Voor wie zelf wil bepalen wie wat van zijn erfenis zal krijgen: instrumenten voor successieplanning

Als je zelf niets onderneemt om je erfenis te regelen, gebeurt de verdeling volgens regels die in de wet zijn vastgelegd. Daarom spreken specialisten in dat geval over ‘wettelijke devolutie’. 

Je kan je erfenis zelf anders regelen dan volgens die wettelijke erfopvolging, maar hou er rekening mee dat je daarin niet helemaal vrij bent. De wet beschermt je partner (gehuwd of wettelijk samenwonend), je kinderen en – als je geen kinderen hebt – je ouders. Zelfs al je dat niet wilt, hebben zij altijd recht op een minimaal deel van je nalatenschap: dat deel heet het ‘reservatair erfdeel’ (of de ‘erfreserve’). Je kan hen dus nooit volledig onterven. 

Het beschikbaar erfdeel is wat overblijft van je erfenis als je het reservatair erfdeel ervan hebt afgetrokken. Je mag zelf beslissen wie welk deel van dit beschikbaar erfdeel zal erven.

Hoe groot het beschikbaar erfdeel en het reservatair erfdeel precies zijn, kan niet helemaal van tevoren worden bepaald. Dat zal pas duidelijk worden na het overlijden. 

  1. Het reservatair deel van je partner 

    Eerst wordt het reservatair erfdeel van je partner berekend. 

    • Bij gehuwden: als je gehuwd bent, bestaat het reservatair erfdeel van je echtgenoot uit het vruchtgebruik van de helft van je erfenis, met het gemeenschappelijk huis en de inboedel als minimum. Hierover lees je hier meer.

    • Bij wettelijk samenwonenden: zij erven automatisch het vruchtgebruik van de gezinswoning en de daarin aanwezige inboedel van elkaar. Die regel blijft gelden, ook al heeft de overledene nog ouders of kinderen. Bij testament kan hier wel een uitzondering op worden gemaakt: de samenwonende kan namelijk bij testament worden onterfd. Voor wettelijke samenwonenden bestaat er dus geen reservatair erfdeel.  

    • Bij feitelijk samenwonenden: zij erven niet automatisch van elkaar. Er is ook geen gedeelte voorbehouden voor de feitelijke partner.

    Het reservatair deel van je kinderen 

    Als je het reservatair erfdeel aftrekt van je erfenis, krijg je het beschikbaar erfdeel. Hoeveel dit bedraagt, hangt onder meer af van het aantal kinderen dat je hebt:

    • 1 kind: het beschikbaar erfdeel waarover je zelf mag beslissen, is gelijk aan de helft van de erfenis. Het kind heeft minstens recht op de helft van erfenis. Dat is het reservatair erfdeel.

    • 2 kinderen: het beschikbaar erfdeel waarover je zelf mag beslissen, is gelijk aan een derde van de erfenis. Elk kind heeft minstens recht op een derde van de erfenis. 

    • 3 kinderen: het beschikbaar erfdeel waarover je zelf mag beslissen, is gelijk aan een vierde van de erfenis. Elk kind heeft minstens recht op één vierde van de erfenis.

    • 4 kinderen of meer: het beschikbaar erfdeel waarover je zelf mag beslissen, blijft steeds gelijk aan een vierde van de erfenis. De kinderen verdelen de resterende drie vierden van de erfenis onder elkaar.

    Je hebt het al begrepen: tot 3 kinderen geldt, hoe meer kinderen je hebt, hoe kleiner het beschikbaar erfdeel. 

    Loading Video...

    Heb je geen kinderen, maar nog wel ouders in leven? Dan hebben je ouders elk recht op een reservatair erfdeel dat gelijk is aan een vierde van je erfenis (na berekeningvan het erfdeel van je partner). 

    Raak je in je testament toch aan het erfdeel van je partner, kinderen of ouders? Dan hebben zij het volste recht om na je overlijden hun reservatair deel op te eisen.

    Als je een testament opstelt, kan je dus alleen je zin doen met het ‘beschikbaar erfdeel’, dus met het verschil tussen je totale erfenis en de reservataire erfdelen voor je partner, kinderen of ouders. 

