De leerlingen zoeken hun weg in facturen en kastickets.
Ze maken kennis met de garantiewet en de mogelijkheid om goederen om te ruilen.
Ze leren het belang inzien van hun administratie bij te houden (facturen, kastickets).
In groep brengen de leerlingen de financiële situatie van hun personages in kaart. Ze bezoeken een organisatie, maken kennis met diverse regelingen en tussenkomsten die op hun fictief personage van toepassing zijn en vragen antwoorden op een aantal relevante vragen i.v.m. de financiële situatie van hun personage. De leerlingen beoordelen de antwoorden die ze krijgen en stellen hun case voor aan de klas.
De leerlingen starten met een korte test waarin ze nagaan of ze krekel of mier zijn. Daarna worden de resultaten van deze test besproken en geanalyseerd. In een tweede deel gaan de leerlingen dieper in op hun aankoopgedrag en verschillende invloeden bij aankopen.