Leerlingen beantwoorden meerkeuzevragen over diverse financiële onderwerpen. Zo ontdekken ze meer over intrest, enkelvoudige en samengestelde intrestberekeningen, de spaarrekening, inflatie, beleggingsproducten, diversificatie, fraude …
Om een verjaardagsfeestje te organiseren moet er van alles gekocht worden. Maar wat zal dat allemaal kosten? Heeft Tom hiervoor voldoende geld? En wanneer Tom met een briefje van € 20 betaalt aan de kassa, hoeveel zal de winkelier hem dan terugbetalen?
Op basis van een korte video maken de leerlingen kennis met verschillende betaalmiddelen en denken ze na over welk betaalmiddel er in welke situatie best gebruik wordt.
Aan de hand van een video leren de leerlingen enkele courante betaalmogelijkheden kennen. Ze krijgen enkele kenmerken alsook courante fraudetechnieken voorgeschoteld.
Cash of kaart? De leerlingen kunnen het meest gepaste betaalmiddel aan een bepaalde situatie linken. Ze worden uitgedaagd via debat te gaan nadenken en te beargumenteren wat de voordelen en risico’s van elk betaalmiddel zijn.
Met een betaalkaart kan je geld afhalen, betaal je zonder cash in de winkel of op het internet, en je geld is beschermd met een pincode, of als je contactloos betaalt met een limietbedrag. Welke soorten betaalkaarten zijn er? En waarin verschillen ze?