Huren

Je hebt geen baksteen in de maag en wilt liever een woning huren. Ook al is die situatie tijdelijk, "huren" doe je best op een geplande manier, wil je onaangename verrassingen vermijden. Stel eerst een budget op om na te gaan binnen welke prijsvork je huurprijs mag vallen. Hou er rekening mee dat je een huurwaarborg op een bankrekening moet plaatsen. Zo'n huurwaarborg bedraagt 2 tot 3 maanden huur. Hou ook rekening met regelmatig te betalen kosten voor water, elektriciteit, tuin en verzekeringen. Vrees je al deze kosten niet te kunnen dragen? Weet dan dat de overheid je kan helpen een betaalbare woning te vinden
 
Heb je de plek van je dromen gevonden? Onderteken dan een huurcontract en laat een plaatsbeschrijving opmaken. Zo ben je wettelijk in orde. Mocht je later een discussie hebben met de eigenaar, zal je je rechten beter kunnen verdedigen.
 

De Wikifin-tips

  • Heb je een conflict met de huisbaas, tracht dan eerst tot een akkoord te komen; zo nodig via een verzoeningsprocedure voor de vrederechter. Op die manier vermijd je gerechts- en advocaatkosten.
  • Besluit je om je huurwoning te verlaten vóór het einde van het huurcontract, stuur dan drie maanden vóór je vertrekdatum een aangetekende brief naar je huisbaas.
  1. Het is algemeen bekend dat de Belg een baksteen in de maag heeft. Wij zijn allemaal graag eigenaar van onze woning, liever dan een leven lang huur te betalen aan een eigenaar, zonder garantie om er altijd te kunnen blijven wonen.
     
    Is het werkelijk interessant om eigenaar te worden van een woning?
    Ja, want zo bouw je in feite een vermogen op, wat vaak interessanter is dan huurder te blijven.
     

    Is het interessanter om een woning te huren of te kopen?

    Loading Video...
     
    We geven een concreet voorbeeld:
     
    Je huurt een woning en betaalt maandelijks 750 euro huur. Dat heeft een aantal financiële gevolgen:
    • De huurprijs is vastgesteld door de eigenaar en zal door de indexering vermoedelijk met de jaren stijgen. Zo kan de huur met 50 % stijgen in 20 jaar tijd.
    • Wat is de huurprijsindexering precies? Elk jaar, op de dag waarop je huurcontract is ingegaan, kan de eigenaar de huur aanpassen aan de levensduurte. Om de stijging van de huurprijs te berekenen, baseert de eigenaar zich op de evolutie van de gezondheidsindex. Je kan zelf de indexering van je huur berekenen op de volgende website.
    • Binnen 15, 25, ... jaar zal je nog steeds huur moeten betalen. Als je met pensioen gaat, zal je inkomen waarschijnlijk dalen, maar de huur zal niet verminderen.
       
    Je wenst eigenaar te worden en je koopt een woning waarvoor je maandelijks je hypotheeklening aflost. Ook aan deze keuze zijn een aantal financiële gevolgen gekoppeld.
    • Met een maandelijkse aflossing van 750 euro gedurende 20 jaar, kan je een hypotheeklening van 100.000 euro krijgen. Voor zo'n bedrag koop je tegenwoordig geen huis, denk je allicht. En daarin heb je gelijk. Als je eigenaar wil worden van een woning, zullen je maandelijkse kosten doorgaans hoger zijn dan als je blijft huren. Voor een hypotheeklening van 250.000 euro zal je maandelijks 1.580 euro moeten ophoesten (ervan uitgaand dat je een vaste rentevoet hebt van 4,60 %, en een lening op 20 jaar). Als je voor een vaste rentevoet hebt gekozen, zullen deze maandelijkse aflossingen niet met de jaren stijgen.
    • Als je overweegt om eigenaar van een woning te worden, zal je rekening moeten houden met een aantal kosten die een huurder niet moet dragen, zoals aankoopkosten, kosten voor onderhoud van de woning en diverse belastingen. Vóór je die stap zet, moet je nagaan welk budget hiermee gemoeid is; zo haal je je geen al te zware last op de schouders. Voor meer informatie over het budget dat je nodig hebt om eigenaar te worden van een woning, verwijzen wij naar vraag 3.
    • Het goede nieuws is dat binnen 20 jaar je hypotheeklening zal terugbetaald zijn. Je zal geen "huur" meer moeten betalen voor je woning. Een huis kopen kan je zien als een vorm van sparen. Het is een nuttige spaarvorm, want studies hebben aangetoond dat gepensioneerden-eigenaars minder vaak in de armoede verzeild geraken dan gepensioneerden-huurders.
    • Een eigen woning kopen kan je beschouwen als een belegging. Na 20 jaar zal je woning vermoedelijk in waarde gestegen zijn. Maar je zult wel kosten moeten maken om de woning in goede staat te houden. Daar moet je ook rekening mee houden. 
       
