De leerlingen starten met een korte test waarin ze nagaan of ze krekel of mier zijn. Daarna worden de resultaten van deze test besproken en geanalyseerd. In een tweede deel gaan de leerlingen dieper in op hun aankoopgedrag en verschillende invloeden bij aankopen.
De leerlingen vertrekken vanuit een reportage waarin ze geconfronteerd worden met het feit dat jongeren vatbaar zijn voor reclame. Ze leren verschillende populaire en minder populaire marketingkanalen kennen en testen in welke mate ze vatbaar zijn voor deze technieken Aan de hand van diverse oefeningen rond verkooptechnieken, kortingen, … wordt dit onderwerp uitgediept.
Om een verjaardagsfeestje te organiseren moet er van alles gekocht worden. Maar wat zal dat allemaal kosten? Heeft Tom hiervoor voldoende geld? En wanneer Tom met een briefje van € 20 betaalt aan de kassa, hoeveel zal de winkelier hem dan terugbetalen?
Vertrekkende van een eenvoudige probleemstelling berekenen de leerlingen hoeveel alle aankopen voor een verJaardagsfeestje gekost hebben. Ze berekenen of de Jarige organisatoren voldoende geld hebben om hun aankopen te betalen. Ze berekenen het wisselgeld dat de Jarigen aan de kassa terugkrijgen indien ze betalen met € 50.
De kinderen leren een budget te beheren en keuzes te maken. Als aanvulling op het spel maken ze kennis met het begrip sparen en verschillende spaarvormen.
De leerlingen kiezen uit een overzicht van betaalmiddelen één of meerdere betaalmiddelen die kunnen gebruikt worden voor een specifieke aankoop. Ze houden bij hun keuze rekening met bepaalde voor-en nadelen en risico's van die betaalmiddelen.