Aan de hand van de Wikifin vergelijkingstool gaan de leerlingen in functie van hun profiel na wat de meest geschikte zichtrekening is. Ze leren verschillende factoren kennen die een rol spelen bij het hebben/openen van een zichtrekening.
In groep brengen de leerlingen de financiële situatie van hun personages in kaart. Ze bezoeken een organisatie, maken kennis met diverse regelingen en tussenkomsten die op hun fictief personage van toepassing zijn en vragen antwoorden op een aantal relevante vragen i.v.m. de financiële situatie van hun personage. De leerlingen beoordelen de antwoorden die ze krijgen en stellen hun case voor aan de klas.
Aan de hand van een kort stripverhaal brengen leerlingen inkomsten en uitgaven in kaart. Ze gaan na of ze iets kunnen aanpassen. Ze maken een kleine budgetoefening. Aan de hand van vragen ga je met de klas nog wat verder in op hun geldgedrag.
Op basis van het verhaal “De pen van Julie” begrijpen de leerlingen het verschil tussen een behoefte hebben aan iets en zin hebben in iets. Er wordt een gesprek rond aankoopgedrag gestart: is het nodig om elk Jaar een nieuwe pen te kopen?
Met het spel ABC van het Budget kopen de leerlingen van het 1ste en 2de leerjaar zelf hun schoolspullen en leren ze zo een budget te beheren. Ze moeten keuzes maken en leren het onderscheid tussen behoeften en wensen.