    De fictieve massa is de basis voor de berekening van het reservatair en beschikbaar erfdeel

    De fictieve massa is de totale waarde van je erfenis op de dag van je overlijden. Het reservataire erfdeel en het beschikbaar deel worden berekend op de ‘fictieve massa’.

    Voor de berekening van de fictieve massa wordt ook rekening gehouden met schenkingen die je eerder zou hebben gedaan (die worden erbij geteld) en met schulden die je nog zou hebben (die worden afgetrokken).

    In de onderstaande voorbeelden gaan we uit van een eenvoudige situatie, waarbij de overledene geen schenkingen heeft gedaan en geen schulden heeft. 

    Voorbeeld 1:

    Je nalatenschap bedraagt in totaal 720.000 euro. Een deel hiervan is je aandeel in de gezinswoning ter waarde van 250.000 euro.

    • Heb je twee kinderen en geen partner? Dan kan je vrij beslissen over 240.000 euro (een derde van je erfenis). Elk kind heeft immers recht op een derde van de erfenis.
       
    • Heb je drie kinderen en een echtgeno(o)t(e)? Dan is je beschikbaar erfdeel beperkt tot de volle eigendom over 90.000 euro (1/8 van de nalatenschap) en de naakte eigendom over 90.000 euro. Je echtgeno(o)t(e) heeft namelijk recht op het vruchtgebruik van de volledige nalatenschap en elk kind heeft recht op een vierde van de erfenis. 

     

    Voorbeeld 2:

    Je nalatenschap bedraagt 500.000 euro en je bent eigenaar van de gezinswoning die 400.000 euro waard is. Jullie zijn wettelijk samenwonend en hebben geen kinderen. Je hebt wel een neef aan wie je graag iets wil nalaten.

    Je partner krijgt in elk geval het vruchtgebruik van de woning. Wat je bijvoorbeeld wel kan doen is enkel de naakte eigendom van jouw deel van de woning schenken aan een neef. 

     

    Voorbeeld 3:

    Je nalatenschap bedraagt 720.000 euro, maar 500.000 euro daarvan is jouw aandeel in de gezinswoning. Je bent wettelijk samenwonend. Volgens het erfrecht van de langstlevende samenwonende krijgt je partner het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel. Het reservatair erfdeel (of de erfreserve) van je partner is dus het vruchtgebruik over de gezinswoning (500.000 euro).

    Wat blijft er over om onder de erfgenamen te verdelen: de naakte eigendom over de gezinswoning (500.000 euro) en de volle eigendom over de rest van het vermogen, namelijk 220.000 euro.

  2. 1. Trouwen (en het type huwelijkscontract) is een eerste manier om aan successieplanning te doen.
     
    Trouwen heeft een grote invloed op wat er met je erfenis gaat gebeuren!

    Het is allicht niet de eerste bekommernis van jonge trouwers, maar toch heeft hun beslissing om te trouwen een grote invloed op wat er met hun erfenis zal gebeuren.

    Een getrouwd koppel dat geen huwelijkscontract heeft ondertekend en dus volgens het wettelijk stelsel is getrouwd, heeft drie vermogens: het eigen vermogen van ieder van de twee echtgenoten en hun gemeenschappelijk vermogen. Als een van de echtgenoten sterft, worden de regels van de wettelijke erfopvolging toegepast, namelijk:

    • de overlevende echtgenoot blijft eigenaar van zijn eigen vermogen;
       
    • bij de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen krijgt de overlevende echtgenoot zijn deel (de helft);
       
    • de overlevende echtgenoot krijgt het vruchtgebruik van de andere helft van het gemeenschappelijk vermogen en van het eigen vermogen van de overleden echtgenoot.
       

    Vele trouwers opteren ervoor om, bij overlijden van een van hen, hun volledig gemeenschappelijk vermogen in volle eigendom over te maken aan de overlevende echtgenoot. Zij nemen daarom in een huwelijkscontract de clausule ‘langst leeft, al heeft’ op. Dit maakt de verdeling van de erfenis gemakkelijker, maar heeft ook een nadeel: op termijn leidt het meestal tot hogere successierechten.

