Hoe bouw je jouw pensioen op?

Na een loopbaan verdien je een pensioen. Je krijgt dan sowieso het wettelijk pensioen, maar misschien wil je meer. Het is mogelijk dat jouw werkgever voor jou een aanvullend pensioen opbouwt tijdens jouw carrière maar je kan ook zelf een aanvullend pensioen opbouwen. Ook als je zelfstandige bent, kan je dit opbouwen tijdens jouw loopbaan. Daarnaast heb je nog andere mogelijkheden om een extra appeltje voor de dorst opzij te leggen voor wanneer je met pensioen gaat.

Drie soorten pensioenen

Eenmaal op pensioenleeftijd, kan je in België een pensioen krijgen dat samengesteld is uit één of meerdere pijlers:

  • de overheid betaalt je het wettelijk pensioen (eerste pijler);
  • daarnaast is er eventueel een aanvullend pensioen (tweede pijler) dat je opbouwt terwijl je werkt;
  • ten slotte is er het pensioengedeelte waarvoor je zelf kan sparen (derde pijler). Dit wordt pensioensparen genoemd.

Hoe kan je jouw pensioen verhogen?

Het wettelijk pensioen (eerste pijler) is, zoals de naam het al zegt, bij wet vastgelegd. De hoogte ervan is afhankelijk van het aantal jaren dat je gewerkt hebt en van de hoogte van jouw inkomen. Ook periodes van werkloosheid, ziekte en loopbaanonderbreking kunnen meetellen voor de berekening van jouw wettelijk pensioen. De regels voor de berekening van jouw wettelijk pensioen liggen vast.

In sommige gevallen heb je ook recht op een aanvullend pensioen (tweede pijler). Voor de werknemers voorziet de werkgever of bedrijfssector dikwijls in een aanvullend pensioen. Als je geen of een laag aanvullend pensioen opbouwt bij jouw werkgever of sector, kan je zelf voor een aanvullend pensioen sparen. Dit aanvullend pensioen krijg je in één keer uitbetaald, als een kapitaal, of gespreid in de tijd, bv. als maandelijkse renten.

Daarnaast is er nog het pensioensparen (derde pijler). Daarvoor kan je zelf regelmatig een bepaald bedrag opzij zetten, dat belegd wordt in een pensioenspaarfonds of in een pensioenspaarverzekering. Voor het bedrag dat je stort in het kader van het pensioensparen, krijg je een vermindering in jouw personenbelasting.

Bij de beslissing om aan pensioensparen te doen, kan je rekening houden met de andere spaargelden die je hebt en met de woning (of woningen) waarvan je eventueel eigenaar bent.

De Wikifin-tips

  • De hoogte van het wettelijk pensioen hangt af van jouw statuut: het is verschillend naargelang je als werknemer, zelfstandige of ambtenaar hebt gewerkt. Je kan op het gratis telefoonnummer 1765 terecht voor al jouw vragen over het wettelijke pensioen, ongeacht het stelsel waarin je gewerkt hebt. Je kan ook terecht op de verschillende websites:
  • Het nettobedrag van jouw wettelijk pensioen is lager dan het brutobedrag. Er worden immers bijdragen voor de sociale zekerheid en personenbelasting op afgehouden. Maar het verschil tussen het bruto- en het nettopensioen is kleiner dan het verschil tussen een bruto- en een nettoloon. Meer informatie over de belastingen op het wettelijk pensioen vind je hier.
  • Je bouwt je wettelijk pensioen op tijdens jouw hele carrière. Blijf goed op de hoogte over het aanvullend pensioen dat jouw werkgever al dan niet voorziet. Als je zelf jouw pensioen wil aanvullen, kan het nuttig zijn op jonge leeftijd te beginnen met pensioensparen.