De leerlingen maken kennis met 3 zeer verschillende spaar- en beleggingsproducten (spaarrekening, aandeel, staatsbon) en vergelijken deze financiële producten op vlak van rendement, risico en liquiditeit.
Aan de hand van een kort stripverhaal brengen leerlingen inkomsten en uitgaven in kaart. Ze gaan na of ze iets kunnen aanpassen. Ze maken een kleine budgetoefening. Aan de hand van vragen ga je met de klas nog wat verder in op hun geldgedrag.
Hoe werkt een spaarrekening? Wat is het verschil tussen een gereguleerde en een niet-gereguleerde spaarrekening? Welk rendement levert het op? Welke bescherming heb je? Ontdek alles over dit onderwerp in een paar pagina's.
De leerlingen kruipen in de rol van een volwassene en komen meer te weten over een gezinsbudget. Deze les is een aanvulling op het spel (Just’in Budget) waarmee leerlingen een budget leren beheren. In het spel worden ze ook uitgedaagd om keuzes te maken en financiële verplichtingen na te komen.
De leerlingen starten met cijfers over jongeren en hun smartphones en gaan dieper in op prijzen van smartphones en telecomabonnementen. Ten slotte worden de eigenschappen van koppelverkoop bij smartphones besproken aan de hand van een kort rekeningvoorbeeld.
In groep brengen de leerlingen de financiële situatie van hun personages in kaart. Ze bezoeken een organisatie, maken kennis met diverse regelingen en tussenkomsten die op hun fictief personage van toepassing zijn en vragen antwoorden op een aantal relevante vragen i.v.m. de financiële situatie van hun personage. De leerlingen beoordelen de antwoorden die ze krijgen en stellen hun case voor aan de klas.
Aan de hand van de Wikifin-budgettool voor jongeren stellen de leerlingen een basisbudget op. Hiervoor krijgen ze een concrete casus waarin ze ook geconfronteerd worden met onvoorziene situaties. Wie hier dieper op in wil gaan, gebruikt de budgetplanner.
Ontdek in deze tekst alles wat je moet weet over het consumentenkrediet. Een handige samenvatting voor de leerkracht of een boeiende leestekst voor de leerlingen.
Als je je loonbrief doorneemt, merk je het meteen. Je hebt een brutoloon, wat je werkgever jou betaalt, en je hebt een nettoloon, wat uiteindelijk op je rekening komt. Tussen de twee zit een aanzienlijk verschil. Hoe komt dat? We fietsen er even door.