    Wie trouwt en een huwelijkscontract opstelt met scheiding van goederen, kan de clausule “langst leeft, al heeft” niet gebruiken, omdat er in dat stelsel geen gemeenschappelijke goederen zijn.

    Merk op dat je je huwelijkscontract niet eenzijdig kan wijzigen. Hiervoor heb je toestemming nodig van je echtgeno(o)t(e).

    2. Een testament opstellen is een tweede manier om zelf de verdeling van je bezittingen na je overlijden te regelen.
     
    Als je geen testament hebt opgesteld, regelt de wet hoe je erfenis wordt verdeeld: dat heet de ‘wettelijke devolutie’. Wil je een andere verdeling, dan kan je dat met een testament regelen. Maar weet dat je zelfs met een testament het reservatair erfdeel van je partner, kinderen of ouders niet kan verminderen.
     
    Wat kan je via een testament bepalen?
     
    In een testament kan je je erfenis zelf regelen: je kan bijvoorbeeld een of meerdere erfgenamen bevoordelen of een deel van je erfenis aan een goed doel nalaten.

    Aan een goed doel nalaten kan ook interessant zijn voor andere erfgenamen. In de praktijk wordt vaak de techniek van het duo-legaat toegepast.

    De techniek bestaat erin om twee begunstigden aan te duiden: het goede doel en een andere erfgenaam. Als voorwaarde geldt dat het goede doel enkel erft als het de successierechten volledig voor zijn rekening neemt. Het goede doel moet m.a.w. ook de successierechten betalen van de andere erfgenaam. Belangrijk om weten daarbij is dat de successierechten die goede doelen moeten betalen, veel lager zijn. Zo krijg je een een win-winsituatie: het goede doel erft – ondanks de successierechten – toch een deel én de andere begunstigde erft een groter deel omdat hij geen successierechten moet betalen. 

    Een voorbeeld.

    Je hebt geen reservataire erfgenamen en laat heel je erfenis na aan een neef. Om je neef te besparen van een fiscale kater, werk je met een duo-legaat. Je laat een deel na aan een goed doel die zal erven onder voorwaarde dat ze de hele erfbelasting voor hun rekening nemen. Zo erft je neef een netto groter deel. 

    Met een testament kan je ook een invloed hebben op wat er met je erfenis gebeurt nadat een erfgenaam gestorven is. Je kan dit doen door een bepaling in je testament op te nemen die men ‘restlegaat’ noemt. Daarbij stel je twee erfgenamen aan. De eerste erfgenaam erf eerst alles. Als hij komt te overlijden gaat wat er overblijft van je erfenis (de ‘rest’) naar de tweede erfgenaam die jij hebt aangeduid in je testament.

    Een voorbeeld.

    Piet en Magda zijn zonder huwelijkscontract getrouwd en hebben geen kinderen. De ouders van Piet leven niet meer, maar hij heeft wel twee broers. Magda heeft een broer en een zus. Als ze niets regelen, krijgt Magda na het overlijden van Piet de volle eigendom over hun gemeenschappelijk vermogen en het vruchtgebruik over het gemeenschappelijk vermogen van Piet. Piet wil voor Magda een gunstigere regeling uitwerken en maakt een testament op dat haar de volle eigendom over het gemeenschappelijk vermogen én zijn eigen bezittingen geeft. Als Magda daarna sterft, gaan alle bezittingen naar haar familie, dus ook wat ze van Piet heeft geërfd.

    Als Piet wil dat zijn erfdeel na de dood van Magda naar zijn familie gaat, kan hij dat regelen door een testament op te stellen. Hierin moet hij bepalen dat Magda de volle eigendom over zijn bezittingen krijgt, maar dat de twee broers van Piet na haar dood zijn resterende vermogen erven. Op die manier gaan de bezittingen van Piet naar zijn familie. Op het tweede legaat worden successierechten ‘in zijlijn’ berekend. Dit betekent dat de broers van Piet op hun deel successierechten betalen alsof ze rechtstreeks van Piet zouden hebben geërfd.

