De leerlingen lezen een artikel over het geleidelijk aan verwijderen van frisdankautomaten op school en ze beantwoorden een aantal vragen. Zullen ze minder frisdrank kopen? Hoe zouden zij het probleem aanpakken van teveel suiker op school? Welke alternatieven stellen ze voor?
Aan de hand van één of meerdere video’s wordt het ontstaan van geld en de rol van een bank uitgelegd en kunnen de leerlingen op de verschillende vragen antwoorden. Hierdoor krijgen ze inzicht in het systeem van de bank en wat de betekenis is van sparen en een krediet is.
Op basis van een korte video maken de leerlingen kennis met verschillende betaalmiddelen en denken ze na over welk betaalmiddel er in welke situatie best gebruik wordt.
Aan de hand van eenvoudige berekeningen kunnen de leerlingen de eenheidsprijs, totaalprijs of de prijsverschillen bepalen. Ze berekenen ook hoeveel er uiteindelijk moet betaald worden.
Leerlingen kunnen biljetten en muntstukken herkennen en er vlot mee werken. De leerlingen kunnen aankopen doen en weten welke briefjes en of geldstukken ze moeten terugkrijgen. De leerlingen ontdekken een aantal echtheidskenmerken van geld waardoor ze echt geld van vals geld kunnen onderscheiden.
De leerlingen zoeken hun weg in facturen en kastickets.
Ze maken kennis met de garantiewet en de mogelijkheid om goederen om te ruilen.
Ze leren het belang inzien van hun administratie bij te houden (facturen, kastickets).
Leerlingen beantwoorden meerkeuzevragen over diverse financiële onderwerpen. Zo ontdekken ze meer over intrest, enkelvoudige en samengestelde intrestberekeningen, de spaarrekening, inflatie, beleggingsproducten, diversificatie, fraude …
Op basis van het verhaal “De pen van Julie” begrijpen de leerlingen het verschil tussen een behoefte hebben aan iets en zin hebben in iets. Er wordt een gesprek rond aankoopgedrag gestart: is het nodig om elk Jaar een nieuwe pen te kopen?