Wanneer mag je jouw aanvullend pensioen opvragen?

Sinds 1 januari 2016 is de uitbetaling van het aanvullend pensioen gekoppeld aan het wettelijk rustpensioen: wanneer je met (vervroegd) pensioen gaat, zal automatisch jouw aanvullend pensioen worden uitbetaald. Ook al vermeldt jouw aanvullend pensioenplan een andere pensioenleeftijd.

Veel bestaande pensioenplannen voorzien in een pensioenleeftijd van 60 jaar. Zelfs in dat geval is het niet meer mogelijk om het aanvullend pensioen uitbetaald te krijgen als je niet gepensioneerd bent. Het pensioenplan zal gewoon doorlopen zolang je in dienst bent, ook al is dit bv. tot 65 of 67 jaar.

Ook het omgekeerde geldt. Het is niet mogelijk om de opname van jouw aanvullend pensioen uit te stellen nadat je al met pensioen bent gegaan. Als jouw pensioenplan een eindleeftijd van 65 jaar vermeldt en je bv. op 63 jaar met vervroegd pensioen gaat, dan zal jouw aanvullend pensioen toch onmiddellijk uitgekeerd worden bij jouw vervroegde pensionering.

Lees hier wanneer je jouw wettelijk pensioen kan opnemen en wat de voorwaarden zijn om met vervroegd pensioen te gaan.

Neem je je wettelijk pensioen vervroegd op? Dan zal je aanvullend pensioen op dat ogenblik ook worden uitgekeerd. Je kan de opname van je aanvullend pensioen niet uitstellen.

Hierdoor kan je aanvullend pensioen lager zijn dan ingeschat, bijvoorbeeld omdat je pensioenreserves minder lang intresten opbrengen dan oorspronkelijk de bedoeling was. Mogelijk had je nog recht op voordelige rentevoeten van 3,25%, 3,75% of zelfs meer….

Daarnaast is er ook een fiscale impact. De belastingtarieven op je aanvullend pensioen hangen af van het tijdstip waarop je aanvullend pensioen wordt uitbetaald. De algemene regel is: hoe vroeger je met pensioen gaat, hoe hoger de belastingen die je betaalt.

Stel dat je met pensioen gaat op 65 jaar, dan betaal je 10% belastingen op je aanvullend pensioen. Ga je met vervroegd pensioen op je 60ste, dan betaal je 16,5% belastingen op je aanvullend pensioen. Het verschil kan dus groot zijn. Meer info over de belastingen op het aanvullend pensioen.

Uitzonderingen:

In enkele gevallen is het toch mogelijk om jouw aanvullend pensioen op te vragen wanneer je nog niet met pensioen gaat:

  • Wanneer je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, maar je besluit om toch nog te blijven werken en dus jouw wettelijk pensioen op dat ogenblik nog niet op te nemen, kan je toch al jouw aanvullend pensioen opnemen als het pensioenreglement dit toelaat.
  • Wanneer je voldoet aan alle voorwaarden om met vervroegd wettelijk pensioen te gaan, maar je besluit om toch nog te blijven werken en dus jouw wettelijk pensioen nog niet op te nemen, kan je toch al jouw aanvullend pensioen opnemen als het pensioenreglement dit toelaat.
  • Wanneer je in 2016 55 jaar of ouder werd:
    • Als je in 2016 58 jaar of ouder werd, dan mag het aanvullend pensioen uitbetaald worden vanaf jouw 60ste als het pensioenreglement dit toelaat.
    • Als je in 2016 57 jaar werd, dan mag het aanvullend pensioen uitbetaald worden vanaf jouw 61ste als het pensioenreglement dit toelaat.
    • Als je in 2016 56 jaar werd, dan mag het aanvullend pensioen uitbetaald worden vanaf jouw 62ste als het pensioenreglement dit toelaat.
    • Als je in 2016 55 jaar werd, dan mag het aanvullend pensioen uitbetaald worden vanaf jouw 63ste als het pensioenreglement dit toelaat.

Om te kunnen genieten van deze overgangsmaatregelen moet het pensioenreglement dit toelaten. Het is bv. mogelijk dat het pensioenreglement het niet toelaat dat het aanvullend pensioen wordt uitbetaald zolang je in dienst bent.

