Aan de hand van een beperkt aantal gegevens maken de leerlingen een overzicht van de evolutie van de betaalmiddelen. Ze kunnen verklaren hoe het gebruik van geld evolueert doorheen de tijd. De leerlingen formuleren verklaringen over het gebruik van steeds andere betaalmiddelen.
Aan de hand van oefeningen (cijfermateriaal, reflecties, concrete voorbeelden, artikels, ...) leren de leerlingen de overheid en de inkomsten en uitgaven van de overheid kennen. Hiermee gaan ze verder aan de slag.
De leerlingen leren stapsgewijs een budget beheren. De bundel bouwt verder op een bezoek aan het Wikifin Lab, maar kan evengoed gebruikt worden in klassen die geen bezoek brachten aan het Wikifin Lab.
De leerlingen kiezen uit een overzicht van betaalmiddelen één of meerdere betaalmiddelen die kunnen gebruikt worden voor een specifieke aankoop. Ze houden bij hun keuze rekening met bepaalde voor-en nadelen en risico's van die betaalmiddelen.
Cash of kaart? De leerlingen kunnen het meest gepaste betaalmiddel aan een bepaalde situatie linken. Ze worden uitgedaagd via debat te gaan nadenken en te beargumenteren wat de voordelen en risico’s van elk betaalmiddel zijn.
Als je je loonbrief doorneemt, merk je het meteen. Je hebt een brutoloon, wat je werkgever jou betaalt, en je hebt een nettoloon, wat uiteindelijk op je rekening komt. Tussen de twee zit een aanzienlijk verschil. Hoe komt dat? We fietsen er even door.
Zit je met onverwachte uitgaven? Of wil je iets kopen en kom je geld tekort? Dan kan je geld lenen bij een bank of een kredietbemiddelaar. Ofwel via een lening op afbetaling, of via een kredietopening.