    Je hebt het allicht begrepen: eigenaar worden van een woning is financieel gezien interessant, maar er is een groot budget voor nodig. De overheid is zich hiervan bewust en tracht kandidaat-eigenaars een duwtje in de rug te geven voor het kopen of bouwen van een woning. Eigenaars krijgen fiscale voordelen, hulp en zelfs premies voor het kopen of renoveren van een woning.
     
    Dit voorbeeld werd opgesteld in samenwerking met de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat.
     
  2. Sinds 15 juni 2007 moet een huurcontract worden opgesteld voor elk huis of appartement dat de hoofdverblijfplaats van de huurder wordt.

    Via het contract geeft de eigenaar van de woning (de verhuurder) zijn eigendom in huur aan de huurder. De huurder krijgt zo de mogelijkheid om in het appartement of het huis te wonen. In ruil betaalt de huurder aan de eigenaar huur.
    De eigenaar(s) en de huurder(s) moeten ieder een exemplaar van het huurcontract krijgen. Het huurcontract moet geregistreerd worden zodat het een ‘vaste dagtekening’ krijgt: een datum die niemand kan betwisten. Voor die registratie is natuurlijk ook een exemplaar van het huurcontract nodig is.

    Meer informatie over de formaliteiten rond het huren van een studentenkot.

    Personen gebonden door het huurcontract

    Het huurcontract brengt verplichtingen mee voor diegenen die het ondertekenen: de verhuurder(s) en de huurder(s).

    Maar het contract kan ook gevolgen hebben voor andere personen:

    • verkoopt de eigenaar de woning die je huurt, dan is de nieuwe eigenaar, onder bepaalde voorwaarden, gebonden door het bestaande huurcontract.
    • de echtgeno(o)t(e) van de huurder of de persoon die er wettelijk mee samenwoont: zij hebben immers dezelfde rechten om in de huurwoning te verblijven als de huurder en zijn ook aansprakelijk voor het betalen van de huurlasten, zelfs al werd het huurcontract vóór het huwelijk of vóór het moment dat ze gingen samenwonen afgesloten, of zelfs al werd de overeenkomst slechts getekend door één van de partners. Die regels gelden enkel voor de gezinswoning. Ze gelden niet voor tweede verblijven en beroepsruimtes.
       

    De feitelijk samenwonenden: hier liggen de kaarten anders. Het huurcontract geldt enkel voor de partner die het ondertekende. Hij heeft dus het recht zijn partner aan de deur te zetten. De partner die de overeenkomst niet mee heeft ondertekend, zal geen rechten uit de huurovereenkomst halen en is dus veel minder beschermd.
    Feitelijk samenwonenden ondertekenen een huurcontract dus beter samen. Ondertekende een van beide voor het samenwonen het huurcontract? Laat dan een ‘aanhangsel’ opmaken (een aanvulling op het contract), waarin de ander eveneens als volwaardig huurder wordt bestempeld. Mochten jullie uit elkaar gaan of mocht een van beiden overlijden, dan kan je hiermee onaangename verrassingen vermijden en, bijvoorbeeld, niet zomaar uit de woning worden gezet.

    Meer informatie hierover lees je in onze rubriek ‘Onder één dak wonen’.

    Duur van het huurcontract

    De standaard looptijd van een huurcontract is 9 jaar. Staat er in huurovereenkomst geen looptijd, óf een looptijd  tussen 3 en 9 jaar (bijvoorbeeld: voor 5 jaar), dan blijft het huurcontract toch 9 jaar lopen.

    Er bestaan ook huurcontracten van kortere duur (3 jaar of minder) én van langere duur (meer dan 9 jaar). Daarnaast kan je een levenslang huurcontract afsluiten dat afloopt wanneer de huurder sterft.

    Vroegtijdige beëindiging

    Een standaard huurcontract en een huurcontract van meer dan 9 jaar kunnen zowel door de eigenaar als door de huurder vroegtijdig worden opgezegd (verbroken), onder bepaalde voorwaarden. Voor de andere types huurcontracten gelden andere regels.

