De fiscaliteit van pensioensparen

De overheid wil u aanmoedigen om voor uw pensioen te sparen. Ze doet dit door pensioensparen fiscaal voordelig te maken. Maar wanneer komt u in aanmerking voor een belastingvermindering? En wat gebeurt er op uw 60ste?

Hebt u recht op belastingvermindering?

Als u geld belegt in een pensioenspaarfonds  of in een pensioenspaarverzekering , dan mag u dit bedrag op uw belastingbrief invullen (code 1361 voor een man en code 2361 voor een vrouw). De fiscus geeft u dan een belastingvoordeel van maar liefst 30% op dit bedrag. Natuurlijk zijn daar een aantal voorwaarden aan verbonden:

  • u moet minstens 18 jaar oud zijn, maar niet ouder dan 65; 
  • de belastingvermindering geldt alleen als u tenminste 10 jaar spaart. Begin er dus mee voor uw 55ste;
  • u mag slechts één vorm van pensioensparen inbrengen op uw belastingformulier;
  • de belastingvermindering van 30% geldt slechts voor een gespaard bedrag van 940 euro in 2016 (aanslagjaar 2017). Dit bedrag wordt niet meer jaarlijks geïndexeerd;
  • als u samenwoont of getrouwd bent, kan u beide voor het maximumbedrag (gespaard bedrag van 940 euro) een belastingvermindering krijgen. U moet dan wel elk een pensioenspaarrekening of -verzekering hebben;
  • als u zeer weinig of geen belastingen betaalt haalt u weinig of geen voordeel uit het pensioensparen; er zijn dan immers weinig belastingen waarop u de vermindering kan toepassen.

Welke belastingen betaal ik op wat ik gespaard heb?

U krijgt een belastingvermindering op de gestorte bedragen. Maar er volgt dan ook op het einde van de rit een belasting op uw pensioenspaarpot.

Die belasting bedraagt 8% en wordt, in beginsel, op uw 60ste verjaardag door de fiscus geïnd bij uw bank of verzekeraar. Het tarief van 8% wordt niet berekend op het kapitaal dat u werkelijk bij elkaar spaarde, maar op een fictief kapitaal. Hoe groot dat is, hangt opnieuw af van de formule die u koos. Vraag het aan uw verzekeraar of bank.

De regering heeft beslist om voorafnames te doen op die eindbelasting: vanaf 2015 tot en met 2019 (vijf jaar dus), zal telkens 1% worden geïnd op het fictief kapitaal dat u op 31 december 2014 gespaard had. U zal door uw bank of verzekeraar op de hoogte worden gebracht van deze voorafnames.

Op uw 60e verjaardag, zullen de al betaalde bedragen worden afgetrokken van de 8% eindbelasting.

U kan na uw 60 en vóór uw 65 nog steeds aan pensioensparen doen. U krijgt nog telkens een belastingvermindering op uw stortingen, maar u moet geen eindbelasting meer betalen. Dus in die laatste jaren kunt u nog een mooi belastingvoordeel meepikken.

Als u uw geld toch vóór uw 60ste zou opnemen, dan moet u hierop heel wat meer belastingen betalen: meestal 33%. Dit kan meer zijn dan de belastingverminderingen die u kreeg toen u het geld belegde in het pensioensparen. Bovendien kan uw verzekeraar bij de uitstap uit een pensioenspaarverzekering vóór de eindvervaldag ook kosten aanrekenen. Redenen genoeg om een vervroegde uitstap te vermijden.

Als u van uw pensioenspaarverzekering wil overstappen naar een pensioenspaarfonds of omgekeerd, zal de fiscus daarop 33% belastingen aanrekenen. Stapt u over van een pensioenverzekering naar een andere pensioenverzekering,  of van het ene pensioenspaarfonds naar een ander fonds, dan moet u geen belastingen betalen.

Voor meer informatie kan u hier terecht.

De Wikifintips

  • Om te genieten van de fiscale voordelen van pensioensparen moet u ermee beginnen  voor uw 55ste.
  • In het jaar waarin u 60 wordt, doet u de storting best na uw 60ste verjaardag. Zo wordt ze niet bij het fictief kapitaal geteld waarop u belastingen betaalt; maar u krijgt er wel een belastingvermindering voor.
  • U neemt best geen geld op voor uw 60ste verjaardag; doet u het toch, dan betaalt u meer belastingen.