Aan de hand van één of meerdere video’s wordt het ontstaan van geld en de rol van een bank uitgelegd en kunnen de leerlingen op de verschillende vragen antwoorden. Hierdoor krijgen ze inzicht in het systeem van de bank en wat de betekenis is van sparen en een krediet is.
De leerlingen begrijpen de evolutie van de maatschappij en meer specifiek de evolutie van de diverse betaalmiddelen doorheen de tijd. Ze begrijpen dat betalen kan via ruilhandel, de overschrijving als via de smartphone.
Aan de hand van de Wikifin vergelijkingstool gaan de leerlingen in functie van hun profiel na wat de meest geschikte zichtrekening is. Ze leren verschillende factoren kennen die een rol spelen bij het hebben/openen van een zichtrekening.
De leerlingen maken kennis met de stappen die nodig zijn om een woning te kopen: een woning zoeken, sparen, een lening aangaan, een lening afbetalen, …
Aan de hand van een kort stripverhaal brengen leerlingen inkomsten en uitgaven in kaart. Ze denken na over de inkomsten en de uitgaven van het personage en hoe ze dit kunnen aanpassen. Wat met hun inkomsten en uitgaven? Ze denken verder na over geldgedrag.
Leerlingen berekenen de uitverkoopprijzen van alle artikelen in een webshop voor kleding aan de hand van kortingspercentages. Ze gaan na of ze met hun beschikbaar budget meer of minder kunnen kopen en controleren de bedragen van bestelbonnen. Ze moeten ook de veiligheid van de online website nagaan.
De leerlingen kruipen in de rol van een volwassene en komen meer te weten over een gezinsbudget. Deze les is een aanvulling op het spel (Just’in Budget) waarmee leerlingen een budget leren beheren. In het spel worden ze ook uitgedaagd om keuzes te maken en financiële verplichtingen na te komen.
Wil je je spaargeld investeren in aandelen of obligaties? Maar heb je de tijd of ervaring niet om je beleggingen grondig op te volgen? Dan kan een beleggingsfonds voor jou een oplossing zijn. Deze video toont een korte introductie.
In groep brengen de leerlingen de financiële situatie van hun personages in kaart. Ze bezoeken een organisatie, maken kennis met diverse regelingen en tussenkomsten die op hun fictief personage van toepassing zijn en vragen antwoorden op een aantal relevante vragen i.v.m. de financiële situatie van hun personage. De leerlingen beoordelen de antwoorden die ze krijgen en stellen hun case voor aan de klas.