Neem contact op met jouw werkgever of met de pensioeninstelling (verzekeringsonderneming of pensioenfonds) als je jouw aanvullend pensioen wil opvragen.

Het aanvullend pensioen kan op verschillende wijzen worden uitbetaald:

  • in een keer, als kapitaal;
  • maandelijks of jaarlijks, in de vorm van een rente;
  • of als een combinatie van beiden.

Als jouw pensioenplan de uitbetaling van een kapitaal voorziet, dan heb je altijd de mogelijkheid om dit kapitaal in een rente om te zetten. Het omgekeerde is niet automatisch het geval.

De uitbetaling van het aanvullend pensioen in een kapitaal of onder vorm van een rente hebben beiden voor- en nadelen. 

Het netto aanvullend pensioen: na afhouding sociale bijdragen en belastingen

Op het aanvullend pensioen van werknemers worden volgende bijdragen voor de sociale zekerheid afgehouden:

  • een bijdrage van 3,55 % voor de ziekteverzekering;
  • een solidariteitsbijdrage waarvan de hoogte afhankelijk is van de grootte van jouw aanvullend pensioen: ze bedraagt tussen 0 en 2%.

Op jouw aanvullend pensioen, verminderd met de bijdragen voor de sociale zekerheid, wordt ook bedrijfsvoorheffing afgehouden. Die verschilt naar gelang je bij jouw pensionering een eenmalig bedrag (kapitaal) ontvangt of een betaling gespreid in de tijd (bv. maandelijkse renten).

Ontvang je jouw aanvullend pensioen gespreid in de tijd, bv. als maandelijkse renten? Dan wordt er maandelijks bedrijfsvoorheffing op afgehouden. Je moet dan die maandelijkse renten ook vermelden op jouw jaarlijkse aangifte voor de personenbelasting.

Ontvang je een eenmalig kapitaal, dan is de bedrijfsvoorheffing een percentage (10%, 16,5%, 18% of 20%) dat afhangt van de volgende elementen:

  • de leeftijd waarop je het kapitaal ontvangt;
  • of jouw aanvullend pensioen werd gefinancierd met werknemersbijdragen of met werkgeversbijdragen;
  • of je een volledige loopbaan (45 gewerkte jaren) hebt.

Op die belasting moet je ook nog gemeentelijke belastingen (opcentiemen) betalen. Laat je niet verrassen: de bedrijfsvoorheffing wordt afgehouden bij de uitbetaling van jouw kapitaal. Maar de gemeentelijke opcentiemen zal je moeten betalen bij de afrekening van jouw belastingen voor het jaar waarin je het kapitaal ontvangen hebt. Dat kan dan nog een onaangename verrassing zijn.

Als je jouw aanvullend pensioen als een eenmalig kapitaal ontvangt, kan je er toch nog voor kiezen dat te laten omzetten in een rente. Dan wordt het voor de belastingen nog iets ingewikkelder.
Eerst wordt het kapitaal belast zoals hiervoor beschreven. Daarna moet je jaarlijks een roerende voorheffing van 30 % betalen op een bedrag gelijk aan 3 procent van het netto-kapitaal dat je ontving.

Voor meer informatie over de belastingen, klik hier.

De Wikifin-tips

  • SWT (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, het vroegere brugpensioen) is geen pensioen. Het is een vorm van werkloosheidsregeling op het einde van een loopbaan. Daarom heb je op dat ogenblik nog geen recht op het aanvullend pensioen.
  • Contacteer zodra je met pensioen gaat alle werkgevers waar je ooit heeft gewerkt of hun pensioeninstellingen over jouw aanvullend pensioen als zij niets van zich laten horen.
  • Jouw aanvullend pensioen wordt uitbetaald als je met (vervroegd) pensioen gaat. Ook al vermeldt het pensioenplan een andere pensioenleeftijd.
  • Als je overweegt om jouw wettelijk pensioen vervroegd op te nemen, houd er dan rekening mee dat dit nadelige gevolgen kan hebben voor jouw aanvullend pensioen. Jouw aanvullend pensioen zal immers op dat moment uitbetaald moeten worden.