Wat is een obligatie?

Ondernemers hebben geld nodig om een onderneming op te starten en om de groei ervan te financieren. Dat geld kunnen ze op verschillende manieren bij elkaar brengen. Ze kunnen hun eigen vermogen investeren of een lening aangaan bij een bank. Ze kunnen echter ook rechtstreeks een beroep doen op spaarders door - via hun onderneming - obligaties of aandelen uit te geven.

Ook de overheid geeft obligaties uit. In de volksmond wordt dan over 'staatsbons' gesproken. Het is geld dat de overheid ophaalt bij het grote publiek.

Koop je een obligatie van een onderneming of een overheid, dan leen je haar geld. De onderneming of de overheid moet je die lening na een afgesproken periode terugbetalen. In ruil voor het ter beschikking stellen van je geld, ontvang je intresten van de onderneming of de overheid intresten, als het ware een soort 'huurprijs' voor je geld. De uitgever van een obligatie wordt 'emittent' genoemd. 

De looptijd

De meeste obligaties hebben een vaste looptijd. De onderneming waaraan / de overheid aan wie je geld leent, laat je weten op welke dag ze je geld zal terugbetalen. De dag waarop je je geld terugkrijgt, heet de 'eindvervaldag'.

Er bestaan ook zogenaamde 'eeuwigdurende obligaties'. Dat zijn leningen met een onbepaalde looptijd: je kan je geld dus niet op een eindvervaldag terugvragen, omdat er geen eindvervaldag is. De ontlener heeft doorgaans wel het recht om het ontleende bedrag na een bepaalde tijd of op vooraf bepaalde tijdstippen volledig of gedeeltelijk terug te betalen, bijvoorbeeld als hij een alternatieve en goedkopere financiering heeft gevonden, of als hij het ontleende bedrag niet meer nodig heeft en het hem nutteloos veel intrest kost.

De intresten

De meeste obligaties hebben een vaste intrestvoet. Daarbij weet je op voorhand exact hoeveel intrest je mag verwachten. Meestal wordt die intrest jaarlijks uitbetaald. De jaarlijkse intrest wordt 'de coupon' genoemd. Die benaming stamt uit de tijd van de papieren obligaties. Beleggers moesten toen elk jaar een genummerd strookje, de zogenaamde 'coupon', afknippen van hun papieren obligatie, die de 'mantel' werd genoemd. In ruil voor dat couponnetje kregen ze dan de intrest uitbetaald. Tegenwoordig zijn obligaties 'gedematerialiseerd ': ze bestaan niet meer in papieren vorm, maar enkel nog in elektronische vorm op een effectenrekening. De intresten op jouw obligaties worden automatisch uitbetaald op je bankrekening.

Er bestaan ook obligaties met een variabele (of veranderlijke) intrestvoet. De intrest die je ontvangt, schommelt meestal in functie van de evolutie van de marktrente (of van andere parameters die bij de uitgifte van de lening worden gedefinieerd). Vraag jouw bankier of financieel tussenpersoon voldoende informatie vóór je in obligaties met een variabele intrestvoet belegt.

Bij sommige obligaties worden alle intresten in één keer uitbetaald op de eindvervaldag. Dat zijn 'nulcouponobligaties'. Omdat de intrest op die obligaties niet jaarlijks wordt betaald, stijgt de koers of de waarde van die obligaties jaarlijks in functie van de gecumuleerde gelopen intresten. Op de eindvervaldag krijg je dus meer terugbetaald dan wat je bij de aankoop had betaald.

De risico's

Een obligatie is een beleggingsproduct waaraan risico's zijn verbonden. Die risico's verschillen van obligatie tot obligatie. Daarnaast hebben vele emittenten van obligaties ook een rating. Die geeft aan hoe waarschijnlijk het is dat de onderneming of de overheid die de obligatie uitgeeft, de lening zelf en de intresten daarop zal kunnen terugbetalen. Dit wordt hun 'kredietwaardigheid' genoemd.

De grootste verschillen tussen aandelen en obligaties

  • De meeste obligaties hebben een vaste looptijd. Op de 'eindvervaldag', dat is aan het einde van de overeengekomen looptijd, krijg je je geld terugbetaald. Koop je een aandeel van een onderneming, dan kan je je geld niet na een vooraf afgesproken termijn terugvragen. Aandelen hebben, met andere woorden, geen vaste looptijd en dus ook geen eindvervaldag.
  • Als je een obligatie hebt gekocht, dan krijg je jaarlijks intrest uitbetaald. Meestal is die intrest een vast percentage op het belegde bedrag. Soms kan die intrest schommelen. Heb je een aandeel gekocht, dan weet je niet zeker of je jaarlijks een dividend, zeg maar een vergoeding, zal krijgen. Ook de hoogte van die vergoeding is niet van tevoren bepaald.
  • Ook overheden halen geld op via de uitgifte van obligaties. Je hebt ongetwijfeld al van 'staatsbons' gehoord. Overheden geven daarentegen geen aandelen uit.
  • Beleggen in een obligatie van een onderneming of een overheid houdt doorgaans minder risico’s  in dan beleggen in aandelen. Als de emittent problemen heeft of failliet gaat, zullen de obligatiehouders bij de terugbetaling prioriteit krijgen op de aandeelhouders.

De Wikifin-tips

  • Een obligatie is een lening aan een onderneming of een overheid.
  • Je weet op voorhand welke intrest je van obligaties mag verwachten. Enkel bij obligaties met een variabele intrestvoet is dat niet het geval. Vraag dus voldoende informatie vóór je in obligaties met een variabele intrestvoet belegt.
  • Niet alle obligaties hebben een eindvervaldag. Als je een obligatie zonder eindvervaldag hebt, moet je er rekening mee houden dat je die enkel via de beurs kan verkopen. Dat houdt bepaalde risico's in.
  • Obligaties houden doorgaans minder risico’s in dan aandelen.