Om een verjaardagsfeestje te organiseren moet er van alles gekocht worden. Maar wat zal dat allemaal kosten? Heeft Tom hiervoor voldoende geld? En wanneer Tom met een briefje van € 20 betaalt aan de kassa, hoeveel zal de winkelier hem dan terugbetalen?
Op basis van het verhaal “De pen van Julie” begrijpen de leerlingen het verschil tussen een behoefte hebben aan iets en zin hebben in iets. Er wordt een gesprek rond aankoopgedrag gestart: is het nodig om elk Jaar een nieuwe pen te kopen?
Aan de hand van een concrete casus vullen de leerlingen een krediet aanvraagformulier in. De leerlingen begrijpen waarom bepaalde gegevens opgevraagd worden en discussiëren daarover in groep.
In groep brengen de leerlingen de financiële situatie van hun personages in kaart. Ze bezoeken een organisatie, maken kennis met diverse regelingen en tussenkomsten die op hun fictief personage van toepassing zijn en vragen antwoorden op een aantal relevante vragen i.v.m. de financiële situatie van hun personage. De leerlingen beoordelen de antwoorden die ze krijgen en stellen hun case voor aan de klas.
Als je je loonbrief doorneemt, merk je het meteen. Je hebt een brutoloon, wat je werkgever jou betaalt, en je hebt een nettoloon, wat uiteindelijk op je rekening komt. Tussen de twee zit een aanzienlijk verschil. Hoe komt dat? We fietsen er even door.