Trouwen, wettelijk of feitelijk samenwonen

Het was liefde op het eerste gezicht. Snel gaan samenwonen was een vanzelfsprekende volgende stap en misschien rennen er ondertussen al zelfs kindjes door het huis. De tijd vliegt en in al die drukte hebben jullie nog geen moment gevonden om jullie relatie te officialiseren. 
 
Belangrijk om weten is dat "niets doen" ook een keuze is die bepaalde gevolgen heeft. Door niets te doen worden jullie beschouwd als "feitelijk samenwonenden". Dit heeft onder andere fiscale implicaties en zou jullie zuur kunnen opbreken mocht één van jullie sterven. Zowel trouwen als wettelijk samenwonen bieden dan een betere bescherming. Maar misschien zien jullie er tegenop om een huwelijk te organiseren? Dan is wettelijk samenwonen  een optie omdat hier nauwelijks formaliteiten aan te pas komen: een handtekening van beide partners op het gemeentehuis van de gemeente waar jullie wonen is voldoende. 
 
Indien jullie je bezittingen en geldzaken op een andere wijze willen regelen dan de wettelijke standaardregeling, zullen jullie een contract moeten ondertekenen bij de notaris. Wacht daar niet mee tot jullie situatie te ingewikkeld is geworden om deze stappen te zetten.

De Wikifin-tips

  • Ga geregeld na of je je huwelijks- of samenlevingscontract niet moet herzien. Het leven verandert immers voortdurend. Als bijvoorbeeld een van beide partners een zelfstandige activiteit wil gaan uitoefenen, kan het interessant zijn om over te stappen naar de formule "scheiding van goederen". Zo kunnen de bezittingen van de andere partner niet in beslag worden genomen mochten de zaken niet goed lopen.
  • Als jullie persoonlijke bezittingen hebben, kunnen jullie die het best oplijsten in het contract dat jullie bij de notaris afsluiten. Hoe nauwkeuriger jullie persoonlijke bezittingen zijn beschreven, hoe beter jullie door het contract beschermd zullen zijn.
  1. Elkaar een ring aan de vinger schuiven, is niet alleen een teken van liefde. U krijgt daardoor ook een aantal juridisch belangrijke rechten en plichten. 
    Klik hier voor meer algemene informatie over de voorwaarden en formaliteiten rond een huwelijk.

    De wederzijdse rechten en plichten van gehuwden hebben te maken met:

    • de bescherming van de gezinswoning: geen van de partners kan alleen beslissen om de gezinswoning weg te schenken, te verkopen of te verhuren. En dat zelfs niet als hij of zij de enige eigenaar is.
    • de bijdragen in de kosten van het samenleven: beide partners moeten een deel van hun inkomen besteden aan huishoudelijke uitgaven.
    • het samen dragen van bepaalde schulden: gaat een van beide partners een schuld aan voor de financiering van hun gemeenschappelijke uitgaven of voor de opvoeding van hun kinderen, dan kan de andere ook gevraagd worden om die schuld terug te betalen.

     

    1. Toepassing van het principe ‘gemeenschap van goederen’

    Bij een huwelijk voorziet de wet in het stelsel van gemeenschap van goederen.

    Dat stelsel geldt voor alle echtparen die:

    • geen huwelijkscontract afsloten
    • een huwelijkscontract afsloten waarin expliciet voor dit stelsel werd gekozen.

    Bij ‘gemeenschap van goederen’ maken we een onderscheid tussen:

    • het gemeenschappelijke vermogen;
    • het eigen vermogen van beide partners.

    In grote lijnen omvat het gemeenschappelijk vermogen:

    • alle inkomens van het echtpaar (niet alleen inkomens uit werk, maar ook  huuropbrengsten van bv. een appartement, intresten uit spaargeld en  dividenden  uit beleggingen);
    • alles wat de partners tijdens het huwelijk kochten;
    • de goederen waarvan niet kan worden aangetoond dat ze tot de bezittingen van  een van de partners behoren. Belangrijk daarvoor kan zijn of er bij de aankoop  een  factuur op naam werd opgesteld.

    Het eigen vermogen van beide partners omvat alle goederen die elk al vóór het huwelijk bezat. Daar horen ook de tijdens het huwelijk gekregen en geërfde goederen bij en de bezittingen van persoonlijke aard (zoals kledij). Dat alles blijft eigendom van de partner in kwestie en maakt dus geen deel uit van het gemeenschappelijk vermogen.

