Jouw aanvullend pensioen als je ontslag neemt, ontslagen wordt of bij SWT (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, het vroegere brugpensioen)

Het aanvullend pensioen dat je al opgebouwd hebt, wordt jouw "pensioenreserve" of "reserves" genoemd. Deze reserves zijn verworven en kan je niet meer verliezen, ook al verander je van werkgever, word je ontslagen of bij SWT.

Nadat je jouw werkgever hebt verlaten, heb je verschillende mogelijkheden om jouw reserves verder te laten evolueren.

Kan je jouw aanvullend pensioen opvragen als je weggaat bij jouw werkgever?

Jouw aanvullend pensioen wordt uitbetaald als je met (vervroegd) pensioen gaat. Je kan het in principe niet vroeger opvragen, ook niet als je uit dienst treedt. SWT geldt daarbij niet als pensioen, omdat dit een werkloosheidsregeling is in afwachting van het eigenlijke pensioen.

Vijf opties voor jouw aanvullend pensioen na uitdiensttreding (verandering van job, ontslag, brugpensioen)

Als je jouw werkgever verlaat, moet jouw werkgever de pensioeninstelling hiervan schriftelijk op de hoogte brengen binnen de 30 dagen. De pensioeninstelling stuurt je dan een uittredingsfiche met de details van de pensioenreserves die je hebt opgebouwd.

De pensioeninstelling zal je vragen wat je wil doen met het aanvullend pensioen dat je hebt opgebouwd. Je kan onmiddellijk een keuze maken of deze keuze pas (veel) later maken. Voor de aanvullende pensioenen die je bij vroegere werkgevers hebt opgebouwd en waarvoor je indertijd geen beslissing hebt genomen, kan je dus nog op elk moment een keuze maken. Eén keuze heb je alvast niet: het opgespaarde bedrag opvragen vóór jouw pensioen.

Als je de uittredingsfiche ontvangt, heb je 5 mogelijkheden:

  1. Reserves bij de pensioeninstelling laten, zonder wijziging van het pensioenplan.
    De aangeslotenen die deze keuze maken worden « slapers » genoemd. Jouw reserves groeien verder aan volgens de voorwaarden van het pensioenplan zonder dat er nog bijdragen gestort worden. Het is wel mogelijk dat de overlijdensdekking wegvalt. Wanneer je zou overlijden, gaat er in dat geval niets van het door je opgebouwde aanvullend pensioen naar jouw erfgenamen. Het is dan ook belangrijk om je hierover goed te informeren.
    Klik hier voor meer informatie over de voor-en nadelen van deze optie.
  2. Reserves bij de pensioeninstelling laten zonder wijziging van het pensioenplan, met keuze overlijdensdekking.
    Deze optie biedt de voordelen van optie 1, maar waarborgt je daarnaast ook een overlijdensdekking. Deze keuze kan je enkel maken binnen de 12 maanden na jouw uitdiensttreding. 
    Klik hier voor meer informatie over de voor-en nadelen van deze optie.
  3. Je kan jouw reserves onderbrengen in de onthaalstructuur van de pensioeninstelling.
    Dit is een verzekering die de reserves beheert van werknemers die uit dienst getreden zijn. Jouw reserves evolueren verder volgens de nieuwe regels van de onthaalstructuur, dus zonder de garanties van jouw vorig pensioenplan. Meestal kan in dit geval een overlijdensdekking voorzien worden. 
    Klik hier voor meer informatie over de voor-en nadelen van deze optie.
  4. Je kan jouw reserves overdragen naar de pensioeninstelling van jouw nieuwe werkgever.
    Deze mag dit niet weigeren en er mogen ook geen kosten voor aangerekend worden. Jouw reserves vallen dan niet langer onder de regels en garanties van het oorspronkelijk pensioenplan, maar van het pensioenplan van jouw nieuwe werkgever.
    Klik hier voor meer informatie over de voor-en nadelen van deze optie.
  5. Ten slotte kan je een bijzonder individueel verzekeringscontract afsluiten met een pensioeninstelling die voldoet aan bepaalde voorwaarden.
    De lijst van deze pensioeninstellingen kan je vinden op de website van de FSMA. In dit geval kan een overlijdensdekking voorzien worden. 
    Klik hier voor meer informatie over de voor-en nadelen van deze optie. 

Nadat je de uittredingsfiche hebt ontvangen, heb je 30 dagen de tijd om jouw keuze aan jouw werkgever mee te delen. Als je te laat reageert, dan gaat de werkgever er vanuit dat je bij de bestaande pensioeninstelling blijft (keuze 1). Je kan echter nadien ook nog jouw reserves overbrengen naar de onthaalstructuur (keuze 3), de pensioeninstelling van jouw nieuwe werkgever (keuze 4) of naar een bijzonder individueel verzekeringscontract (keuze 5).

Enkel de keuze voor optie 2 moet je maken binnen de 12 maanden na jouw uitdiensttreding

Het is aangeraden om informatie te vragen over de gevolgen van elk van deze keuzes voor jouw specifieke situatie. Het is daarbij van groot belang een antwoord te zoeken op volgende vragen:

  • heb je nog recht op een overlijdensdekking bij elk van deze keuzes?
  • zo ja, worden de premies hiervoor van jouw pensioenreserves afgetrokken?
  • zal je nog een gegarandeerd rendement hebben?

Aanvullende pensioenen zijn een ingewikkelde materie. We raden je aan om je grondig te documenteren en jouw werkgever, de pensioeninstelling of jouw vakbond te raadplegen vooraleer je een beslissing neemt.

De Wikifin-tips

  • Het aanvullend pensioen dat je opbouwt terwijl je werkt, is verworven en kan je niet meer verliezen, zelfs niet als je ontslag neemt of ontslagen wordt.
  • Wanneer je jouw werkgever verlaat, kan je het aanvullend pensioen nog niet opvragen. Je moet hiervoor wachten tot je met pensioen gaat. Je hebt wel verschillende keuzemogelijkheden om jouw reserves verder te laten evolueren.
  • Als jouw reserve lager is dan 153 euro, dan heb je geen keuze: jouw reserve blijft dan sowieso bij de pensioeninstelling zonder wijziging van het pensioenplan (keuze 1).