    Er zijn opzegtermijnen van kracht. Zij worden vastgelegd in het huurcontract. In het geval van een klassiek huurcontract van 9 jaar is de opzegtermijn normaal gezien 3 maand.

    Verlenging

    Het huurcontract wordt zelfs automatisch verlengd indien noch de huurder, noch de eigenaar het contract tegen het einde van het contract opzegt. Als een huurcontract afloopt of vroeger wordt opgezegd, dan kan je als huurder aan de eigenaar vragen het contract om uitzonderlijke redenen te verlengen: een ernstige ziekte, een hoge leeftijd,… Raken eigenaar en huurder het niet met elkaar eens, dan zal de vrederechter beslissen.

    Registratie van het huurcontract

    De eigenaar is verplicht elk huurcontract voor de hoofdverblijfplaats van de huurder te registreren bij het registratiebureau van de gemeente waar de woning ligt. Dat moet gebeuren binnen de twee maanden na ondertekening van het contract. Ook elke wijziging in of aanvulling op het contract moet geregistreerd worden.

    De Wikifin-tips

    • Wil je de woning die je huurt verlaten vóór het contract van 9 jaar afloopt? Breng de eigenaar drie maanden vóór je geplande vertrekdatum op de hoogte. Gebeurt dat in de eerste drie jaar van het huurcontract, dan moet je de eigenaar in principe een schadevergoeding betalen die overeenstemt met 1 tot 3 maanden huur. Deze opzeggingsvergoeding bedraagt 3 maanden huur in het eerste jaar, twee maanden huur in het tweede jaar en één maand huur in het derde jaar. Bij het bepalen van het aantal jaar dat je huurt, mag je rekening houden met de duur van je opzeggingsvergoeding (drie maand). De maand waarin je opzegt kan dus werkelijk het verschil maken. De opzeggingstermijn van drie maanden begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand van de opzegging.
    • Wil je je hoofdverblijfplaats onderverhuren? Informeer vooraf naar de regels die in dat geval gelden, ook als je zelf onderhuurder bent! Lees het huurcontract aandachtig. Sommige bepalingen kunnen gevolgen hebben voor de onderhuur.
  3. Een plaatsbeschrijving is een gedetailleerde beschrijving van de huurwoning, die zowel aan het begin als op het einde van het huurcontract wordt opgemaakt. Voor de eigenaar is dat de enige manier om na te gaan of je verantwoordelijk bent voor eventuele schade aan de woning en of je die schade moet vergoeden. Een plaatsbeschrijving kan ook de huurder beschermen als die met de eigenaar niet akkoord gaat over de staat van de woning. Zo kunnen er in de loop van het huurcontract zware gebreken (fouten) aan het licht komen zijn en kan je eisen om daar iets aan te doen.

    Een plaatsbeschrijving opmaken

    • een plaatsbeschrijving is verplicht voor alle huurcontracten ondertekend vanaf 18 mei 2007. Deze verplichting geldt niet voor pachtovereenkomsten voor boerderijen of landbouwgronden;
    • de plaatsbeschrijving moet nauwkeurig en volledig zijn. Zowel de eigenaar als de huurder (of hun vertegenwoordiger) moeten bij het opmaken van de plaatsbeschrijving aanwezig zijn. De plaatsbeschrijving moet worden ondertekend door de eigenaar(s) en de huurder(s);
    • de plaatsbeschrijving moet ten laatste tijdens de eerste maand van bewoning worden opgemaakt;
    • de eigenaar en de huurder kunnen in overleg beslissen om de plaatsbeschrijving door een expert (vastgoeddeskundige of vastgoedmakelaar) te laten opmaken. De kost hiervan kan tussen de eigenaar en de huurder normaal gezien verdeeld worden. Maar in praktijk moet de huurder deze kost vaak integraal voor z'n rekening nemen;
    • de plaatsbeschrijving moet aan het huurcontract worden toegevoegd bij de registratie;
    • een ‘aanhangsel’ (een document dat de oorspronkelijke plaatsbeschrijving wijzigt) kan aan de plaatsbeschrijving worden toegevoegd als in de loop van de huur wijzigingen aan de woning werden aangebracht.
     