    Een notaris of een andere expert kan je hierover advies verlenen. Zo kan je mogelijke problemen voorkomen.
     
    Wat is het nut van een testament?
     
    Een testament kan nuttig zijn voor wettelijk of feitelijk samenwonenden die voor elkaar een betere regeling willen uitwerken dan de wettelijke. Wettelijk samenwonenden erven enkel het vruchtgebruik over de gezinswoning en de huisraad, en feitelijk samenwonenden erven niets als hun partner overlijdt.

    Via een testament kan je een of meerdere erfgenamen bevoordelen of bijvoorbeeld een deel van je erfenis aan een goed doel schenken.

    Een testament kan dus een nuttig instrument zijn om zelf je vermogen te verdelen na je overlijden.

    Via je testament, kan je ook beslissingen nemen over andere zaken: wat moet er met je kinderen gebeuren als je sterft, welke begrafenis wil je, …

    Maar je kan je testament ook gebruiken om de erfrechten van je erfgenamen te beperken. Zo kan het vruchtgebruik over de gezinswoning van de langstlevende wettelijk samenwonende partner via testament worden beperkt.

    Hoe kan je een testament opstellen?

    Je kan zelf een testament opstellen, dat heet een ‘eigenhandig testament’. Of je kan het door een notaris laten opmaken. Dan spreken we van een notarieel testament.

    Zelf een testament opstellen kost niets en je kan het zonder kosten wijzigen. Maar als het niet nauwkeurig is geschreven, kan het na je overlijden tot discussies leiden. Zo kunnen erfgenamen die zich door je testament benadeeld voelen, beweren dat je niet in staat was om een testament op te stellen. Zorg er dus in ieder geval voor dat je je testament met de hand schrijft, vermeld de datum waarop je opstelt en onderteken het.

    Denk erom: na je overlijden moet je testament boven water komen. Daarom kan het nuttig zijn om je eigenhandig testament te laten bewaren door een notaris. Die zal je ook voorstellen om het te laten registreren in het Centraal Register van Testamenten. Je kan je testament ook in bewaring geven aan een persoon die je vertrouwt of je kan je erfgenamen al een exemplaar van je testament geven.

    Een notarieel testament laten opstellen, biedt meer zekerheid. Dat testament moet je dicteren aan een notaris in het bijzijn van twee getuigen of van een tweede notaris. De notaris moet het testament in het Centraal Register van Testamenten laten registreren. Zo kan je er zeker van zijn dat je testament na je dood wordt teruggevonden en correct wordt uitgevoerd. Maar aan die zekerheid hangt een prijskaartje: een notarieel testament kost ongeveer 400 euro en die prijs kan oplopen als je in je testament specifieke bepalingen laat opnemen.

    Heb je bezittingen in het buitenland of wonen er erfgenamen in het buitenland? Dan ben je in principe verplicht om een notarieel testament te laten opstellen bij een notaris.

    3. Een schenking om de successierechten te verminderen.

    Wil je ervoor zorgen dat je erfgenamen minder successierechten zullen moeten betalen, dan kan je hen een deel van je bezittingen schenken terwijl je nog leeft.

    Schenkingsrechten of schenkingsbelasting

    Het voordeligste is de schenking van roerende goederen. Het gaat over de schenking van cash geld, effecten, kunstwerken, juwelen, …

    De voornaamste voordelen van een schenking van roerende goederen zijn:

    • Het tarief. Er geldt één tarief voor alle bedragen die je aan een persoon schenkt, hoe groot die ook zijn. Of je nu  bijvoorbeeld 50.000 euro of 5 miljoen euro aan je zoon schenkt, het tarief - de schenkingsrechten of de schenkingsbelasting genoemd - blijft 3%. Voor successierechten is dat niet het geval omdat de tarieven hoger worden naarmate de erfenis groter wordt (progressieve tarieven).
       
    • Het betalen van de schenkingsrechten op de schenking van roerende goederen is ‘bevrijdend’. Dat betekent dat de goederen die geschonken worden niet meer moeten worden aangegeven als de schenker overlijdt, ook al sterft die binnen de drie jaar na de schenking.
     
