Vaste of variabele rentevoet?

De intrestvoet op uw lening bepaalt hoeveel intresten u de kredietverstrekker moet betalen, bovenop het ontleende kapitaal.

Het principe

U heeft de keuze tussen 2 types intresten:

  • vaste rentevoet: die rentevoet, overeengekomen bij de ondertekening van de kredietovereenkomst, blijft van toepassing zolang het krediet loopt. Een vaste rentevoet kan een goed idee zijn als de rente laag staat. U heeft de zekerheid dat u vooraf het bedrag kent dat u maandelijks moet afbetalen zolang de lening loopt. 
  • variabele rentevoet: de basisrentevoet die bij de ondertekening van de kredietovereenkomst vastgelegd is, wordt op contractueel bepaalde tijdstippen aangepast in functie van de evolutie van een referentie-index. Die index is gebaseerd op de schommelingen van de intrestvoeten op de markt. Wie kiest voor een variabele rentevoet loopt dus meer risico, maar kan er zijn voordeel mee doen omdat de rentevoet in het begin van de afbetalingen meestal lager is. De rentevoet kan, afhankelijk van de gekozen formule, tijdens de hele looptijd van uw lening verschillende keren worden aangepast (jaarlijks, om de 5 jaar,…). Het maandelijks terug te betalen bedrag kan dus stijgen of dalen.
  Vaste rentevoet Variabele rentevoet
Voordelen Als de rente laag staat, kan een vaste rentevoet een goed idee zijn. Een stijging van de rentevoeten heeft immers geen gevolgen voor uw hypothecair krediet. Bij het begin van de afbetalingen kan een krediet met een variabele rentevoet voordeliger zijn dan een vaste rentevoet. Daalt de rente, dan moet u minder intresten betalen. Precies daarom wordt vaak voor deze formule gekozen wanneer de rente hoog staat, in de hoop dat ze tijdens de looptijd van de lening zal dalen. 
De wet bepaalt dat de rentevoeten zowel moeten kunnen stijgen als dalen. Ze kunnen trouwens maximaal verdubbelen. Zo kan een rentevoet van 4 % maximaal stijgen tot 8 %. Anderzijds is een daling tot 0 % in principe mogelijk.

Sommige ondernemingen bieden een variabele rentevoet met een ‘cap’ of bovengrens aan, waarbij de maximaal toegelaten afwijking op de algemene regel wordt vastgelegd. Zo betekent een cap +2 dat een rentevoet van 4 % met maximaal 6% kan stijgen als de intresten in de lift zitten.

Nadelen Kiest u voor een vaste rentevoet terwijl de rente hoog is, dan hangt u aan die hoge rentevoet vast zolang de lening loopt, zelfs als de rente op de markt daalt (tenzij u die lening vervroegd terugbetaalt en een nieuw krediet afsluit ). Uw maandelijkse afbetalingen zullen dan ook hoger zijn dan wanneer u van de dalende rente had kunnen genieten. Stijgen de intrestvoeten op de markt, dan heeft dat gevolgen op de contractueel vastgelegde data waarop uw intrestvoeten kunnen worden herzien. De wet bouwt hier een aantal grenzen in. U zal in dat geval elke maand een hoger bedrag moeten terugbetalen.

De Wikifintips

  • Als de rente laag staat, kiest u beter voor een krediet met vaste rentevoet. Zolang uw lening loopt, geniet u dan van een voordelige rentevoet.
  • Als de rente hoog staat, opteert u beter voor een krediet met variabele rentevoet. Informeer bij uw bank of het systeem met ‘cap’ interessant is voor u (de mogelijke stijging van uw rentevoet wordt dan beperkt).