    Op het einde van het huurcontract

    Op het einde van het huurcontract moet je de woning herstellen in de toestand waarin die zich bevond bij het begin van het huurcontract. Je moet geen herstellingen doen als de toestand van de woning verslechterd is door slijtage, overmacht of een normaal gebruik van de woning.

    Werd er bij het begin geen gedetailleerde plaatsbeschrijving opgemaakt, dan wordt ervan uitgegaan dat de woning ter beschikking is gesteld in de staat waarin die zich op het einde van het huurcontract bevindt. In dat geval moet je niet opdraaien voor eventuele schade, tenzij de eigenaar kan aantonen dat jij de schade hebt veroorzaakt, een lid van jouw gezin of een mogelijke onderhuurder.

    De Wikifin-tip

    • Zelfs als er een plaatsbeschrijving is, heeft de eigenaar altijd het recht aan te tonen dat er schade is en dat je daarvoor verantwoordelijk bent. Een vertrouwensrelatie blijft de beste garantie voor een goede verstandhouding tussen eigenaar en huurder.
  4. De huurwaarborg is een som geld die de eigenaar beschermt tegen eventuele schade die een huurder toebrengt. Werd in het huurcontract een huurwaarborg voorzien – en dat is meestal het geval – dan kan je niet weigeren die te betalen.

    Keuze uit drie formules

    Als huurder heb je voor de huurwaarborg de keuze uit drie formules:

    • een bankgarantie die in één keer wordt gestort. In dat geval mag de huurwaarborg niet hoger liggen dan twee maanden huur. Die som staat op een bankrekening van de huurder en levert intresten op.
    • een bankgarantie die in schijven wordt gestort. In dat geval mag de waarborg niet hoger liggen dan drie maanden huur. De bank waarborgt het totaalbedrag zodra het huurcontract werd ondertekend, maar betaalt uiteraard geen intresten zolang de huurwaarborg niet volledig werd gestort. De maximum termijn waarbinnen dat moet gebeuren is drie jaar.
    • bankgarantie waarover het OCMW onderhandelde. Ook in dat geval mag de huurwaarborg niet hoger liggen dan drie maanden huur. Het OCMW dient een aanvraag in bij de bank, al zijn andere formules ook mogelijk. Meer over de storting van een huurwaarborg via het OCMW.
  5. De huur van een huis of een appartement is meestal de belangrijkste uitgavenpost in het gezinsbudget. De huurprijs wordt door een groot aantal factoren bepaald: de staat en de oppervlakte van de woning, de wijk of de stad waarin de woning ligt, de onmiddellijke omgeving, …

    Betaling van de huur en de lasten

    Op de in het huurcontract afgesproken data moet je de huur en de daaraan verbonden lasten betalen. In de meeste gevallen wordt de huur op voorhand betaald. Met andere woorden, je zal de huur van jouw woning betalen op 1 oktober om er in de maand oktober gebruik van te maken.

    In de meeste gevallen wordt de storting van de huurwaarborg aan het begin van een huurcontract overeengekomen.

    Berekening van de huurprijs

    Op de verjaardag van de ondertekening van het huurcontract wordt de huur geïndexeerd of, met andere woorden, aan de levensduurte aangepast. Over het algemeen is die indexering toegelaten, zelfs als ze niet in het huurcontract werd voorzien. Als in het huurcontract staat dat de huur niet zal worden geïndexeerd, zijn indexeringen niet mogelijk, tenzij die in een ‘aanhangsel’ van het huurcontract werden ingeschreven. Iedereen die het huurcontract ondertekende, moet het met de aanhangsels eens zijn.

    Wil je de indexering van je huur makkelijk berekenen? Hier vind je een online huurcalculator.

    Telkens wanneer er drie jaar voorbij zijn, kunnen zowel de eigenaar als de huurder vragen om de huur te verhogen of te verlagen, al moeten dan wel bepaalde voorwaarden vervuld zijn. Raken de eigenaar en de huurder het niet eens, dan kan een van beide de tussenkomst van de vrederechter vragen.

    Berekening van de lasten

    In de meeste huurcontracten wordt voorzien dat je, naast de huur, ook lasten moet betalen:

    • gemeenschappelijke lasten (die in sommige flatgebouwen hoog kunnen oplopen): onderhoud van de inkomhal, de lift,…
    • kosten voor jouw eigen verbruik aan elektriciteit, aardgas en water.
       