    Verlaagde rechten op schenking van roerende goederen Waals Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Vlaams Gewest
    In rechte lijn, tussen echtgenoten en samenwonenden* 3,3% 3% 3%
    Tussen broers en zussen, ooms en tantes, neven en nichten 5,5% 7% 7%
    Tussen andere personen 7,7% 7% 7%

    * De definitie van ‘samenwonenden’ verschilt naargelang het gewest. 

    Op de schenking van een familiebedrijf moeten in het Waalse Gewest en het Vlaamse Gewest (voor zover voldaan is aan een aantal voorwaarden) geen schenkingsrechten worden betaald. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geldt een verlaagd tarief van 3%.

    Wil je een onroerend goed, zoals een huis of bouwgrond, schenken? Dan moet je altijd bij de notaris langsgaan. Zo’n schenking gebeurt altijd via een akte en moeten er schenkingsrechten betalen.

    Meer info over schenken van een onroerend goed.

    Drie manieren om te schenken

    Er bestaan drie types schenkingen.

    1. De handgift. 
      Je schenkt bijvoorbeeld cashgeld, juwelen, een kunstwerk, ... Dat hoef je niet te laten registreren en er hoeven dan ook geen schenkingsrechten te worden betaald. Maar als je binnen de drie jaar na de schenking sterft, dan zal diegene die de schenking kreeg er wel successierechten op moeten betalen. Het geschonken goed wordt weer bij de nalatenschap geteld. Wil je dat risico vermijden, dan kan je de schenking laten registreren. Maar dan moeten er schenkingsrechten worden betaald. 

    2. De notariële schenking. 
      Als je een huis, een appartement of een ander onroerend goed wil schenken, dan moet dat via een notaris gebeuren. Bij een dergelijke schenking komen notariskosten en schenkingsrechten kijken. Sterf je binnen de drie jaar na de schenking, dan worden die goederen bij de erfenis geteld om de successierechten te berekenen: de schenkingsrechten die al werden betaald worden dan van de te betalen successierechten afgetrokken.

      Voor notariële schenkingen van roerende goederen gelden lagere en bevrijdende schenkingsrechten.

    3. De onrechtstreekse schenking. 
      Geld op een rekening of aandelen op een effectenrekening schenken of een schuld kwijtschelden: dat kan niet met een handgift. Het moet gebeuren via een ‘onrechtstreekse schenking’.

      Net als bij de handgift, moeten op een onrechtstreekse schenking geen schenkingsrechten worden betaald. Maar als de schenker binnen de drie jaar sterft, dan wordt de schenking wél meegeteld bij de erfenis om de successierechten te berekenen. Wil je dat risico vermijden, dan kan je de schenking laten registreren, maar dan moeten er op dat ogenblik schenkingsrechten worden betaald. Die zullen lager zijn dan de successierechten die zullen moeten worden betaald als je de schenking niet zou hebben geregistreerd. 

    Een schenking is onherroepelijk en gebeurt bij leven.

    In tegenstelling tot een testament, gebeurt een schenking bij leven, met de ‘warme’ hand. Een testament wordt daarentegen pas uitgevoerd na het overlijden van de erflater.

    Een schenking is in principe onherroepelijk. Je testament kan je daarentegen op ieder moment wijzigen of zelfs ongedaan maken. 

    Een schenking registreren of niet?

    De registratie van een handgift of onrechtstreekse schenking kan zonder tussenkomst van een notaris. Je kan ervoor terecht bij een registratiekantoor, zolang dit gebeurt voor de dood van de schenker.

    Als je je handgift of onrechtstreekse schenking laat registreren, moet je schenkingsrechten betalen. Voor dergelijke schenkingen van roerende goederen zijn de schenkingsrechten lager dan de successierechten.

    Is je gezondheid uitstekend, dan laat je een dergelijke schenking het best niet registreren zodat er ook geen schenkingsrechten hoeven te worden betaald. Als je nog drie jaar leeft, zullen je erfgenamen immers ook geen successierechten moeten betalen.

    Heb je de schenking niet laten registreren maar verslechtert je gezondheid plots, dan kan je ze alsnog laten registreren. Die registratie mag ook een hele tijd na de schenking gebeuren.

