De leerlingen staan stil bij hun consumptiegedrag voor levensmiddelen. Ze vergelijken het consumptiegedrag voor levensmiddelen in hun eigen gezin met dat van gezinnen in andere landen verspreid over verschillende continenten. De leerlingen berekenen voor elk gezin de wekelijkse kostprijs van de voorgestelde producten en vergelijken deze budgetten. De leerlingen maken hiervoor gebruik van de foto’s.
Met het spel ABC van het Budget kopen de leerlingen van het 1ste en 2de leerjaar zelf hun schoolspullen en leren ze zo een budget te beheren. Ze moeten keuzes maken en leren het onderscheid tussen behoeften en wensen.
Door middel van een hoekenwerk/groepswerk leren de leerlingen de meest courante betaalmiddelen en nieuwe betaalmethoden kennen. Ze bespreken de eigenschappen alsook de voor- en nadelen hiervan.
De leerlingen beoordelen uitspraken over diverse betaalmiddelen namelijk cash, de overschrijving, betaalkaart en raadplegen hiervoor betrouwbare bronnen.
Aan de hand van één of meerdere video’s wordt het ontstaan van geld en de rol van een bank uitgelegd en kunnen de leerlingen op de verschillende vragen antwoorden. Hierdoor krijgen ze inzicht in het systeem van de bank en wat de betekenis is van sparen en een krediet is.
De leerlingen begrijpen de evolutie van de maatschappij en meer specifiek de evolutie van de diverse betaalmiddelen doorheen de tijd. Ze begrijpen dat betalen kan via ruilhandel, de overschrijving als via de smartphone.
Of je nu werkt als loontrekkende, ambtenaar of zelfstandige, op het einde van jouw loopbaan, heb je recht op een rustpensioen van de overheid. Hoeveel rustpensioen ontvang je nu precies?