    Er bestaan twee systemen:

    1. forfaitaire lasten: je betaalt iedere maand een vast bedrag. Dat de reële kosten mogelijks hoger of lager liggen, wijzigt daar niets aan.
    2. werkelijke lasten: je betaalt de reële kosten. Meestal staat dan in het huurcontract dat je maandelijks een provisie moet betalen. Die provisie is een vast bedrag dat je als huurder maandelijks stort in afwachting van de definitieve afrekening. Op het einde van het jaar wordt een nauwkeurige afrekening gemaakt op basis van de facturen.

      Een voorbeeld: in het huurcontract is een provisie van 80 euro voorzien. Op het einde van het jaar blijkt uit de afbreking dat de reële kosten voor jou 1.276 euro bedragen. Je moet, met andere woorden, 1.276 euro betalen, maar mag daar de reeds betaalde provisie (80 x 12 = 960) van aftrekken. Dat betekent dat je op het einde van het jaar nog 316 euro verschuldigd bent.

    Is er discussie, dan kan een van de partijen altijd beslissen die discussie aan de vrederechter voor te leggen.

    Onroerende voorheffing

    Onroerende voorheffing kan nooit ten laste van de huurder vallen. Mocht er in het huurcontract een clausule staan die dat bepaalt, dan is die ongeldig.

    De Wikifintips

    • Of je nu studeert, werkt of met pensioen bent, je moet er altijd voor zorgen dat wat je uitgeeft aan huur geen te grote hap uit je maandbudget neemt.
    • Als huurder hoef je geen onroerende voorheffing te betalen. Toch kan je gezinssituatie ervoor zorgen dat de eigenaar van je woning minder voorheffing moet betalen. Breng hem dus zeker op de hoogte van je gezinssituatie! Als hij daardoor minder onroerende voorheffing moet betalen, kan die in mindering komen van jouw huur. Praat er open over met je eigenaar.
  6. Twee grote principes

    • De eigenaar van een huurwoning moet grote herstellingen (bv. het dak herstellen) en belangrijke onderhoudswerken (bv. onderhoud/herstelling van goten, afvoerbuizen, enz.) laten uitvoeren. Hij moet ook defecte toestellen (verwarmingsketel, boiler, …) laten vervangen.
    • Als huurder sta je in voor kleine herstellingen in het kader van het dagelijks gebruik van de woning: herstellen van het toilet, ontstoppen van de gootsteen, bladeren uit de dakgoot halen en zo meer. Gaat het om werken die de tussenkomst van de eigenaar vereisen, breng die dan zo snel mogelijk op de hoogte als er problemen zijn. 
       

    Renovatiehuurovereenkomst

    Soms is de huurder bereid om in de woning werken te laten uitvoeren die eigenlijk door de eigenaar zouden moeten worden uitgevoerd. In dat geval ondertekenen eigenaar en huurder samen een schriftelijke overeenkomst – de renovatiehuurovereenkomst genoemd – waarin de werken én de tegenprestatie (lagere huur of gratis wonen gedurende een bepaalde periode) worden beschreven. De voorwaarden voor een dergelijke overeenkomst zijn wettelijk vastgelegd.

  7. Als huurder heb je het niet altijd makkelijk, maar als eigenaar al evenmin. Er kan discussie ontstaan, waarbij jullie elkaar verwijten gaan maken: de huur werd niet betaald, de verhuurder heeft de verwarmingsketel niet hersteld, er zit een gat in het dak dat ervoor zorgt dat er water binnen loopt en voor lelijke vlekken zorgt, enz...

    Zorgt de vrederechter voor een oplossing?

    Uiteraard is het altijd beter om samen te zoeken naar een oplossing. Is dat écht niet mogelijk, dan zijn er nog andere manieren om een conflict op te lossen.

    In huurdiscussies kan de vrederechter een rol spelen. Er bestaan twee procedures:

    1. een verzoeningsprocedure: die procedure is gratis en kan zonder advocaat worden afgehandeld. De vrederechter bemiddelt en helpt je om tot een onderling akkoord te komen. Hij neemt geen beslissingen en probeert je ook niets op te dringen. Kom je tot een akkoord, dan wordt daarvan proces-verbaal (een verslag dus) opgemaakt. Dat proces-verbaal heeft de waarde van een vonnis van de rechtbank. Op die manier kan het probleem worden opgelost zonder gerechts- en advocaatkosten.
    2. een klassieke rechtsprocedure: je kan die onmiddellijk starten óf als een verzoeningsprocedure geen oplossing bracht. In dat geval is de rechter niet alleen een bemiddelaar. Hij gaat eerst na óf een akkoord tussen huurder en eigenaar mogelijk is. Ziet hij dat het onmogelijk is, dan neemt hij een beslissing. Meer informatie hierover lees je op deze website. Die procedure is niet gratis (er moeten gerechtskosten worden betaald: de rolrechten). Je kan ook beslissen om je door een advocaat te laten bijstaan.