    De inkomsten en de te betalen intresten zijn gemeenschappelijk: in het kader van het stelsel ‘gemeenschap van goederen’ zijn alle inkomsten voor beide echtgenoten. Zelfs als een van beiden geen beroep uitoefent, kan hij aanspraak maken op de gezinsinkomsten, ook al heeft de andere partner die verdiend. En wat wanneer een van de echtgenoten schulden maakt die niet dienen voor de financiering van de gezinsuitgaven of voor de opvoeding van de kinderen? Dan moet de andere niet opdraaien voor de terugbetaling van die schulden, maar wel voor de intresten erop. Die intresten kunnen worden terugbetaald uit het gemeenschappelijk vermogen.

     

    2. Andere mogelijkheid: scheiding van goederen

    Als de echtgenoten geen andere regeling treffen, geldt volgens de wet het stelsel van de 'gemeenschap van goederen'. Men spreekt dan van de 'wettelijke gemeenschap'.

    Maar de echtgenoten kunnen ze daar van afwijken en kiezen voor een ander huwelijksstelsel. Die keuze moeten ze contractueel door een notaris laten vastleggen.

    Een ander huwelijksstelsel is de ‘scheiding van goederen’.

    In dat stelsel blijft elke partner eigenaar van zijn eigen bezittingen en inkomsten. Hij alleen moet opdraaien voor de eigen schulden. De echtgenoten kunnen wél gemeenschappelijke bezittingen hebben. Denk maar aan de woning die ze samen kopen, of aan het geld op hun gemeenschappelijke rekening. Sommige schulden, gemaakt met het oog op de gezinsbehoeften (voor de aankoop van een wasmachine bijvoorbeeld) moeten beide echtgenoten terugbetalen. In de praktijk zal de bank waar een van beide partners een lening wil afsluiten, beide echtgenoten vragen het contract te ondertekenen.

    Echtgenoten getrouwd met ‘scheiding van goederen’ hebben dus meer financiële autonomie. Na een scheiding valt het stelsel ‘scheiding van goederen’ voordeliger uit voor de echtgenoot met het hoogste inkomen en de meeste bezittingen. Voor de partner met het laagste inkomen kan het stelsel dan weer rampzalige gevolgen hebben…

    Om met ‘scheiding van goederen’ te kunnen trouwen, moeten echtgenoten een huwelijkscontract ondertekenen.

    Meer informatie over het stelsel ‘gemeenschap van goederen’;
    Meer informatie over het stelsel ‘scheiding van goederen’;
    Meer informatie over verschillende huwelijksstelsels.

     

    3. Een huwelijkscontract is noodzakelijk als de partners niet met ‘gemeenschap van goederen’ willen trouwen

    Als de echtgenoten niet akkoord gaan met het stelsel 'gemeenschap van goederen' of als ze voor dat stelsel kiezen maar het willen aanpassen, moeten ze een huwelijkscontract ondertekenen.

    Een huwelijkscontract is een door de notaris opgesteld document waarin de echtgenoten kiezen voor een huwelijksstelsel: ‘gemeenschap van goederen’ of ‘scheiding van goederen’.

    Het huwelijkscontract legt vast wie eigenaar is van wat en hoe daar mee wordt omgesprongen. Daarnaast is het mogelijk om bv.  in het huwelijkscontract te bepalen hoe de bezittingen verdeeld worden na het overlijden van een van beide partners.

    Meer informatie over huwelijkscontracten.

    Variaties in de stelsels ‘gemeenschap van goederen’ of ‘scheiding van goederen’: zowel bij gemeenschap van goederen als bij scheiding van goederen kunnen aanpassingen gebeuren. Daarvoor moet wel een huwelijkscontract worden afgesloten. De stelsels kunnen ingrijpend worden aangepast.

     

    4. Latere aanpassingen aan het huwelijkscontract

    Op voorwaarde dat u allebei akkoord gaat, kan u uw huwelijkscontract op elk moment wijzigen. Zo kan u overstappen naar een ander huwelijksstelsel of het bestaande contract aanpassen door nieuwe afspraken toe te voegen. Alleen een notaris kan uw huwelijkscontract aanpassen.

