Aan de hand van een video leren de leerlingen enkele belangrijke concepten over budget en budgetbeheer. In de vorm van meerkeuzevragen leren de leerlingen de eerste beginselen van wat een budget is, waar dit uit bestaat en hoe een eenvoudig budget opgesteld kan worden.
De leerlingen staan stil bij hun consumptiegedrag voor levensmiddelen. Ze vergelijken het consumptiegedrag voor levensmiddelen in hun eigen gezin met dat van gezinnen in andere landen verspreid over verschillende continenten. De leerlingen berekenen voor elk gezin de wekelijkse kostprijs van de voorgestelde producten en vergelijken deze budgetten. De leerlingen maken hiervoor gebruik van de foto’s.
Aan de hand van een korte video ontdekken leerlingen wat sparen is en dat sparen interessant is omdat ze zo ook wat extra geld kunnen verdienen. De leerlingen kunnen de rente op een spaarrekening berekenen en een rekening kiezen.
Door middel van een hoekenwerk/groepswerk leren de leerlingen de meest courante betaalmiddelen en nieuwe betaalmethoden kennen. Ze bespreken de eigenschappen alsook de voor- en nadelen hiervan.
De leerlingen leren over financiële markten en verschillende beleggingsproducten: aandelen, obligaties, beleggingsfondsen. Ze analyseren gedetailleerde productfiches.
De leerlingen maken kennis met 3 zeer verschillende spaar- en beleggingsproducten (spaarrekening, aandeel, staatsbon) en vergelijken deze financiële producten op vlak van rendement, risico en liquiditeit.
Aan de hand van een educatief spel leren de leerlingen spelenderwijs een startersbudget te beheren.
Er wordt verder ingegaan op verschillende types budgetposten.