Wikifin is een initiatief van de

Wikifin is een initiatief van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten. Lees meer over Wikifin.

set-of-hands.jpg
Aangepast op

De meest gestelde vragen over erfenissen bij de notaris

Op deze pagina
  • Een stiefkind heeft geen wettelijk erfrecht. Toch bestaan er manieren om het te laten erven. Zo kan je het bevoordelen via een testament. Je moet dan wel rekening houden met de “reserve” van je eigen kinderen. Zij hebben immers altijd recht op een beschermd “reservatair” deel van de nalatenschap. Slechts over wat dit deel te boven gaat, kan je vrij beschikken.

    Een stap verder om een stiefkind te laten erven, is van je stiefkind een wettelijke erfgenaam maken. Dat kan door het te adopteren. Het krijgt dan net dezelfde rechten als een eigen kind.

    Als je stiefkind erft, moet hij of zij het in principe dezelfde erfbelasting of successierechten betalen als je eigen kinderen.

  • Verschillende opties zijn mogelijk:

    1. Tijdens hun leven kan dat door een schenking.
    2. Na je overlijden door hen op te nemen in een testament.

      Beide kunnen fiscaal voordelig zijn.

      Zo is er in Vlaanderen geen erfbelasting verschuldigd indien het legaat minder dan 12 500 euro bedraagt. Dat kan interessant zijn voor grootouders die hun vermogen in kleinere stukken nalaten aan hun kleinkinderen.

      In beide gevallen gaat het wel maar over een deeltje van de nalatenschap. De wet stelt namelijk dat de kinderen een minimum erfdeel erven vóór de kleinkinderen.

    3. Ook de ouders kunnen ervoor zorgen dat de nalatenschap van de grootouders naar de kleinkinderen gaat. Na het openvallen van de nalatenschap van de grootouders, kunnen ze de erfenis verwerpen. Ze weigeren die dan in het voordeel van hun eigen kinderen. Daardoor treedt er "plaatsvervulling" op: de kleinkinderen komen als erfgenaam in de plaats van hun ouders. De grootouders kunnen dit zelf niet op voorhand bepalen. Het initiatief ligt hiervoor bij hun kinderen en niet bij hen zelf. Het is een “alles-of-nietssysteem”: de ouders moeten de hele nalatenschap verwerpen. Ze kunnen niet een klein deel voor zich houden.

    In Vlaanderen bestaat een tussenoplossing met de doorgeefschenking. Als de ouders van de grootouders erven, kunnen ze onder bepaalde voorwaarden binnen het jaar na het overlijden van de grootouder(s) een deel van de erfenis doorschenken aan hun eigen kinderen zonder daarop belastingen te moeten betalen. Dit vergt wel de tussenkomst van een notaris.

  • Ter herinnering, met je erfenis doe je niet volledig wat je wilt. De wet beschermt je partner en je kinderen door een deel van je vermogen voor hen te “reserveren”. We noemen dat het “reservataire deel”. Wat er met de rest van je vermogen gebeurt, beslis je wel zelf.

    Maar wat zijn de mogelijkheden om het erfrecht van een gehandicapt kind te regelen?

    Een eerste is het "restlegaat". Dat is een bepaling die aan een testament wordt toegevoegd, waarbij dezelfde goederen opeenvolgend aan verschillende personen worden toebedeeld.

    Eerst krijgt de eerste begunstigde, in dit geval het gehandicapte kind, de goederen. Na zijn overlijden gaan de goederen naar de tweede begunstigde. Die krijgt slechts wat er overblijft van de eerste begunstigde, meestal als compensatie voor de verstrekte zorgen.

    Je kan dit ook regelen via een schenking. Dat is een “restschenking”. Zo kunnen ouders eerst hun gehandicapt kind als begunstigde aanduiden en vervolgens als tweede begunstigde de persoon die zich over het kind heeft ontfermd.

    Ouders kunnen ook kiezen voor een legaat of schenking ‘onder last’. Daarbij wordt bijvoorbeeld afgesproken dat iemand het legaat of de schenking enkel krijgt als hij de zorg voor het gehandicapte kind op zich neemt.

    Nog een mogelijkheid is werken met een stichting of een maatschap. Dat zijn controlestructuren die toelaten een kapitaal op maat te beheren.

     

    Weetje

    Er zijn diverse mogelijkheden om ervoor te zorgen dat de zorg voor een gehandicapt kind blijft. Vraag het aan je notaris.

  • Iedereen kan vrij beschikken over de helft van zijn vermogen, ongeacht het aantal kinderen dat hij heeft. Dat deel heet het "beschikbare deel".

    De andere helft is het reservataire deel. Dat gaat steeds naar de reservataire erfgenamen zoals je kinderen. Je kan hen dus niet volledig onterven. Wel kan je hun recht op je erfenis tot dat minimum beperken. Wat je met het beschikbare deel doet, kies je zelf. Je kan het bijvoorbeeld nalaten aan je partner.