    Specifieke schenkingstechnieken

    Als je een schenking overweegt, bedenk dan toch even dat een schenking in principe definitief is. ‘Gegeven is gegeven!’

    Bij een schenking kunnen de volgende vragen rijzen:

    • kan ik bij de schenking van een woning de hoge schenkingsrechten vermijden?

    • hoe kan ik ervoor zorgen dat het geld dat ik schenk niet wordt verspild?

    • kan ik mijn huis wegschenken, maar er blijven wonen zolang ik leef?

    • verlies ik de zeggenschap over de geschonken goederen?

    • zal mijn geschonken goed bij mijn schoondochter/zoon terechtkomen?

    Voor de vier laatste gevallen kan de techniek van een ‘schenking met last’ worden toegepast. Een schenking kan met andere woorden echt op maat worden gemaakt, afhankelijk van de persoonlijke situatie van de schenker.

    Bij successieplanning kan je verschillende schenkingstechnieken gebruiken die een oplossing bieden voor deze bezorgdheden. Hieronder enkele voorbeelden:

    • Schenking van onroerende goederen in schijven: op de schenking van onroerende goederen moeten schenkingsrechten worden betaald die nauwelijks van de successierechten verschillen. Ze zijn progressief. Om de belastingdruk bij de overdracht van een huis te beperken, kan je om de drie jaar een gedeelte van het huis schenken en zo binnen de laagste belastingschijven blijven.

    • Rechtstreekse betaling van facturen: het feit dat een schenker de facturen van de begunstigde betaalt, wordt gezien als een onrechtstreekse schenking. Ook deze manier van schenken kan geregistreerd worden. Op die manier krijgt de schenker zekerheid over het doel waarvoor zijn geld zal worden gebruikt.

    • Schenking met een onderhoudsbeding: er wordt een last aan de schenking verbonden. Zo kan aan de begunstigde worden gevraagd om aan de schenker een maandelijkse rente te storten. Als hij dat niet doet, dan kan de schenking worden herroepen.

    • Schenking met voorbehoud van vruchtgebruik: in dat geval gaat de eigendom van goederen over naar de blote eigenaars, maar het genot, het bezit en de vruchten blijven bij de vruchtgebruiker. Zo kan een ouder bijvoorbeeld een appartement schenken aan zijn kind maar zelf het vruchtgebruik behouden. Het kind is dan eigenaar van het appartement maar de ouder mag blijven ‘genieten’ van het appartement: hij mag er wonen of hij mag de huuropbrengsten innen. 
       
    • Schenken met andere voorwaarden: aan een schenking kan je ook bepaalde voorwaarden koppelen. Zo kan je bepalen dat de schenking enkel kan worden gebruikt voor de aankoop van een onroerend goed. Of je kan als ouder bepalen dat je schenking nooit zal mogen worden ingebracht in het gemeenschappelijk vermogen van je kind en zijn echtgenoot of echtgenote. Of er kan worden bepaald dat de schenking terugkomt naar de schenker mocht de begunstigde vóór hem overlijden. 

    4. Een levensverzekering afsluiten is een vierde instrument om aan successieplanning te doen.
     
    Als je grondig werk wil maken van je successieplanning, kan je overwegen om daarvoor één of meerdere levensverzekeringscontracten af te sluiten. Onder bepaalde voorwaarden kan je er hetzelfde mee bereiken als met een testament. Maar let wel op, want er zijn ook specifieke belastingen en kosten verbonden aan een levensverzekering en die kunnen oplopen. Voor meer algemene informatie over levensverzekeringen, klik hier.

    Vraag uitvoerige informatie aan je verzekeraar. En vergelijk die informatie zo mogelijk met wat een andere specialist, zoals de notaris, je geeft. Maar ook hier geldt de algemene regel: koop geen verzekeringsproduct dat je niet begrijpt.

