Kosten en belastingen

De kosten en belastingen die je betaalt als je in obligaties belegt, bepalen mee het rendement van je belegging.

Bij een obligatiebelegging zijn er vijf soorten kosten. Daarnaast betaal je belastingen op de opbrengst van je belegging.

De beurstaks

Als je bestaande obligaties koopt op de secundaire markt, moet je 0,12 % beurstaks betalen. Als je voor 1.000 euro aan obligaties koopt op de beurs, betaal je dus 1,20 euro beurstaks.

Als je nieuwe obligaties koopt, op de primaire markt dus, moet je deze taks niet betalen.

Het makelaarsloon

Banken en beursvennootschappen rekenen kosten aan om je orders op de secundaire markt uit te voeren. Deze kosten worden het makelaars- of commissieloon genoemd. Ze verschillen van instelling tot instelling. De instellingen gebruiken het verschil in aangerekende kosten als argument om klanten aan te trekken.

Als je obligaties koopt die op een buitenlandse beurs noteren, moet je rekening houden met eventuele extra kosten en taksen die in het betrokken land van toepassing zijn.

Het bewaarloon

Vroeger kon je de obligaties die je kocht, ook echt in handen krijgen. Nu zijn ze gedematerialiseerd: ze bestaan niet meer in materiële of papieren vorm, maar worden obligaties ingeschreven op een zogenaamde 'effectenrekening' bij een bank of een beursvennootschap. Om je obligaties op een effectenrekening te bewaren, rekenen de meeste instellingen kosten aan. De kosten variëren van instelling tot instelling.

De roerende voorheffing op de intresten

Op de intresten op obligaties van Belgische ondernemingen of de Belgische Staat moet je sinds januari 2017 een belasting van 30 % betalen. 100 euro intrest levert netto dus 70 euro op.

De intresten op obligaties van niet-Belgische ondernemingen of overheden worden eerst belast in het land van herkomst en vervolgens in België. In de landen waarmee België een belastingverdrag heeft ondertekend, is het mogelijk om een gedeelte van de buitenlandse belasting terug te krijgen. Vraag desgevallend meer uitleg aan je bankier of financieel tussenpersoon, zodat je weet waar je fiscaal aan toe bent of welke formaliteiten je moet vervullen om, in voorkomend geval, de buitenlandse belasting te recupereren.

De meerwaardebelasting

Als je obligaties vóór de eindvervaldag verkoopt tegen een hogere prijs dan de prijs die je bij aankoop hebt betaald, dan realiseer je een meerwaarde. Op die meerwaarde moet je geen belasting betalen.

Let op: op het verschil tussen de aankoopprijs en de terugbetalingsprijs van een nulcouponobligatie moet je wel 30 % roerende voorheffing betalen.

De Wikifin-tips

  • Vraag je financiële instelling welke kosten je moet betalen bij de aankoop of verkoop van een obligatie.
  • Eis dat je financiële instelling of beursvennootschap een gedetailleerd overzicht geeft van de kosten, met een opsplitsing tussen binnenlandse en buitenlandse kosten en tussen het commissie- en het bewaarloon.
  • Op de intresten op obligaties moet je een roerende voorheffing van 30 % betalen.
  • Vraag je financiële instelling welke formaliteiten je moet vervullen om eventueel een deel van de belasting op buitenlandse obligaties te recupereren.
  • Op de meerwaarde op je obligaties betaal je geen belasting.