Wat verdien je echt aan een obligatie?

Je koopt de obligatie en houdt ze tot op de eindvervaldag

Indien je op voorhand wil weten wat het rendement van je obligatie zal zijn, moet je een obligatie kopen met volgende eigenschappen:

  • die is uitgegeven in je eigen munt zodat je geen wisselkoersrisico loopt;
  • met een vaste intrest of coupon. 

Zo kan je het rendement van je belegging exact bepalen in functie van de uitgifte- of aankoopprijs, de belastingen en de kosten.

Een voorbeeld

Voor een obligatie op de primaire markt van 1.000 euro op 5 jaar met 4,5 % intrest, is de uitgifteprijs 1.020 euro. Gedurende 5 jaar krijg je elk jaar 45 euro intresten betaald, of in totaal 225 euro. Op de eindvervaldag ontvang je de nominale waarde van de obligatie, nl. 1.000 euro. Van het totaalbedrag aan verdiende intresten moet je dus 20 euro moet aftrekken, waardoor je uitkomt op 205 euro. In feite behaal je dus geen rendement van 4,5 % op je belegging, maar slechts een rendement van zo'n 4,1 %. Die 4,1 % wordt het actuarieel rendement genoemd.  

In werkelijkheid zal je rendement nog lager liggen, omdat je ook met de volgende elementen in rekening moet houden als je een obligatie koopt:

  • je zal belastingen moeten betalen op je intresten;
  • indien je geen nieuwe obligatie koopt, maar opteert voor een bestaande obligatie op de secundaire markt, moet je een beurstaks van 0,12 % betalen op de nominale waarde van de obligatie; en
  • je mag de kosten niet vergeten die je bank of financieel tussenpersoon je aanrekent voor zijn diensten.

Je koopt of verkoopt tijdens de looptijd van de obligatie

Als je obligaties tijdens hun looptijd koopt of verkoopt op de secundaire markt, moet je, om je rendement te bepalen, ook met volgende elementen rekening houden:

  • de evolutie van intrestvoeten
    Stel dat je obligatie een jaarlijkse intrest oplevert van 5 %, terwijl nieuwe obligaties slechts 3 % intrest bieden. In dat geval zullen vele mensen je obligatie met 5 % intrest willen kopen, wat de waarde van je obligatie zal doen stijgen. De koers zal dan meer dan 100 % bedragen en dus 'boven pari' noteren;
  • de financiële gezondheid van een onderneming die de obligatie heeft uitgegeven
    Wie obligaties heeft van een onderneming die in grote moeilijkheden verkeert, zal zijn obligaties proberen te verkopen. Het grote aanbod zal de koers van de obligaties onder 100 % doen dalen. Stel dat je voor 2.000 euro obligaties hebt van die onderneming. Door de slechte omstandigheden noteren die obligaties nog maar aan 70 % en dus 'onder pari'. Je zal je obligaties dan enkel met een verlies van 30 % op de uitgifteprijs - 600 euro op 2.000 euro - kunnen verkopen;
  • de wisselkoersevolutie
    Ook de valuta waarin je obligaties uitgegeven zijn, heeft een impact op het rendement. Als je bv. obligaties koopt met een nominale waarde van 1.000 dollar, krijg je op de eindvervaldag 1.000 dollar terug. Maar de koersevolutie van de dollar tegenover de euro tussen het moment van aankoop en de terugbetaling, heeft een grote invloed op het rendement. Bij obligaties in valuta waarvan de koers sterk kan schommelen, is de wisselkoersevolutie een belangrijke risicofactor. Die kan zowel voordelig als nadelig uitdraaien. Bij obligaties in je eigen munteenheid is er geen wisselkoersrisico.

De Wikifin-tips

  • Hou rekening met de factoren die het rendement van je belegging in obligaties bepalen.
  • Aan obligaties in vreemde valuta’s zijn wisselkoersrisico’s verbonden. Je moet afwegen of het waard is om een hoge intrest te krijgen als de munteenheid van de obligatie sterk kan schommelen ten opzichte van de euro.
  • Tegenover hoge rendementen staan hoge risico's. Hou daar rekening mee.
  • De emittenten van obligaties moeten altijd het actuariële rendement vermelden. Dat is het effectieve intrestpercentage, rekening houdend met het verschil tussen de uitgifteprijs en de nominale waarde van de obligatie.