     
  3. 1. Als ik iets schenk, kan ik er niet meer van genieten
    Gegeven is gegeven, dat klinkt logisch. Maar wist je dat je toch nog van een goed kan genieten, zelfs na een schenking? Je kan immers schenken met “voorbehoud van vruchtgebruik”. Als je bijvoorbeeld een woning schenkt met voorbehoud van vruchtgebruik, dan kan je er nog in blijven wonen. Je kan zelfs de woning verhuren en genieten van de huurinkomsten. Dat geldt niet enkel voor woningen. Je kan ook geld schenken met voorbehoud van vruchtgebruik. Het kapitaal geef je weg, maar je krijgt nog steeds de intresten.

    2. Als ik geld schenk aan mijn kinderen, is er het risico dat ze het gaan verspillen 
    De meeste ouders willen schenken om hun kind een financieel duwtje in de rug te geven. Om te beletten dat jouw kind dat geld zomaar onbezonnen verspilt, kan je voorwaarden aan een schenking koppelen. Zo kan je bepalen dat je kind het geld enkel mag aanwenden voor de aankoop van een woning. Hier zijn er veel creatieve mogelijkheden, zolang je maar binnen redelijke grenzen blijft.

    3. Als ik schenk aan mijn getrouwd kind, dan valt de schenking in handen van mijn schoonfamilie
    Als je kind getrouwd is onder ‘het stelsel scheiding van goederen’ of ‘het wettelijk stelsel’, dan gaat wat je schenkt, automatisch in het vermogen van jouw kind. Bij een huwelijk ‘onder algehele gemeenschap’ komt de schenking in de gemeenschap terecht.

    Wil je op veilig spelen? Je kan schenken met de voorwaarde dat de schenking eigendom van je kind moet blijven. Dat kan ook als je kind getrouwd is onder ‘algehele gemeenschap’. Je kan zelfs een verbod bedingen om de schenking in de gemeenschap te brengen. Daarmee blijft de schenking altijd in het vermogen van jouw kind, zonder dat hij er zelf iets aan kan veranderen.

    4. Als ik één van mijn kinderen iets schenk, worden mijn andere kinderen benadeeld
    Dat is niet helemaal juist. Je hebt als schenker de keuze om de schenking “als een voorschot op erfenis” te doen. Het kind krijgt terwijl hij leeft een schenking, maar die schenking zal afgetrokken worden van zijn erfenis. Wens je dat kind echt te bevoordelen tegenover jouw ander kind, dan kan je een schenking “buiten erfdeel” doen. In dat geval wordt de schenking niet verrekend. Informeer je hierover bij je notaris.  Specifieer je niets, dan gebeurt de schenking in principe “als een voorschot op erfenis”.

    5. Als ik schenk, moet ik nog drie jaar blijven leven
    Dat hangt af van wat je wil schenken.

    Roerende goederen (geld, aandelen, meubels, …) kan je op verschillende manieren schenken. Als je ervoor kiest om schenkbelasting te betalen bij de schenking van roerende goederen, dan is de kous af. Je hoeft je verder geen zorgen te maken over hoe lang je nog leeft: op die goederen zal er geen erfbelasting meer verschuldigd zijn, zelfs als je binnen de drie jaar sterft. Roerende goederen kan je ook schenken met een handgift of met een bankgift, zonder betaling van de schenkbelasting. Daar hangt wel een risico aan vast: als je roerende goederen schenkt en binnen de drie jaar overlijdt, moeten je erfgenamen wel erfbelasting (successierechten) betalen op die goederen. En dat kan duurder uitvallen dan de goedkopere schenkbelasting.

    Wanneer je een onroerend goed schenkt (bijvoorbeeld een huis), dan moet je rekening houden met de termijn van drie jaar: je betaalt automatisch schenkbelasting aangezien de schenking via een notariële akte verloopt. Maar daarmee is de kous hier niet af… Voor onroerende schenkingen bestaat “progressievoorbehoud”: als je binnen de drie jaar na de schenking sterft, wordt er wél rekening gehouden met de waarde van de schenking in de berekening van de successierechten.

    Deze regel geldt niet voor de schenking van roerende goederen, schenking van bouwgronden en de familiale bedrijven. Plan je een onroerend goed te schenken, dan informeer je je best eerst goed bij je notaris.

    Bron: Notaris.be

    notaris.be