    Waar vind je een vrederechter?

    Er zijn 187 vredegerechten in België: één per kanton. Er zijn zoveel vredegerechten omdat de vrederechter kan tussenkomen in conflicten tussen burgers: niet alleen tussen huurders en eigenaars, maar ook tussen echtgenoten, buren, klanten en handelaars, …

    Op de website van de FOD Justitie kun je opzoeken waar het dichtstbijzijnde Vredegerecht is.

    Wat als ik geen advocaat kan betalen?

    Bij een procedure voor de vrederechter ben je niet verplicht een advocaat in te huren.
    Als je wél een advocaat neemt, moet je die natuurlijk betalen.
    Als je je geen advocaat kan veroorloven, kan je je wenden tot een Justitiehuis, ofwel voor een eerste consultatie ofwel voor het aanduiden van een advocaat in het kader van de rechtshulp. Dit is niet gratis. Er geldt een systeem van remgeld (een klein bedrag dat moet betaald worden).
    Er zijn 28 Justitiehuizen in België: een per gerechtelijk arrondissement (in Brussel zijn er twee: een Nederlandstalig en een Franstalig).

    Op de website van de FOD Justitie kan je het dichtstbijzijnde Justitiehuis opzoeken.

    De Wikifin-tip

    • Heb je een conflict met je eigenaar, probeer dan eerst samen een oplossing te vinden, eventueel via een verzoeningsprocedure bij het vredegerecht. Zo vermijd je gerechts- en advocaatkosten.

     

  8. Het recht op een degelijke woning staat in België in de Grondwet. Toch is het niet altijd eenvoudig om een betaalbare woning te vinden, zeker in de grote steden van het land.

    Daarom heeft de overheid een aantal maatregelen genomen om iedereen aan een woning te helpen: goedkope woningen, sociale woningen, huursubsidies en verhuispremies voor wie een onbewoonbare woning moet verlaten, … Andere maatregelen zijn bedoeld om mensen te helpen bij het kopen van een eigen woning. Denk maar aan de toekenning van sociale hypothecaire leningen (aan zeer lage rentevoeten) aan jonge gezinnen met een laag inkomen. 

    De regels over de toekenning van sociale woningen, verschillen dus naargelang je in Vlaanderen, Brussel of Wallonië woont.

  9. Deze woonformule is niet alleen populair onder studenten, maar ook bij pas afgestudeerden die met hun eerste loon niet noodzakelijk een degelijke woning kunnen huren. 

    Ook dan is de huurwetgeving van toepassing. De regels rond het huurcontract, de plaatsbeschrijving en de huurwaarborg zijn dus dezelfde als voor elke hoofdverblijfplaats.

    Ondertekening van het huurcontract

    Als je samen huurt, moet het huurcontract worden ondertekend door:

    • ofwel alle medehuurders. Voorzie in het contract de mogelijkheid om een huurder door een andere te vervangen;
    • ofwel een van de huurders, die dan alle verplichtingen tegenover de eigenaar moet vervullen. Overweeg je die optie en ben je de enige die het huurcontract ondertekent, ga dan vooraf na in welke mate je medehuurders betrouwbaar zijn!
       

    Solidariteitsclausule

    Met een solidariteitsclausule in het huurcontract, zijn zowel de eigenaar als de huurders beschermd. Door de clausule wordt wie uit het huis vertrekt, verplicht zijn aandeel in de huur te blijven betalen tot het einde van het huurcontract. Tenzij die uiteraard een nieuwe medehuurder vindt die door alle huurders en door de eigenaar als een degelijke vervanger wordt beschouwd.

    Staat er in het huurcontract geen solidariteitsclausule en kan er geen vervanger worden gevonden, dan zullen de overblijvende medehuurders meer huur en meer huurlasten moeten betalen.

    De Wikifin-tip

    • Wil je met verschillende mensen een huis huren? Laat alle afspraken op papier zetten en door alle medehuurders ondertekenen. Zo voorkom je mogelijke conflicten met je medehuurders.