Wikifin is een initiatief van de

Wikifin is een initiatief van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten. Lees meer over Wikifin.

worker-making-new-roof.png
Aangepast op

Je bent werknemer

Op deze pagina

Je bent werknemer: Hoe moet je je loon aangeven bij de fiscus?

Je brutoloon omvat zowel het loon dat je betaald krijgt voor de tijd die je gedurende een maand gewerkt hebt, als een hele reeks andere items. Al die informatie vind je terug op je loonfiche.

Om je te helpen je belastingaangifte correct in te vullen, bezorgt je werkgever je elk jaar je fiscale fiche 281.10. Die fiche bevat de jaarlijkse informatie over je loon met de bijbehorende codes, die je moet invullen op je belastingaangifte in vak IV. Meestal zijn die gegevens al ingevuld op je aangifte.

Je ontvangt je fiscale fiche persoonlijk. Ze wordt ook steeds naar de belastingdienst gestuurd.

Op die fiche vind je informatie over je gezinssituatie (alleenstaand, gehuwd, aantal kinderen ten laste), je jaarloon waarvan al socialezekerheidsbijdragen zijn afgehouden, de bedrijfsvoorheffing, je verplaatsingskosten, je bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, enz.

Je groepsverzekering wordt gefinancierd met bijdragen van de werkgever, maar soms ook met persoonlijke bijdragen, als dat zo bepaald is in het reglement. Die persoonlijke bijdragen staan op je loonfiche en geven je recht op 30 % belastingvermindering.

Beroepskosten: Kies je het best voor het forfait of voor de werkelijke kosten?

Beroepskosten zijn kosten die verband houden met je beroepsactiviteit. Aan werknemers verleent de fiscus automatisch een kostenforfait. Dat forfait wordt afgetrokken van het aan te geven beroepsinkomen. Je beroepsinkomen wordt m.a.w. verminderd met dit forfait zodat het lager is en je minder belastingen moet betalen.

Het kostenforfait varieert naargelang je inkomen. Voor inkomens in 2021 bedraagt het maximum 4920 euro. Merk op dat je je kosten niet schriftelijke hoeft aan te tonen om recht te hebben op het algemeen kostenforfait. Dat is dan meteen het grote voordeel van deze formule.

Meen je daarentegen dat je kosten voor je beroepsactiviteit hoger zijn dan het forfaitair bedrag (bijvoorbeeld door de vele kilometers woon-werktraject of omdat je thuis een bureau hebt ingericht voor je beroepsbezigheden), dan kan het voordeliger zijn om te opteren voor de aftrek van je werkelijke beroepskosten. Elk jaar kan je opnieuw kiezen tussen het forfait en de werkelijke kosten.

Als je opteert voor de werkelijke kosten, weet dan dat je voor elke kostenpost een onderscheid moet maken tussen privékosten en beroepskosten. Op het gedeelte beroepskosten moet je het percentage toepassen dat je voor elke soort uitgave als beroepskosten mag aftrekken.

Voorbeeld: Je gebruikt je auto de helft van de tijd voor je beroepsverplaatsingen en de andere helft voor privéverplaatsingen

De verdeelsleutel is dus 50/50. We gaan nader in op twee soorten autokosten: de brandstof en de autolening.

  • Van je totale brandstofkosten kan je de helft inbrengen als beroepskosten. Op dat bedrag moet je een percentage toepassen. Hoeveel dat bedraagt hangt af van de CO2-uitstoot van je auto. Dat percentage is dus verschillend voor elke auto. Als regel geldt: hoe "groener" de auto, hoe hoger het percentage. Zo mag een volledig elektrische auto voor 100 % worden afgetrokken.
  • Als je bovendien een autolening bent aangegaan, is de helft van de intresten 100 % aftrekbaar van je kosten voor het beroepsgedeelte.

Weetje

Opteer je ervoor om je werkelijke beroepskosten aan te geven, vergeet dan niet dat je die schriftelijk moet kunnen aantonen aan de fiscus, en dat ze wel degelijk moeten kaderen in de uitoefening van je beroepsactiviteit.