  • Het erfrecht werkt met orden en graden. Dit betekent dat een nalatenschap verdeeld wordt volgens een bepaalde rangschikking. De kinderen komen in eerste orde. In de tweede plaats komen de ouders van de erflater samen met zijn broer(s) en zuster(s) en/of hun afstammeling(en), daarna alle bloedverwanten in opgaande lijn: ouders, grootouders, overgrootouders…

    En tenslotte ooms, tantes en hun nakomelingen (neven en nichten dus).

    Als je geen familie hebt, zal de notaris aanraden om te legateren aan een derde of een goed doel. Doe je dat niet, dan gaat je erfenis naar de Staat. Legateren aan een derde persoon (bijvoorbeeld een goede vriend) kan duur zijn, want de successierechten lopen hoog op.

    De notaris kan je dan aanraden om een duolegaat op te stellen.

    Vlaanderen zal in principe deze optie voor overlijdens na 30 juni 2021 afschaffen.

  • Mensen die trouwen, maar kinderen hebben uit een vorige relatie, kiezen vaak voor een huwelijkscontract met de zogenaamde “Valkeniers-clausule”. Zo’n clausule kan gebruikt worden wanneer één of beide van de aanstaande echtgenoten al kinderen heeft uit een vorige relatie.

    Met een Valkeniers-clausule kunnen de rechten van de langstlevende echtgenoot geregeld worden. Gehuwden erven in principe meer dan enkel het vruchtgebruik op de gezinswoning: ze erven namelijk het vruchtgebruik op de hele nalatenschap. Zo erven gehuwden ook het vruchtgebruik op bepaalde bankrekeningen, zoals de intresten op spaarrekeningen.

    Met zo’n clausule kunnen echtgenoten in onderling akkoord beslissen om als langstlevende volledig af te zien van bepaalde rechten bij de nalatenschap, of om de rechten te beperken in het voordeel van de kinderen uit de vorige relatie: zoals het recht op het vruchtgebruik van rekeningen of het vruchtgebruik van een familiale woning en de inboedel.

    Er geldt echter één duidelijk minimum sinds 1 september 2018: de langstlevende heeft minstens 6 maand een recht op bewoning en gebruik van de inboedel na overlijden van de andere huwelijkspartner.

  • Koppels gehuwd onder het “wettelijk stelsel” willen soms dat hun vermogen bij hun overlijden grotendeels of volledig toekomt aan hun partner. Wie dat wil, kan dit eenvoudig bekomen. In het huwelijkscontract wordt dan door de notaris een “langst leeft, al heeft”-clausule ingevoegd.

    Aan deze clausule hangt wel een prijskaartje: de langstlevende echtgenoot moet erfbelasting of successierechten betalen op het bijkomende deel dat hij erft. Hoe meer hij erft, hoe hoger de erfbelasting of successierechten. Bij het overlijden van de langstlevende moeten de erfgenamen nogmaals erfbelasting of successierechten betalen op de volledige nalatenschap, dus ook op het deel van de eerst overledene waarop dit al eens werd betaald.

    Er bestaat een tussenweg: het keuzebeding. Bij een dergelijk beding komen beide echtgenoten in hun huwelijkscontract overeen dat de langstlevende bij het overlijden van de eerststervende kan kiezen wat hij doet met het gemeenschappelijk vermogen. Hij kan beslissen het te behouden of het te laten overgaan naar de volgende generatie.

  • De wetgever kent aan de langstlevende echtgenoot een wettelijk erfrecht toe. Het staat volledig los van de vraag of er tussen de partners een goede of slechte verstandhouding is.

    Het absolute minimum dat de langstlevende echtgenoot altijd krijgt, is ofwel het vruchtgebruik van de gezinswoning en het huisraad, ofwel het vruchtgebruik van de helft van het vermogen van de erflater.

    Er bestaat een uitzondering waarbij je je echtgenoot toch volledig kan onterven. Hierbij moeten wel de volgende voorwaarden vervuld zijn:

    • De echtgenoot kan enkel bij testament onterfd worden.
    • De echtgenoten moeten minstens zes maanden feitelijk gescheiden leven.
    • De persoon die zijn partner wil onterven, moet aan de rechter toestemming vragen om apart te wonen. Nadien mogen beide echtgenoten niet opnieuw samenwonen.

    Als beide echtgenoten elkaar willen onterven, moeten ze allebei aan deze voorwaarden voldoen. Onterven gebeurt nooit automatisch.

    Als er een echtscheidingsprocedure met onderlinge toestemming loopt en één van de echtgenoten overlijdt tijdens deze procedure, is onterving eveneens mogelijk. In de voorafgaande overeenkomsten moet dan worden bepaald dat de echtgenoten geen enkel recht meer hebben op elkaars nalatenschap.

     

    Weetje

    Je kan je echtgenoot onterven, maar dan moeten wel een aantal voorwaarden vervuld zijn.

Een mama duwt de kinderkoets met haar zoontje die haar op een driewieler volgt