    Meer informatie over aanpassingen aan het huwelijkscontract.

     

    5. Wat gebeurt er als een van de echtgenoten sterft?

    Wie trouwt, is juridisch beter beschermd dan wettelijk of feitelijk samenwonenden, ook wat de erfenis betreft.

    Om precies te begrijpen waar het om gaat, leggen we eerst even het begrip ‘vruchtgebruik’ uit.

    De volle eigendom over goederen omvat het ‘vruchtgebruik’ en de ‘naakte eigendom’:

    • het vruchtgebruik is het recht om van goederen gebruik van te maken. Gaat het om een woning, dan geeft vruchtgebruik u het recht om er te wonen óf om de woning te verhuren en de huurgelden te ontvangen. Gaat het om een pakket aandelen, dan geeft vruchtgebruik u het recht de dividenden te ontvangen. En ga zo maar door.
    • de ‘naakte eigendom’ is de ‘volle eigendom’ min het ‘vruchtgebruik’.

    Samenvatting:

    • Volle eigendom = naakte eigendom + vruchtgebruik.
    • Naakte eigendom = volle eigendom min vruchtgebruik.
    • Vruchtgebruik = volle eigendom min naakte eigendom.

    Bij een getrouwd koppel erft de langstlevende partner sowieso het vruchtgebruik op alle goederen: zowel het vastgoed (de gezinwoning, een tweede woning) als de spaargelden en beleggingen. De overlevende partner mag dus in het huis blijven wonen óf het verhuren en de huurgelden ontvangen. En dat zelfs als hij geen eigenaar van de woning was. De overlevende partner heeft ook recht op de dividenden uit aandelen, intresten op de spaarrekening… De naakte eigendom komt toe aan de wettelijke erfgenamen of aan wie eventueel in een testament wordt genoemd. De rechten van de overlevende partner wegen soms zelfs zwaarder dan dat vruchtgebruik.

    Echtgenoten kunnen elkaar trouwens niet volledig onterven. De langstlevende partner heeft altijd recht op een voorbehouden gedeelte (dat wil zeggen: hij krijgt altijd een gedeelte van de bezittingen van de overledene).

    De Wikifintips

    • Overloop samen met de notaris de verschillende bepalingen die u in een huwelijkscontract kan laten opnemen vóór u de definitieve versie laat opstellen.
    • U kan overwegen om een beschrijving van uw persoonlijke bezittingen in bijlage aan het huwelijkscontract toe te voegen. Zo kan niemand achteraf betwisten dat u de eigenaar bent. Precies daarom kan u een huwelijkscontract laten opstellen, zelfs als u voor het wettelijke stelsel kiest.

     

  2. Ongehuwd samenwonende partners die niet als wettelijk samenwonenden door het leven gaan, worden beschouwd als feitelijk samenwonenden.

    Om feitelijk samen te wonen moeten er geen formaliteiten vervuld worden. Er zijn dan ook geen rechten of verplichtingen tegenover elkaar in verband met de verdeling van goederen, de terugbetaling  van schulden en de eigendom van bv. een woning. Elke partner blijft eigenaar van zijn eigen bezittingen en inkomsten. Keerzijde van de medaille: als een van beiden overlijdt, dan is de overlevende partner niet de wettelijke erfgenaam.

    Partners kunnen wel een samenlevingscontract afsluiten waarin ze bepaalde aspecten van het leven met z’n tweeën regelen (de verdeling van goederen, de erfenis…). In tegenstelling tot een huwelijkscontract en een overeenkomst tussen wettelijk samenwonenden, moet een samenlevingscontract niet door een notaris worden opgesteld.

    De Wikifintips

    Ongehuwd samenwonen biedt geen enkele juridische bescherming. Laat een samenlevingscontract opstellen om een aantal aspecten van het leven met z’n tweeën (vooral met betrekking tot bezittingen) te regelen.

     

  3. Het stelsel van wettelijk samenwonenden kan gelden voor niet getrouwde meerderjarigen. Samenwonenden kunnen dus ook bloedverwanten zijn (broer en zus, moeder en dochter…).

