In welke soorten obligaties kan je beleggen?

Obligaties zijn op het eerste gezicht eenvoudige beleggingsproducten. Het zijn leningen aan ondernemingen of overheden. Als je een obligatie bezit, ben je een schuldeiser, want er staat een onderneming of een overheid bij jou in het krijt: ze zal je geld moeten terugbetalen, alsook de intresten die ze beloofde in ruil voor je lening.

Toch zijn er verschillende varianten.

Gewone en achtergestelde obligaties

Zowel bij gewone als bij achtergestelde obligaties ken je de eindvervaldag waarop je je geld terugkrijgt. Je weet ook welke jaarlijkse intrest je kan innen. Die intrest wordt de 'coupon' genoemd.

Bedrijven die obligaties uitgeven, kunnen ook failliet gaan. Dan worden alle eigendommen van de onderneming verkocht en met de opbrengst van die verkoop worden de schuldeisers terugbetaald. Vaak is er echter onvoldoende geld om alle schuldeisers terug te betalen. Om dan te bepalen welke schuldeisers eerst hun geld terugkrijgen, is er een volgorde vastgelegd. Hoe later je als schuldeiser bij een faillissement aan de beurt komt, hoe kleiner de kans is dat je je geld terugkrijgt en dus hoe hoger het risico van je belegging is.
Bij een 'achtergestelde' obligatie sta je achteraan in de rij van schuldeisers. Je komt wel nog net vóór de aandeelhouders aan de beurt. Die zijn allerlaatste in de rij.

Stel dat je een achtergestelde obligatie hebt van een onderneming die failliet gaat. Dan krijg je je geld pas terugbetaald nadat alle andere schuldeisers volledig vergoed zijn. Je riskeert dan dat er voor jou onvoldoende overblijft. Je bent dus achtergesteld.
Achtergestelde obligaties houden meer risico’s in dan gewone obligaties. Voor dat grotere risico ontvang je echter wel een hogere intrest.

Nulcouponobligaties

Bij deze obligaties krijg je je vergoeding niet in de vorm van een jaarlijkse coupon. Je rendement bestaat hier uit het verschil tussen wat je betaalt om de obligatie te kopen en wat je terugkrijgt op de eindvervaldag. Je betaalt vandaag voor een obligatie bv. 700 euro en krijgt er over 5 jaar 1.000 euro voor terug. Die 300 euro meer op de eindvervaldag is dan de intrest die je op je belegging hebt verdiend.

Converteerbare obligaties

Converteerbare obligaties zijn obligaties die je tijdens de looptijd, onder bepaalde voorwaarden, kan omruilen tegen aandelen van de onderneming.


Een voorbeeld

Je koopt vandaag een converteerbare bedrijfsobligatie van 1.000 euro met een looptijd van 5 jaar. Je kan je obligatielening van 1.000 euro omruilen voor 10 aandelen van dezelfde onderneming.
Als een aandeel van die onderneming aan 90 euro noteert, is de omruiling niet interessant: 10 aandelen aan 90 euro is immers minder dan de waarde van je obligatielening van 1.000 euro. De omruiling in aandelen wordt dus pas interessant als de aandelenkoers boven 100 euro uitstijgt: dan is de waarde van 10 aandelen hoger dan 1.000 euro, de nominale  waarde van je obligatie.

Indien je niet tot omruiling overgaat, ontvang je gedurende 5 jaar intrest en krijg je op de eindvervaldag je 1.000 euro terug.

Let op: ondernemingen zijn vrij om zelf de omruilvoorwaarden te bepalen. Vraag je bankier of financieel tussenpersoon uitleg over de exacte omruilvoorwaarden. Je vindt ook informatie in het prospectus of op de informatiefiche.

Een converteerbare obligatie is aantrekkelijk omdat je je obligatie met winst kan inruilen tegen aandelen. Daarom krijg je bij deze obligaties een lagere intrest dan bij gewone obligaties. 

Er bestaan ook converteerbare obligaties waarbij niet jij, maar de onderneming zelf kan beslissen om ze in aandelen af te lossen. Dit zijn 'omgekeerd converteerbare obligaties'. De onderneming zal die beslissing nemen als de aandelenkoers laag ligt: dan moet je een verlies incasseren. De aandelenkoers weerspiegelt doorgaans de toekomstperspectieven van de onderneming. Dat betekent dat, als de koers laag ligt, de onderneming het niet goed doet en zij de obligatie mogelijk niet zal kunnen terugbetalen op de eindvervaldag. In dat geval zal zij zeker voor een conversie opteren, waarbij je achterblijft met aandelen met beperkte waarde in een onderneming in moeilijkheden. Om dat risico te compenseren, leveren deze obligaties een hoge intrest op.
Ook hier geldt de regel: hoe hoger de intrest, hoe groter het conversierisico (en hoe groter de kans dat de obligaties niet worden terugbetaald op de eindvervaldag).

Eeuwigdurende obligaties

In tegenstelling tot gewone obligaties hebben eeuwigdurende obligaties geen vaste looptijd en dus ook geen eindvervaldag. Je krijgt dan enkel een jaarlijkse intrest. Omdat er geen eindvervaldag is, kunnen de koersen van deze obligaties sterker schommelen in functie van de marktrentes dan de koersen van gewone obligaties. De emittent van een eeuwigdurende obligatie kan na enkele jaren wel beslissen om tot terugbetaling over te gaan. Hij zal dat doen wanneer hij het geld niet meer nodig heeft of wanneer hij de beloofde intrest op de eeuwigdurende obligatie te hoog vindt.

De Wikifin-tips

  • Obligaties bestaan in verschillende varianten. Kijk goed na welke obligatie je aanschaft en welke gevolgen dat heeft op je rendement en het risico dat je neemt.
  • Obligaties houden over het algemeen minder risico’s in dan aandelen.
  • Achtergestelde obligaties en eeuwigdurende obligaties houden meestal meer risico’s in dan gewone obligaties.