De leerlingen maken kennis met 3 zeer verschillende spaar- en beleggingsproducten (spaarrekening, aandeel, staatsbon) en vergelijken deze financiële producten op vlak van rendement, risico en liquiditeit.
Aan de hand van de Wikifin-budgettool voor jongeren stellen de leerlingen een basisbudget op. Hiervoor krijgen ze een concrete casus waarin ze ook geconfronteerd worden met onvoorziene situaties. Wie hier dieper op in wil gaan, gebruikt de budgetplanner.
Aan de hand van een kort stripverhaal brengen leerlingen inkomsten en uitgaven in kaart. Ze denken na over de inkomsten en de uitgaven van het personage en hoe ze dit kunnen aanpassen. Wat met hun inkomsten en uitgaven? Ze denken verder na over geldgedrag.
De leerlingen kruipen in de rol van een volwassene en komen meer te weten over een gezinsbudget. Deze les is een aanvulling op het spel (Just’in Budget) waarmee leerlingen een budget leren beheren. In het spel worden ze ook uitgedaagd om keuzes te maken en financiële verplichtingen na te komen.
Op basis van een korte video maken de leerlingen kennis met verschillende betaalmiddelen en denken ze na over welk betaalmiddel er in welke situatie best gebruik wordt.
De leerlingen kiezen uit een overzicht van betaalmiddelen één of meerdere betaalmiddelen die kunnen gebruikt worden voor een specifieke aankoop. Ze houden bij hun keuze rekening met bepaalde voor-en nadelen en risico's van die betaalmiddelen.
Aan de hand van een beperkt aantal gegevens maken de leerlingen een overzicht van de evolutie van de betaalmiddelen. Ze kunnen verklaren hoe het gebruik van geld evolueert doorheen de tijd. De leerlingen formuleren verklaringen over het gebruik van steeds andere betaalmiddelen.
Deze video maakt deel uit van een reeks rond financiële crisissen. Bekijk alle video's: de marktbubbel, de tulpencrisis, de vastgoedcrisis in de VS, de financiële crisis van 2008.