Cash of kaart? De leerlingen kunnen het meest gepaste betaalmiddel aan een bepaalde situatie linken. Ze worden uitgedaagd via debat te gaan nadenken en te beargumenteren wat de voordelen en risico’s van elk betaalmiddel zijn.
Wat zijn de verschillende soorten kaarten? Hoe werken ze, en wat zijn de verschillen? Hoe kan je veilig betalen? Ontdek alles over dit onderwerp in een paar pagina's.
Tulpenbollen die een huis kosten? De tulpengekte in de 17de eeuw zorgde in Nederland voor de eerste speculatieve bubbel. Kom te weten hoe deze tulpencrisis ontstond.
Deze video maakt deel uit van een reeks rond financiële crisissen. Bekijk alle video's: de marktbubbel, de tulpencrisis, de vastgoedcrisis in de VS, de financiële crisis van 2008.
Aan de hand van een korte video ontdekken leerlingen wat sparen is en dat sparen interessant is omdat ze zo ook wat extra geld kunnen verdienen. De leerlingen kunnen de rente op een spaarrekening berekenen en een rekening kiezen.
De leerlingen vertrekken vanuit een reportage waarin ze geconfronteerd worden met het feit dat jongeren vatbaar zijn voor reclame. Ze leren verschillende populaire en minder populaire marketingkanalen kennen en testen in welke mate ze vatbaar zijn voor deze technieken Aan de hand van diverse oefeningen rond verkooptechnieken, kortingen, … wordt dit onderwerp uitgediept.
Aan de hand van één of meerdere video’s wordt het ontstaan van geld en de rol van een bank uitgelegd en kunnen de leerlingen op de verschillende vragen antwoorden. Hierdoor krijgen ze inzicht in het systeem van de bank en wat de betekenis is van sparen en een krediet is.
De rechten van de consument: herroeping – garantie
Aangepast op
19.10.2023
360
downloads
De leerlingen zoeken informatie op over consumentenrechten en schrijven aan de hand van concrete casussen een zakelijke brief (over herroeping of wettelijke garantie).
Alex en Kato gaan naar de koopjes om te kunnen genieten van de solden. Leerlingen rekenen na of de betalingen van Alex en Kato correct zijn. Ze vertrekken van een eenvoudige probleemstelling waarbij ze moeten rekenen met percentages om de oplossing te vinden.
Vertrekkende van een eenvoudige probleemstelling berekenen de leerlingen hoeveel alle aankopen voor een verJaardagsfeestje gekost hebben. Ze berekenen of de Jarige organisatoren voldoende geld hebben om hun aankopen te betalen. Ze berekenen het wisselgeld dat de Jarigen aan de kassa terugkrijgen indien ze betalen met € 50.