Alex en Kato gaan naar de koopjes om te kunnen genieten van de solden. Leerlingen rekenen na of de betalingen van Alex en Kato correct zijn. Ze vertrekken van een eenvoudige probleemstelling waarbij ze moeten rekenen met percentages om de oplossing te vinden.
Om een verjaardagsfeestje te organiseren moet er van alles gekocht worden. Maar wat zal dat allemaal kosten? Heeft Tom hiervoor voldoende geld? En wanneer Tom met een briefje van € 20 betaalt aan de kassa, hoeveel zal de winkelier hem dan terugbetalen?
Aan de hand van een kort stripverhaal brengen leerlingen inkomsten en uitgaven in kaart. Ze denken na over de inkomsten en de uitgaven van het personage en hoe ze dit kunnen aanpassen. Wat met hun inkomsten en uitgaven? Ze denken verder na over geldgedrag.
Leerlingen kunnen biljetten en muntstukken herkennen en er vlot mee werken. De leerlingen kunnen aankopen doen en weten welke briefjes en of geldstukken ze moeten terugkrijgen. De leerlingen ontdekken een aantal echtheidskenmerken van geld waardoor ze echt geld van vals geld kunnen onderscheiden.
Ontdek in deze tekst alles wat je moet weet over de personenbelasting. Een handige samenvatting voor de leerkracht of een boeiende leestekst voor de leerlingen.
De leerlingen leren stapsgewijs een budget beheren. De bundel bouwt verder op een bezoek aan het Wikifin Lab, maar kan evengoed gebruikt worden in klassen die geen bezoek brachten aan het Wikifin Lab.
Waarom sparen mensen, en wat levert het op? In deze lesfiche ontdekken leerlingen het nut van sparen, leren ze omgaan met verwachte en onverwachte kosten en rekenen ze zelf uit hoe lang ze moeten sparen voor hun doel. Ze vergelijken spaaropties, ontdekken hoe intrest werkt en onderzoeken welke keuzes het slimst zijn voor hun geld.
De leerlingen kiezen uit een overzicht van betaalmiddelen één of meerdere betaalmiddelen die kunnen gebruikt worden voor een specifieke aankoop. Ze houden bij hun keuze rekening met bepaalde voor-en nadelen en risico's van die betaalmiddelen.
Na het lezen van verschillende artikels gaan de leerlingen op zoek naar de voor- en nadelen van online shoppen en kopen in de traditionele winkel. Kunnen we concluderen dat één van de twee vormen van winkelen beter is dan de andere?