Wikifin is een initiatief van de

Wikifin is een initiatief van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten. Lees meer over Wikifin.

Wikifin doorkruist heel België met een roadshow. Kom op 22 juni langs in Leuven en doe mee aan onze Spaarquiz. De winnaar ontvangt een volle winkelkar ter waarde van 200 euro! 

Alle deelnemers krijgen een leuke en handige goodiebag. Iedereen is welkom! Meer info

worker-making-new-roof.png
Aangepast op

De belastingen op je Belgische beleggingen

Op deze pagina
Iemand analyseert grafieken met behulp van een rekenmachine

Beleggingen in België: de verschillende belastingen

De fiscus komt bij de verschillende fases van het sparen en beleggen kijken:

  • Wanneer je een beleggingsproduct (aandelen, obligaties, beleggingsfondsen ...) koopt of verkoopt, moet je vaak een taks op beursverrichtingen betalen.
  • Krijg je intresten of dividenden, dan betaal je meestal roerende voorheffing.
  • Wanneer je stortingen voor een individuele levensverzekering, een groepsverzekering of pensioensparen hebt vermeld op je jaarlijkse belastingaangifte, zal je op het einde van de rit belastingen moeten betalen op de uitbetaling van die spaarvormen. De uitleg daarover vind je terug in de Wikifin-rubriek over die producten.

De beurstaks (TOB)

De beurstaks (TOB) is een belasting die je bank of beursvennootschap je zal aanrekenen wanneer je financiële effecten aankoopt of verkoopt. De TOB is niet van toepassing op de inschrijving op aandelen of obligaties op het ogenblik dat ze uitgegeven worden.

Deze taks wordt berekend als een percentage van de prijs. Er zijn drie tarieven, die afhangen van het soort van beleggingsproduct dat je koopt of verkoopt:

Het tarief van 0,12 % (max 1300 euro) geldt voor:

  • Obligaties, zowel van publieke overheden als van privébedrijven wanneer ze gekocht of verkocht worden op de secundaire markt.
  • Aandelen van gereglementeerde vastgoedvennootschappen of GVV’s, zie daarvoor deze lijst.
  • Aandelen van beleggingsvennootschappen en fondsen (“instellingen voor collectieve beleggingen”), behalve kapitalisatieaandelen. Dat zijn fondsen die zijn ingeschreven op een van deze lijsten op de FSMA-website of op een dergelijke lijst in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER). Daar behoren dus aandelen van trackers toe, voor zover ze op zo’n lijst zijn opgenomen.
  • Aandelen van fondsen die als AIFM zijn geregistreerd bij de FSMA (wet van 19 april 2014).
  • Certificaten die betrekking hebben op aandelen of obligaties die zijn uitgegeven door personen die in België zijn gevestigd (zoals bijv. door platformen voor crowdfunding).

Voor beleggingsvennootschappen met kapitalisatieaandelen, die dus geen dividenden uitkeren, geldt een tarief van 1,32 % (max 4000 euro) bij de aan- en verkoop alsook bij de inkoop van eigen aandelen door de beleggingsvennootschap.

Het tarief van 0,35 % (max 1600 euro) geldt voor de aankoop en verkoop van:

  • Aandelen
  • Vastgoedcertificaten
  • Aandelen of deelbewijzen van beleggingsvennootschappen en -fondsen, of trackers die niet zijn opgenomen op een lijst van een financiële autoriteit van de EER.
  • Alle andere effecten waarvoor geen bijzondere TOB geldt (warrants, turbo’s).

Er zijn ook een aantal beleggingsinstrumenten waarop de TOB niet van toepassing is, omdat het eigenlijk om contracten gaat en niet om effecten: opties, futures, CFD’s, swaps …

Je vindt het bedrag van de ingehouden TOB terug op de afrekening (het borderel), die je bank of beursvennootschap je bij iedere aankoop of verkoop bezorgt. Als je bv. aandelen koopt voor 10 000 euro, zal je 35 euro TOB betalen. Hou er rekening mee dat je bij de verkoop opnieuw TOB moet betalen.

Wanneer je een buitenlandse rekening hebt, ben je als Belgische belastingplichtige onderworpen aan de TOB. Je moet die dan zelf uiterlijk op de laatste werkdag van de tweede maand die volgt op de transactie doorstorten volgens de procedure die je hier vindt. Het kan ook dat je buitenlandse bank de taks voor jou int en doorstort. Informeer bij je bank.