    Samenwonenden die een verklaring van wettelijke samenwoning indienen, zijn aan elkaar gebonden via een aantal rechten en plichten:

    • Bescherming van de gezinswoning: geen van de partners kan alleen beslissen om de gezinswoning weg te schenken, te verkopen of te verhuren. Zelfs niet als hij zij de enige eigenaar van de gezinswoning is.
    • Bijdragen voor de kosten van het samenleven: beide partners moeten een deel van hun inkomen besteden aan huishoudelijke uitgaven.
    • Samen dragen van bepaalde schulden: als een van beide partners een schuld aangaat om de uitgaven te financieren voor hun gezin  of voor de kinderen die ze samen opvoeden, dan kan de ander ook die schuld moeten terugbetalen.

    Samenwonenden blijven eigenaar van hun inkomsten.

    Als niet kan worden aangetoond dat een van beide samenwonende partners de enige eigenaar is (als hij bijvoorbeeld met cash geld een wasmachine kocht en op de factuur geen naam staat), wordt ervan uitgegaan dat het goed eigendom is van beide samenwonende partners.

    Sterft een van beide samenwonende partners, dan beperkt de wettelijke erfenis van de overlevende partner zich tot het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel. De overlevende partner mag dus in het huis blijven wonen óf het verhuren en de huurgelden, zelfs als hij geen eigenaar van de woning is. Het recht op vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel kan via een testament worden beperkt of uitgebreid.

    Als wettelijk samenwonenden willen afwijken van wat in de wet is voorzien, moeten ze een samenlevingscontract afsluiten.

    Net als voor een huwelijk, is een contract niet verplicht. Als de samenwonenden geen contract afsluiten, vallen ze gewoon onder een stelsel vergelijkbaar met dat van ‘scheiding van goederen’.

    Net als een huwelijkscontract, moet een samenlevingscontract door een notaris worden opgesteld.

    Wettelijk samenwonenden zijn zo goed als volledig vrij in het opstellen van hun samenlevingscontract, zolang ze er niets in opnemen wat tegen de wet is. Zo mag een samenlevingscontract geen clausule bevatten die de partners tot wederzijdse trouw verplicht. De bepalingen in het samenlevingscontract kunnen wél betrekking hebben op de individuele en de gemeenschappelijke bezittingen, de bedragen die maandelijks op een gemeenschappelijke rekening worden gestort om de huishoudelijke uitgaven te financieren…

    Net als een huwelijkscontract, kan een samenlevingscontract op elk moment worden gewijzigd. Beide partners moeten het eens zijn over de wijzigingen en ze moeten bij een notaris worden opgesteld.

    Meer informatie over samenlevingscontracten voor wettelijk samenwonenden.

    De Wikifintip

    Overloop samen met de notaris de verschillende bepalingen die u in een samenlevingscontract kan laten opnemen vóór u de definitieve versie laat opstellen.

     

  4. Een huwelijkscontract (in het kader van een huwelijk), een verklaring van wettelijke samenwoning of een samenlevingscontract (in het kader van wettelijk samenwonen) is niet verplicht. De wet beschrijft de rechten en plichten van echtparen en wettelijk samenwonenden. Wie trouwt zonder huwelijkscontract, is gebonden door het wettelijk stelsel ‘gemeenschap van goederen’.

    Toch kan een huwelijkscontract of een samenlevingscontract een goed idee zijn.

    In een huwelijkscontract kan u aangeven:

    • welk huwelijksstelsel (scheiding van goederen of gemeenschap van goederen) u wil. Dat bepaalt aan wie de inkomsten toebehoren, wie moet opdraaien voor de schulden…
    • welke wijzigingen u aan dat stelsel wil aanbrengen.

    Ook samenwonenden kunnen een onderlinge overeenkomst afsluiten. We spreken dan over een samenlevingscontract. De wettelijke regels kunnen daarmee aangepast worden aan de wensen van de samenwonenden.

    Om geldig te zijn, moeten overeenkomsten tussen gehuwden en tussen wettelijk samenwonenden door een notaris worden opgesteld.  Voor feitelijk samenwonenden kan dat, maar hoeft dat niet.

    Mogelijkheden om het huwelijks- en samenlevingscontract aan te passen

    Zulke overeenkomsten kunnen op ieder moment worden aangepast. Een voorbeeld: als u een zelfstandige beroepsactiviteit wil gaan uitoefenen, kan het interessant zijn over te stappen op scheiding van goederen om de bezittingen van uw echtgenoot of echtgenote te beschermen.

