden aangekocht. Het indexcijfer van de consumptieprijzen geeft de evolutie van de prijs van de hele  korf weer tussen een basisjaar (2004) en 2013. Zo bedraagt de consumptieprijsindex van de maand november 2013 122,64 punten. Dat betekent dat het prijspeil sinds 2004 met 22,64% is gestegen.
Misschien nog belangrijker dan de consumptieprijsindex is de gezondheidsindex: bij de berekening daarvan worden een aantal producten die de gezondheid schaden, zoals sigaretten en alcohol, niet in aanmerking genomen. Ook benzine en diesel zitten niet in  de korf van de gezondheidsindex.
Beide indexen worden gemeten door het Nationaal Instituut voor de Statistiek en kan u hier terugvinden.
 
Wat gebeurt er bij een stijging of een daling van de index?
 
In België zijn lonen, werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, huurprijzen, onderhoudsgeld en heel wat andere inkomens en uitgaven gekoppeld aan de gezondheidsindex 
Het ogenblik waarop de inkomens en uitgaven worden aangepast aan een indexstijging (of -daling), verschilt van inkomen tot inkomen.
Meer uitleg over de aanpassingen aan de index en het tijdstip van de aanpassing van de volgende inkomens en uitgaven, vindt u door erop te klikken:
Voor de indexering van onderhoudsgeld: daarvoor bestaan er geen algemene regels, maar wordt de berekening vastgelegd in de scheidingsakte.
 
Vormen inflatie of deflatie een probleem?
 
De essentie is: als de prijzen stijgen hebben mensen met een inkomen dat gekoppeld is aan de index (ook wel “geïndexeerd” geheten) daar geen last van. De meeste inkomens in België zijn geïndexeerd. Intresten op spaarrekeningen, kasbons en obligaties zijn dat niet. 
 
Denk daaraan wanneer u erop rekent in de toekomst een deel van uw inkomen te halen uit de intresten op uw spaargeld en beleggingen. En zeker als die toekomst nog lang kan duren: Het grote bedrag dat u bijeen gespaard heeft voor uw pensioen, zal binnen 30 jaar niet meer zoveel waard zal zijn als nu. Ook de opbrengst van dat spaarpotje kan hetzelfde lot ondergaan.
 
Inflatie is dus een probleem voor spaarders: als spaargeld minder opbrengt dan de inflatie, dan kan u er later minder voor kopen dan nu. Het is niet gemakkelijk om beleggingen te vinden die beschermen tegen inflatie. Als u wil weten wat inflatie met uw spaargeld kan doen, kan u onze inflatietool gebruiken. Om u een idee te geven van een realistisch inflatieniveau dat u kan gebruiken in die tool: vanaf midden de jaren 80 van de vorige eeuw schommelt de inflatie rond de 2% per jaar.
 
Voor wie schulden heeft,  is inflatie gunstig: het bedrag dat een lener moet terugbetalen wordt steeds minder waard. Betaalt u bv. maandelijks uw hypothecaire lening af? Bij iedere loonsverhoging als gevolg van de indexering, wordt de aflossing van uw lening een kleiner deel van uw netto-loon.
 
In tegenstelling tot milde inflatie, kan deflatie wel een probleem zijn. Alhoewel ieder van u er niets op tegen zal hebben om in de toekomst minder te betalen voor een brood, is een voortdurende daling van het prijspeil iets waar economen voor vrezen: als iedereen zijn aankopen uitstelt tot die minder gaan kosten, stopt de groei van een economie.

De Wikifintips

  • Overweeg hoe lang u uw geld kan missen en wat de gevolgen zijn als u het belegde geld toch vroeger nodig zou hebben. Die gevolgen kunnen verschillen van product tot product. Dus weet waar u in belegt!
  • Hou er rekening mee dat inflatie de waarde van uw spaargeld vermindert.