Leerlingen kunnen biljetten en muntstukken herkennen en er vlot mee werken. De leerlingen kunnen aankopen doen en weten welke briefjes en of geldstukken ze moeten terugkrijgen. De leerlingen ontdekken een aantal echtheidskenmerken van geld waardoor ze echt geld van vals geld kunnen onderscheiden.
Ontdek in deze tekst alles wat je moet weet over cryptomunten Een handige samenvatting voor de leerkracht of een boeiende leestekst voor de leerlingen.
Aan de hand van een video leren de leerlingen enkele courante betaalmogelijkheden kennen. Ze krijgen enkele kenmerken alsook courante fraudetechnieken voorgeschoteld.
De leerlingen kruipen in de rol van een volwassene en komen meer te weten over een gezinsbudget. Deze les is een aanvulling op het spel (Just’in Budget) waarmee leerlingen een budget leren beheren. In het spel worden ze ook uitgedaagd om keuzes te maken en financiële verplichtingen na te komen.
Met Just’in Budget leren de leerlingen van het 5de en 6de leerjaar basisonderwijs spelenderwijs wat geld beheren betekent, hoe om te gaan met cash en geld op de bankrekening. Kunnen ze alle kosten betalen en kunnen ze weerstaan aan bepaalde verleidingen? Als hun budget maar niet in het rood komt te staan!
Om een verjaardagsfeestje te organiseren moet er van alles gekocht worden. Maar wat zal dat allemaal kosten? Heeft Tom hiervoor voldoende geld? En wanneer Tom met een briefje van € 20 betaalt aan de kassa, hoeveel zal de winkelier hem dan terugbetalen?
Samen met Wikifin School, het BELvue Museum en de Nationale Bank van België heeft VRT NWS twee EDUboxen rond financiële educatie ontwikkeld. De EDUboxen zijn een educatieve tool voor de eerste graad van het middelbaar onderwijs.
Alle uitleg over de EDUboxen vind je op de website van VRT NWS.
Leerlingen brengen de rol van een bank in kaart aan de hand van informatie uit een stripverhaal en artikels. Aan de hand van de artikels ontdekken leerlingen ook de begrippen nominale en reële rente, geldcreatie en de rol van de centrale bank.
Aan de hand van een kort stripverhaal brengen leerlingen inkomsten en uitgaven in kaart. Ze gaan na of ze iets kunnen aanpassen. Ze maken een kleine budgetoefening. Aan de hand van vragen ga je met de klas nog wat verder in op hun geldgedrag.