    Beide partners moeten met de wijzigingen in het huwelijks- of samenlevingscontract instemmen. Geen van beiden kan eenzijdig beslissen iets te wijzigen.

  5. Bij de keuze voor een van de drie verschillende vormen van samenleven, zijn er financiële gevolgen. En die zijn niet min. We maakten een overzichtelijke tabel met de voornaamste verschillen. 

    Let op, want bij een schematisch overzicht gaat onvermijdelijk heel wat informatie verloren. U vindt u meer gedetailleerde informatie via de links naar Wikifin.be. 

      Huwelijk Wettelijk samenwonen Feitelijk samenwonen
    Welke formaliteiten?
    • Huwelijksplechtigheid bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.
    • Huwelijkscontract bij de notaris is mogelijk.
    • Een schriftelijke verklaring van samenwonen afleveren bij de burgerlijke stand.
    • Samenlevingscontract bij de notaris is mogelijk.
    • Geen formaliteiten: enkel bij elkaar intrekken.
    • Geschreven overeenkomsten zijn mogelijk.
    Wat met het inkomen van de partners?
    • Gaat naar de gemeenschap, tenzij een huwelijkscontract het anders bepaalt.
    • Vooreerst bestemd voor de gezinslasten (huur, boodschappen,…), de rest blijft afzonderlijk. Tenzij een contract het anders bepaalt.
    • Ieder behoudt zijn eigen inkomen.
    Wat met de gezinswoning in eigendom?
    • Alle beslissingen over de gezinswoning moeten samen genomen worden, ook als die woning eigendom is van één echtgenoot.
    • Alle beslissingen over de gezinswoning moeten samen genomen worden, ook als die woning eigendom is van één partner.
    • Wanneer één partner eigenaar is: hij/zij beslist alleen.
    Wie betaalt voor de gehuurde gezinswoning?
    • Huurgeld komt uit de gemeenschap (tenzij het huwelijkscontract het anders bepaalt);
    • Huurgeld is een gezinslast (inkomen van beide partners gaat eerst daar naar toe).
    • Diegene die het huurcontract heeft ondertekend, betaalt.
    Welke gevolgen voor uw belastingen?
    • Eén enkele aangifte voor beide echtgenoten.
    • Huwelijksquotiënt: dat is een fiscaal voordeel wanneer een van de echtgenoten een erg laag beroepsinkomen heeft.
    • Eén enkele aangifte voor beide partners.
    • Huwelijksquotiënt: dat is een fiscaal voordeel wanneer een van de partners een erg laag beroepsinkomen heeft.
    • Afzonderlijke aangiftes voor elk van beide partners.
    Wat als u uit elkaar gaat?
    • Echtscheiding voor de rechter.
    • Bescherming gezinswoning: niemand kan zomaar op straat worden gezet.
    • Alimentatiegeld voor minst verdienende echtgenoot is mogelijk.
    • Schriftelijke verklaring van einde van samenwonen.
    • Bescherming gezinswoning: niemand kan zomaar op straat worden gezet
    • Geen recht op alimentatie (tenzij voorzien in het samenlevingscontract).
    • Geen formaliteiten.
    • Geen bescherming van de gezinswoning: de eigenaar van de woning kan de ander er uit zetten.
    • Geen recht op alimentatie, tenzij contractueel voorzien.
    Wat als een partner sterft (zonder testament) ?
    • De overlevende echtgenoot erft steeds. Wat die erft, is afhankelijk van het huwelijksstelsel.
    • Voor de successierechten: de voordeligste tarieven.
    • De overlevende partner erft enkel het vruchtgebruik op de gezinswoning en de meubels.
    • Voor de successierechten: de voordeligste tarieven.
    • De overlevende partner erft enkel wanneer dit zo vermeld is in het testament van de overledene.
    • De hoogste tarieven.

    Openheid is erg belangrijk in een relatie; een open gesprek over geld hoort daar bij. En dan kan u maar beter goed geïnformeerd zijn. Wikifin geeft een goede aanzet, maar als u maatwerk wil bij het uitwerken van de financiële kant van uw relatie, raadpleegt u best een notaris. De eerste raadpleging is gratis.