De Belgische roerende voorheffing

Op de meeste dividenden en intresten die je ontvangt, betaal je een roerende voorheffing van 30 %.

De bank of de onderneming die je intresten of dividenden betaalt, stort de roerende voorheffing door aan de fiscus. Je krijgt de nettobedragen: de (bruto) intresten of dividenden verminderd met de afgehouden roerende voorheffing. Die roerende voorheffing is bevrijdend: je betaalt op die dividenden en intresten geen andere belastingen meer. Daarom moet je ze ook niet vermelden op je belastingaangifte.

Weetje

Alle andere roerende inkomsten dan intresten of dividenden, zelfs al zijn ze ingehouden aan de bron, moeten worden aangegeven, zoals bijvoorbeeld de verzekeringsrenten, auteursrechten enz.

Voor die inkomsten is de roerende voorheffing niet bevrijdend.

Vaak ontvang je een fiscale fiche waarmee je je aangifte correct kan invullen.

Je betaalt slechts 15 % roerende voorheffing op volgende inkomsten:

  • Het gedeelte intrest op een spaarrekening dat het vrijgestelde gedeelte van 1020 euro te boven gaat in 2024, zie hieronder.
  • Dividenden van GVV’s die voor minstens 80 % investeren in vastgoed voor woonzorg of gezondheidszorg.
  • De auteursrechten tot een bedrag van 73 070 euro (die worden in dat geval beschouwd als roerende inkomsten). 
  • Op de staatsbons met een looptijd van één jaar die werden uitgegeven in september 2023.

Er zijn ook vrijstellingen van roerende voorheffing:

  • Je betaalt meestal geen roerende voorheffing op de intresten op (gereglementeerde) spaarrekeningenEnkel wanneer je op een jaar meer dan 1020 euro intresten op spaarrekeningen ontvangt, betaal je dus 15 % op het gedeelte dat de 1020 euro te boven gaat.
  • Dividenden uit aandelen, ontvangen vanaf 1 januari 2024, zijn vrijgesteld tot een bedrag van 833 euro per belastingplichtige per jaar. De roerende voorheffing wordt door je bank ingehouden, dus je zal de teveel betaalde voorheffing zelf moeten recupereren bij het invullen van jouw belastingaangifte. 
  • Intresten m.b.t. de eerste schijf van 16 270 euro (voor 2024) van leningen aan startende ondernemingen zijn vrijgesteld net als de eerste schijf van 200 euro (voor 2024)  van intresten van leningen aan sociale ondernemingen.

Belasting op meerwaarde op aandelen

De meerwaarden op aandelen die een particulier verkrijgt in zijn privé-leven, worden in principe niet belast. Ze zijn vrijgesteld van belasting zolang de meerwaarde het gevolg is van een beheer als goede huisvader, met andere woorden: een voorzichtig beheer.

Als de meerwaarde daarentegen speculatief is, wordt die belast aan 33 % en moet de particulier de meerwaarde aangeven in de belastingaangifte. Je speculeert als je veel risico neemt om op korte termijn veel te winnen, veel en op korte termijn koopt en verkoopt of bijvoorbeeld een lening aangaat om te beleggen. De fiscus zal je gedrag beoordelen en op basis van dergelijke elementen kan hij de winsten als speculatief beoordelen en dus aan 33 % belasten.  

Een meerwaarde die gerealiseerd wordt in het kader van een beroepsactiviteit beschouwt de fiscus als een beroepsinkomen en de winsten worden belast aan de progressieve belastingvoet van 25 % tot 50 %.

Belasting op meerwaarde op obligatiefondsen

Op meerwaarden op het obligatiegedeelte van kapitalisatieaandelen van obligatiefondsen of -trackers houdt je bank een roerende voorheffing van 30 % in.  De fiscus beschouwt een fonds of een tracker als een obligatiefonds zodra 10 % van dat fonds belegd is in obligaties. Voor fondsen of trackers die je aankocht voor 1 januari 2018, ligt deze drempel op 25 % en niet op 10 %, zoals voor producten die je na 1 januari 2018 kocht.

Hou er rekening mee dat de meerwaardebelasting enkel geldt op het obligatie en/of cashgedeelte van jouw fonds.

Als de fondsbeheerder dit geïnde gedeelte niet alle dagen berekent, wordt de roerende voorheffing van 30 % afgehouden van het volledige percentage belegd in obligaties en in cash, zoals vermeld in de informatiefiche over het beleid van het fonds.

Wikifin-tip

Informeer je over het beleid van het fonds dat wordt beheerd door je bank.