De leerlingen kiezen uit een overzicht van betaalmiddelen één of meerdere betaalmiddelen die kunnen gebruikt worden voor een specifieke aankoop. Ze houden bij hun keuze rekening met bepaalde voor-en nadelen en risico's van die betaalmiddelen.
De leerlingen beoordelen uitspraken over diverse betaalmiddelen namelijk cash, de overschrijving, betaalkaart en raadplegen hiervoor betrouwbare bronnen.
Eenvoudige probleemstelling waarbij de leerlingen nadenken over wat Alex van de menukaart kiest. Voor wie is het interessant om een menu of speciale promotie te kiezen dan wel om afzonderlijke gerechtjes te bestellen?
De kinderen leren een budget te beheren en om keuzes te maken. Als aanvulling op het spel maken ze kennis met het budget van een overheid (Belgische of Vlaamse overheid) en staan ze stil bij de belangrijkste posten van dit budget en de manier waarop deze posten tot stand komen.
Aan de hand van een video leren de leerlingen enkele belangrijke concepten over budget en budgetbeheer. In de vorm van meerkeuzevragen leren de leerlingen de eerste beginselen van wat een budget is, waar dit uit bestaat en hoe een eenvoudig budget opgesteld kan worden.
Alex, 13 jaar, gaat shoppen. Maar hoe maakt hij nu een keuze? Laat hij zich leiden door een promotieactie, een merk, de kwaliteit van een product of koopt hij waar hij zin in heeft? Alex denkt best goed na voor hij iets koopt.