De leerlingen maken kennis met 3 zeer verschillende spaar- en beleggingsproducten (spaarrekening, aandeel, staatsbon) en vergelijken deze financiële producten op vlak van rendement, risico en liquiditeit.
De leerlingen leren over financiële markten en verschillende beleggingsproducten: aandelen, obligaties, beleggingsfondsen. Ze analyseren gedetailleerde productfiches.
De leerlingen maken kennis met de stappen die nodig zijn om een woning te kopen: een woning zoeken, sparen, een lening aangaan, een lening afbetalen, …
In groep brengen de leerlingen de financiële situatie van hun personages in kaart. Ze bezoeken een organisatie, maken kennis met diverse regelingen en tussenkomsten die op hun fictief personage van toepassing zijn en vragen antwoorden op een aantal relevante vragen i.v.m. de financiële situatie van hun personage. De leerlingen beoordelen de antwoorden die ze krijgen en stellen hun case voor aan de klas.
Aan de hand van een video leren de leerlingen enkele courante betaalmogelijkheden kennen. Ze krijgen enkele kenmerken alsook courante fraudetechnieken voorgeschoteld.
Aan de hand van de Wikifin-budgettool voor jongeren stellen de leerlingen een basisbudget op. Hiervoor krijgen ze een concrete casus waarin ze ook geconfronteerd worden met onvoorziene situaties. Wie hier dieper op in wil gaan, gebruikt de budgetplanner.
De kinderen leren een budget te beheren en om keuzes te maken. Als aanvulling op het spel maken ze kennis met het budget van een overheid (Belgische of Vlaamse overheid) en staan ze stil bij de belangrijkste posten van dit budget en de manier waarop deze posten tot stand komen.