Een vaste of variabele rentevoet voor je woonkrediet?

De juiste vragen leiden tot de juiste keuze

Kies je een vaste of een variabele rentevoet voor je woonkrediet? Het antwoord is niet zo eenvoudig. Er zijn vele factoren die een rol spelen. De meeste hebben betrekking op je persoonlijke situatie. De onderstaande vragen kunnen je helpen om de juiste formule te kiezen.

Een vaste of variabele rentevoet voor je woonkrediet?

1. Ga ik nog kunnen slapen als ik een variabele rentevoet kies?

Ga eerst na of je bereid bent om het risico te lopen dat je maandelijkse aflossing stijgt. Krijg je nu al koude rillingen bij dat vooruitzicht, dan is de keuze snel gemaakt: opteer voor een woonkrediet met een vaste rentevoet.

2. Als ik kies voor een variabele rente, hoeveel moet ik dan in het ergste geval maandelijks afbetalen?

Om een idee te hebben wat je te wachten staat als je kiest voor een woonkrediet met variabele rente, kan je best uitgaan van het ‘worst case’-scenario.

Met de IMMOsimulator van Wikifin kan je gemakkelijk de kosten van je woonproject berekenen. Zo krijg je een volledig beeld van alle mogelijke kosten en zie je hoe hoog een maandelijkse aflossing kan oplopen in het kader van een hypothecaire lening met variabele rente.

Bij een variabele rentevoet kan de rente enkel stijgen of dalen na vooraf vastgestelde periodes.

Bijvoorbeeld bij een vooraf vastgestelde periode van 1 jaar kan jouw rente jaarlijks worden herzien.
Belangrijk om weten is dat de wetgever de herziening van de variabele rentevoet aan banden gelegd heeft. Zo zijn de maximale stijgingen bij een vooraf vastgestelde periode van 1 jaar:

  • + 1 % het tweede jaar (ten opzichte van de oorspronkelijke rentevoet);
  • + 2 % het derde jaar (ten opzichte van de oorspronkelijke rentevoet; als de oorspronkelijke rentevoet minstens 2 % bedraagt);
  • grotere schommelingen zijn pas mogelijk vanaf het vierde jaar.

In bovenstaand geval kan de variabele rentevoet hoogstens verdubbelen tijdens de volledige looptijd van het krediet. Een variabele jaarlijkse rentevoet van 2 %, kan nooit oplopen tot 5 %. Bovendien geldt de renteschommeling enkel voor het kapitaal dat je nog moet aflossen.

Als de maandelijkse aflossing van het ‘worst case’-scenario je maandbudget uit evenwicht brengt, opteer dan niet voor deze formule. Ook al zijn de aflossingen bij een lage variabele rentevoet in het begin laag, verwacht best niet dat dit de komende 10, 15 of 20 jaar zo blijft.

3. Welke kredietformule is de goedkoopste?

De tip die Wikifin steeds geeft is: vergelijk voor je beslist! Die wijze raad geldt ook voor de keuze van een woonkredietformule. Vergelijk het bedrag dat je maandelijks zal moeten afbetalen bij een vaste en bij een variabele rentevoet ... en kijk daarbij naar het ‘worst case’-scenario.

Vergelijk ook de totale kostprijs van beide kredietformules. Ook hier kan de IMMOsimulator je helpen om de maandelijkse aflossingen en het totale kostenplaatje van deze kredietvormen te vergelijken.

Op lange termijn is een woonkrediet met een variabele rentevoet niet noodzakelijk de goedkoopste optie, vooral als de rentevoeten zouden stijgen.

4. En wat als de rentevoeten nog 20 jaar laag blijven?

Als we het antwoord op die vraag wisten, zouden we het je zeker vertellen. Maar niemand kan voorspellen wat er de volgende 20 jaar gaat gebeuren. Wel lijkt het ons riskant om ervan uit te gaan dat de rentevoeten zo laag zullen blijven. Als je om die reden kiest voor een woonkrediet met een variabele rentevoet, begeef je je op glad ijs.

DE WIKIFIN-TIPS

  • Neem de tijd om je de juiste vragen te stellen en vergelijk de voor- en nadelen van beide formules.
  • De IMMOsimulator van Wikifin helpt je met je berekeningen en simulaties!
  • Het meest voordelige woonkrediet is niet noodzakelijk de lening met de laagste rentevoet. Vergelijk de JKP, het jaarlijks kostenpercentage. De JKP bevat de intrestvoet en de kosten verbonden aan het krediet, zoals dossierkosten en de kostprijs van producten die je verplicht moet afnemen bij het krediet (schuldsaldoverzekering en brandverzekering). Vergelijk grondig de criteria die je bank gebruikt om de JKP te berekenen en vraag je bank om ze aan te passen aan jouw situatie (leeftijd, levensstijl, oppervlakte en ligging van je huis, ...) om een zo correct mogelijke JKP te ontvangen.
  • Hou rekening met jouw financiële mogelijkheden. Neem de tijd om het bedrag te berekenen dat je maandelijks kan afbetalen. Denk ook aan onverwachte kosten die kunnen opduiken.